Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: huishoudelijk (page 1 of 63)

een geheime voorraad

Een man in de stiltecoupé vraagt hoe of dat nou voelt en een
onzichtbare maar duidelijk aanwezige vrouw

antwoordt nauwgezet, bovendien is iedereen met die vraag bezig,
lijkt het, het gonst en krioelt van ongewenste

intimiteit en het uitzicht, een hangende regen boven industrie en
verlaten beesten, wordt erdoor beperkt. Met ogen

dicht kom ik niet verder. In dit kleine vertrek voel ik me de jongste,
een indringer ook, er is een enkel meisje dat

met minirok bruine dijen toont terwijl ze kauwend op de maat van
muziek uit haar koptelefoon over haar mobiel scrolt, de

overigen zijn samen op pad, delen het proviand na de eerste bocht,
het routeplan op schoot, een in beweging en

uiterlijk, het regenpak puilt uit de tas, de voorzichtigheid is dezelfde
als van de buren, een echt antwoord is het niet.

het hoopje zoet

Die toevalligheden. Elders te moeten zijn maar me afmelden en
dan thuis te lezen over die plek waar ik had moeten zijn.

De naam verlokkend, een paradijs belovend en plastic bekertjes
met limonade, vlaggetjes over een zompig terrein en

tikkende tentstokken die nooit compleet waren, wachten op je
beurt bij hokjes die niet tot onderaan sloten en niet

alle bordjes bezet maar wel overal voeten zien uitsteken op flip
flopslippers. De toen nog droeve D. kwam

daar terecht na een ongelukkige scheiding, vermeldt het boek
van K. dat ik lees. De storm om de boomhut neemt

net iets af, het dak van een pretentieus stadion stort in, het gekraak
is overal te horen. Ik zag beelden van

wielrenners die over elkaar heen gleden in plaats van naast elkaar
maar er was een winnaar. D. vond een vrouw in de kantine.

de volgorde willekeur

De stad die al weken onrustig is, gonst en protesteert, een vrouw
die schreeuwt tegen een winkelier dat het godgeklaagd is, deze
winstderving, dit nodeloos verspillen van

gemeenschapsgelden, dit geen keuze hebben, dit feestje voor een
afscheidnemende burgemeester, laat hem toch gewoon oprotten,
mijn stad, voert hekken en zand aan, plaatst

nieuwe borden, waarschuwt, stuurt folders en vrijwilligers, wappert
met nieuwe vlaggen waarop dezelfde fiets als die nu op een sokkel
verheven bij het station uitnodigend de weg wijst,

stadsomroepers die tot ver kunnen schreeuwen, kermisvolk, markt-
koopman, Europees! 2019!, scherpt haar lieflijke straatjes aan, zet
zichzelf in haar bochten scherp en sluit rond

mijn huis het parcours aan op de buitenwegen, kinderhoofdjes, lege
weilanden en aarzelend overstekend wild zodat we vanaf morgen
alleen nog het zoevend geluid zullen vernemen van

een overmoedig peloton, dat in felle kleuren en begeleid door agenten
die parmantig hun conditie testen, de bewoner een claustrofobisch
genoegen zullen geven en een scherp gevoel van tijd.

groter dan anders

Dat wat ik doe is nog steeds oefening, hier staat het, kijk maar.
Ik schrijf niet echt over liefde of verlangen of het

uitblijven van dat alles, ik spring over afspraken en vergeefsheid
heen, loop met een boogje langs alle

attributen, gooi ballen in de lucht en vergeet ze te vangen, ach als
je maar je best doet, zou iemand zeggen.

Dat wat ik doe is nog steeds niet mijn best, luister maar, hier komt
het. De zinnen die me laat invallen en op

een geel briefje op tafel geplakt worden, staan niet erg gelukkig te
zijn in het gedicht van de ochtend en toch

perfectioneer ik ze niet. Ik ben de dichters zat. Hangend over de
eigen handen is de volgorde willekeur.

Alles is een smeekbede en toch ook weer niet. Schrijven is omgaan
met mezelf, wakker worden met een boodschap.

dat bijna te lang durend moment

Het was beslist geen zweven, toch zat er even uitstel in de
beweging alsof inderdaad nagedacht was of moest

worden, de handen geplaatst konden en het gezicht afgewend
en de ogen gesloten, dat vooral. Van te voren

leek er een lasso geworpen om de benen, de rest nog vrij maar
niet meer in staat tot, en alles kwam met een

enorme klap zo onder mijn raam terecht terwijl toch gewoon
de voordeur genomen was, keurig afgesloten.

