Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: huishoudelijk (page 1 of 61)

haar vaste plek

Het niet willen weten is een fase die verlengd zou moeten zijn
tot een ieder sterk genoeg is, bij elkaar zit,

handen houdt, elkaar aankijkt terwijl je weet dat sterk zijn geen
kwestie van tijd is en een waarheid, welke dan ook,

geen uitstel vraagt. Het is meer een momentopname waarbij de
zon in de kamer schijnt, een ieder overtuigd

van zijn eigen plek of rol, alvorens alles uit elkaar valt, want dat
gebeurt, natuurlijk. Bovendien willen we

alles weten. De hoed, de rand, de mate van pijn, de hoeveelheid
dagen, het waarom, de afmeting van

ellende, alleen zijn, de kortstondigheid van vreugde, terugkomst,
hoe lang hij blijft, de schaduw van de objecten,

een reden, de afkoopsom, of we nog terug kunnen naar toen en of
we werkelijk gelukkig zijn en liever niet willen weten.

krachtmeting

Er is iedere keer een boosheid die zich tussen twee pauzes en
twee ogen schuilt, het ligt onder een frons en

komt uit een mond die zuur en dun wijder wordt, het slaat met
een hand het voorgaande weg en belooft niet

veel goeds voor het volgende. Er is een gedachte die zwaarder
weegt dan het lijf bovenop hem, iets dat

zwarter is dan haar melkwit en iets dat langere armen heeft. Hij
beweegt niet langer, zij stapt af, raapt de kleding

van de vloer. Aangekleed wacht de nieuwe dag, koffie, broodjes,
het ei precies zo hard als hij het wilde, zon,

de auto op de hoek, als hij voortmaakt is er nauwelijks tijd verloren,
hij lacht alweer. Zelden staat hij zich

de lichtheid toe van haar bestaan, zij keert de lege dop en geeft
hem een lepeltje, hij moet verrast kijken, deze keer.

alleen de zwarte strepen

Vroeger was het antwoord nog stoutmoedig, ietwat vilein en
vol gespeelde overtuiging, nu is er bij voorbaat een

excuus, een knieval naar de tijd, een omslachtig gebaar al blijft
de inzet even hoog, voorspelbaar ook en zo

typisch vrouwelijk. In beide gevallen wordt er meewarig bijna
geglimlacht, we gunnen haar ook wat, ze is

lekker bezig, ach en kijk. Aangenomen wordt dat het nu rusten
wordt in een kabbelend stroompje, hier en

daar een bal redden of een verdwaalde badgast, het fluitje van
een cent, de uit het zicht verdwenen

horizon. Het tegendeel zou ernstig zijn, zielig ook, ongewenst
en zorgelijk alsof alles gepakt is voor de reis en

zij haar schoenen nog zoekt of opeens misselijk blijkt, de proviand
uiteraard al op, de kaart tot vliegtuig gevouwen.

aflopende lengtes

Het verlaten van de vorm zou misschien, hoe willekeurig
gekozen ook, hetzelfde betekenen als het zich

vrijaf geven, de opdracht wegvegen van het bord en de vieze
vingers aan de broek schoonpoetsen en dan met

lege boodschappentas een andere wijk in de stad te nemen.
Het wachten is alleen op het oversteken, een

nieuw filiaal binnen te gaan, een gesprekje te beginnen met
een onbekende caissière die eenzelfde glimlach

bezit en evenveel geduld, het is alleen maar goed om verder
te lopen, enzovoorts. Zelfs hierover is

nauwelijks nagedacht. Op een ochtend staan we daar, kennen
geen witregels meer, geen heilig getal, slingeren

alles naar beneden, er is een aanbiedingenbak, en komen
beladen met korting uit in het midden of

zoiets.

afmeten

Tussen de reizigers op het perron zit een man onverstoorbaar
een ijsje te eten, zijn jas stevig dichtgeknoopt

negeert hij alle opmerkingen over kou en regen, het verkeerde
seizoen en hoe er over het algemeen niets klopt van

welke voorspelling dan ook. Een vrouw fotografeert haar
spiegelbeeld in de kiosk, er is een winnend koekje voor

een euro slechts en we moeten vijf minuten bijtellen voor de trein
naar A. Zwarte kraaien duiken vanaf

het dak naar de tegels, zomaar zijn er regels over benen die tussen
de sporen raken, een baby zoek. Een

conducteur met zangerig Limburgs accent slaat mijn uitgestoken
hand over, ik gebruik de conducteursvolgorde, zegt

hij, niets persoonlijks mevrouw. Zomaar ook zou ik tot onder de
rivieren willen gaan en mijn taal willen veranderen.

