schrift  scannen0071

 

 

 

 

 

 

Ik schrijf vanaf mijn elfde dagelijks maar mijn eerste gedichten zijn van een jaar eerder.  Voor mijn vader maakte ik op jonge leeftijd een bloemlezing uit de Nederlandse literatuur.

Elke ochtend begint vroeg met het schrijven en plaatsen van een gedicht op mijn site. Van elk gedicht bestaat slechts één versie. Het is een vloeiende beweging en het schrijven hoort zozeer bij mij dat ik niet zonder kan.
De gedichten hebben altijd een titel uit het gedicht van de dag ervoor, die ik alvast klaar zet voor de volgende dag.  Inhoud en titel stemmen wonderlijk genoeg altijd overeen (hoewel de lezer dat wel eens betwist). Ik lees overigens liever zonder titels voor.
Ik werk intuïtief en zeer snel; mijn werkwijze is altijd en in elke kunstvorm hetzelfde.

Schrijver Adriaan Jaeggi wees mij op de mogelijkheden te publiceren op het internet. Daarop verscheen 8 april 2006 mijn eerste log. De lezer beschouwde het werk als poëzie, zelf vond ik het onderscheid tussen proza en poëzie te verwaarlozen.  De gedichten kenmerkten zich door een eigenwijs of falend interpunctiebeleid, het plotseling afbreken van de regel en mijn voorkeurspelling. Om de leesbaarheid te verhogen herzag ik in 2014 mijn ‘beleid’.
Ik heb steeds minder woorden nodig om hetzelfde te zeggen.

In februari 2015 won ik de tweede prijs bij de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. Naar aanleiding daarvan verscheen in juni 2015 een interview met mij in het literair e-magazine Meander.  In de loop van dat jaar werd ik medewerker aan hetzelfde blad; nu ben ik coördinator van Meander en voorzitter van de Stichting Literatuursite Meander. 
In november 2015 won ik de Ongehoord! Poëzieprijs 2015. In 2016 publiceerde ik in oa in de Revisor.  

Januari 2017 verscheen de bundel Misschien moet alles eerst op tekening hersteld, via uitgeverij Watervis. Het wordt beschouwd als mijn debuut terwijl het mijn vierde bundel is (zie publicaties) en mijn werk in diverse verzamelbundels verscheen.

Uitgeverij In de Knipscheer kreeg vanaf 2015 regelmatig werk toegestuurd onder andere de gedichtenbundel ‘zij draagt alvast het wit‘. Deze bundel werd door hen afgewezen. Juni 2017 kwam bij hen de bundel In de kring van menselijke warmte uit, een hommage aan Rogi Wieg, waarin een gedicht van mij is opgenomen.  Oktober 2018 verscheen er dan eindelijk een eigen bundel bij hen.  De uitgever koos voor de 69 gedichten over de liefde,  die ik onder de werktitel Ik wil de zachtheid van het alledaagse bij elkaar voegde (juli 2017).  De titel veranderde in 2018 in tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid.

Op de pagina Nieuws leest u de prachtige recensies.

April 2017 werd ik betrokken bij een project met bibliotheek Kennemerwaard en het Grafisch Atelier in Alkmaar en niet alleen als deelnemer. In maart 2018 zijn we gestart met dichtdruk. Daarbij ben ik opnieuw gekoppeld aan kunstenaar Niels Zwirs  die regelmatig bij mij in Atelier9en40 exposeerde.
December 2018 werd de werkgroep Poëzie in Openbare Ruimte in Alkmaar opgericht.

Februari 2019 kwam de bundel uit van de 10e Turing met daarin haar top 100 waarin twee gedichten van mij. 

April 2019 bood ik In de Knipscheer het manuscript van een volgende bundel aan onder de werktitel  buiten gebeurt er tenminste nog iets. (gedichten over dood en dromen). Maart 2020 gaf ik hen een, door uitgeverij Atlas Contact afgewezen, bundel onder de werktitel  de heer S. zegt dat hij normaal liever televisie kijkt (gedichten over de groep ouderen die ik wekelijks voorlees). Helaas is met beide bundels nog niets gedaan.

Oktober 2019 bracht Stichting Spleen Denkend aan Marsman uit, achtenzeventig Vlaamse en Nederlandse dichters reflecteren op ‘Herinnering aan Holland’ . Daarin ook een bijdrage van mijn hand. 

Maart 2020 verscheen de verzamelbundel waarin de top 100 van De Gedichtenwedstrijd inclusief een gedicht van mij.

Ik ben geen podiumdichter.