Hoe kunnen we schrijven als we de hele nacht in een koffertje
zitten dat in de Amstel werd gedumpt, langsgaan

bij oom P. in het dorp en zijn grommende losse honden, hoe
kunnen we schrijven met het geluid van

zagend ijzer door onze botten, niemand in bereik, onze schermen
zwart, de regen die door onze jas trekt, hoe kunnen

we nog iemand kussen en grapjes maken, hoe kunnen we zeggen
dat we gelukkig zijn en waren maar nu heel even

niet, hoe zijn we iemand vergeten op te noemen in ons dagelijks
gebed, konden we niet op alle namen komen, hoe

ver weg is onze moeder nu, waarom hoorde ze onze gil niet, hoe
kunnen we nog dromen ooit en waarom

zouden we nog iets schrijven over de route die we namen, hoe
onze fiets al op de hoek aanliep en het licht het niet deed?