tot honderd zelfs

Alles heeft zijn vaste plek. De boom tikt net tegen het randje
van het raam, het stukje lucht is bijna even groot

als gisteren, de ruimte in mij teruggebracht tot het ene hart,
de wapperarmen, de stoffige knieën, het haar

torende boven de weke hals, buigend veelal, de geluiden tot
nul gereduceerd. O er is een tikkende wasmachine,

een bonkend apparaat dat aftelt tot het einde, een auto met
startproblemen geparkeerd onder de kast, twee

drie filmpjes op het kleine scherm waarin hoge stemmetjes de
holle ruimtes vullen. Terwijl hier gezocht wordt

naar tekenen van verblijf, ontstaat daar een nieuwe orde. Het
stukje lucht is bijna even groot als

de afstand tussen hand en aanraken. Glijdend naar rechts zijn
schaterlach, zwaaiend naar links de mijne.

 

 

niets sist

Nu we niet langer tegenover het park wonen waar in het water
de restanten van een koning of zijn feest, onder de

bomen zijn onderdanen of toevallige passanten, boven het platte
gras de wolkjes rook van te hard gestookte vuren waarin

worstjes uit hun vel springen en marshmallows zachte puddingen
worden en we geen begerenswaardige buurmannen

ontdekken die de rest van het jaar schuil bleven achter het hoofd
van het gezin of attributen waarover we slechts

ooit droomden, plastic reuze krokodillen, cd’s met ontuchtige
handelingen (al dan niet in combinatie met het

voorgaande), hamburgertorens, tasjes van een grootmoeder, het
picknickkleed uit de auto van mijn vader, slingbacks

met dat krokodillenhuidje, is de afstand die we altijd al voelden
opeens een voldongen en toch wat jammerlijk feit.

slechts een afgeleide van

Misschien passen ze in zijn houtkachel, een voor een, zoals mijn
administratie daarin verdween hoewel niet zonder zijn

accordering, kritiek kwam altijd tijdens, achteraf had geen enkele
zin, ik stelde me zo voor dat hij nog wat op- en

aftrok en staartdelingen maakte alvorens net zoals hij dan sommige
jaren zou debiteren en anderen stiekem achterover zou

drukken en ergens in een vochtvrij vat onderin het ruim zou bewaren.
Ik zou er dan niet meer zijn. Jaren had ik

met tassen vol heen en weer gelopen of ook wel liften aangenomen
van dubieus allooi, steekwagentjes, vorkheftrucks,

de plaatselijke vuilnisdienst, om mezelf compleet daar neer te leggen
tussen het hout en de kranten en de oude boeken die

ongelezen voor het juiste vuur zorgden en vuur zorgt voor warmte
dus over betekenis hoefden we helemaal niet te klagen.

voor alle partijen

In een lentegroen hokje zit een ijverig ambtenaar met zwetende
handen te vernemen wat het poëzieklimaat in zijn,

ons stadje A. is. Misschien is dat wel kenmerkend voor het stadje
en voor het gevraagde klimaat: het begin van een

nieuwe periode waarin alle mogelijkheden nog op uitkomen staan
vermits het hem en zijn partij gegeven is en het

onbekende van een toestand voor een man die beslissingen mag
nemen waar vooral cijfers de doorslag geven. Heb ik,

vraagt hij, om een onderhoud gevraagd of deed hij dat? Het was
het laatste, een datum die steeds opgeschoven werd

naar het belang van de kwestie, ook dat is typerend. De vrouw
tegenover hem is bevlogen, constateert hij, er gaat

een raampje open. ‘U bent in uw eentje? Geen bestuur, vrijwilligers
of denktank? Maar het lijkt zo professioneel!’ Het

voelt niet als een compliment, daarna doen we – ik en mezelf –
nog harder ons best. We houden van de herfst.

een ontsnapping

Alsof je een schoonmaker inhuurt en eerst je eigen woning
reinigt, zo poets je stoffige beelden en boute uitspraken op
tot ze glimmen en legt ze in de schoot van

een geduldige, geïnteresseerde, daarvoor betaalde vakkracht
die verbanden en conclusies trekt, aanbevelingen doet of tot
een ander tempo beslist, dat alles in je

eigen voordeel. Het heeft ook iets van een moeder die denkt
dat ze weet wat het beste voor je is terwijl ze je dagboekje
uit het geheime laadje peutert en bij

het terugleggen al je andere accessoires een centimeter laat
opschuiven zodat jij weet dat ze er geweest is en gelezen
heeft wat je toevertrouwde aan het papier,

sowieso handelt zij ernaar. Ook brengt het de coach terug of
de voortvarende lief die doelstellingen herhaalt alsof ze die
van mij zijn en maar niet begrijpt waarom

dat meisje eigenwijs en dwars blijft, koppig en boos en zeker
niet doelgericht een toekomst in het oog heeft die voor alle
partijen het gunstigst is, nou ja zeg!

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