Een man kwam aanfietsen en zei dat ze niets aan hem had, hij
bleef staan zonder af te stappen en had het over

gebrek aan diploma’s maar ze kon beter haar broek uitdoen,
dat wist hij wel. Zou u denken, zei ze nog, verlegen

met de situatie. Ze was al opgestaan, controleerde in gedachten
alle onderdelen en groette hem. Ze fladderde.

het gehalte

Met de heer K. is het allemaal goed gekomen.’ Je vraagt je in
hemelsnaam af waarom je met zo’n zin wakker wordt

en of het niet beter is op een holletje terug te keren naar de nog
warme plek, het gaat tenslotte niet over

mevrouw S. en je herinnert je wel een droom maar daarin wilde
je iedereen gelukkig nieuwjaar kussen terwijl

het nog zomer was en de heer K. stond daar helemaal niet tussen.
Iets moet er ontstaan zijn tussen de heer K. en

jezelf terwijl je in sluipgang door de vertrekken liep, op de tast
bijna en met kleine oogjes, de deur van het slot

draaide, een slok water nam en een vitaminepil, het toilet bezocht
en het raam openzette en met een ploffend geluidje

op je stoel plaatsnam waar je blote billen zich zogen aan de bekleding
alsof dat de heer K. was en je hem niet wilde laten gaan.

zo was dat nu eenmaal

We plannen de data, stemmen ze op elkaar af, halen een kruisje
door een vorige poging, vouwen de bladzijden om,

een touwtje om het laatste halfjaar, een elastiekje om het komende,
slechts één pagina los en half overeind. Soms

komt het overeen met het hoofd, soms valt er iets uit een oor, soms
gaat een mond open en knapt er iets achterin. Vaak

ook heeft het niets te maken met dat wat we voelen. Als die ene
bladzijde rillen we in een zuchtje wind, trekken

aan het strikje rechts van ons en schuiven ons haar in het reeds
uitgerekte en van krachten ontdane bandje, we

scheuren onszelf lichtjes los, verder is het afwachten op gretige
handen of opkomende storm die niets ontziend met

al onze voornemens speelt. Het einde zou open moeten zijn zoals
een afspraakje met een nieuwe minnaar.

het blauw dat over de straten vloeit

Het begon altijd in de zomer. Ze wilde vragen hoe deze heette
en of hij wel voorzichtig deed maar dat

deed hij nooit en zij was nu even zijn zusje en zusjes bemoeiden
zich in de regel niet met dat soort

dingen. Er was niets veranderd, zei hij, dat was nu juist het punt.
Als hij opnam, klonk het alsof hij

een wedstrijd had gewonnen, zij kende ongeveer de prijs. Hij
maakte voortdurend zijn krullen nat,

droeg een zondagse broek bij het wegbrengen van het vuilnis
en rook naar goedkope chique, een plaats

als Amstelveen. Tegen de herfst was het allemaal een goede
grap. Hij moest denken aan zijn toekomst, dat

was het. Familieleden hadden nu eenmaal de neiging je te stevig
vast te houden. Gelukkig leek ze niet op hem.

in haar broekzak

Als er te lang wordt gewacht, geaarzeld boven de toetsen, het
gewone werk het overneemt, de deuren beneden al

ontsloten, de motor al gestart, de sigaret van de benedenbuurman
al in het trappenhuis aangestoken, het lijf

bijna wakker, verdwijnt de tekst die als een ballon boven het
hoofd hing. Dan kan er meteen gekeken worden of

elders dringend antwoord gegeven moet, welke broek mevrouw
Z. draagt en of in het badje in de achtertuin nog

de restanten van gisteren drijven. Het feestartikel wiegt verder
op de verkoelende bries en leeg blijft

het scherm tegenover, er flikkert alleen een lampje en na even
lost ook dat licht op. Als we nu gewoon

het toestel dichtklappen, kunnen we nog doen alsof de nacht
niet voorbij is en pas morgen de ochtend komt.

ze leek te knipogen

Het is allemaal heel informeel, zegt hij, als een soort garantie
voor het uit de hand lopen, buiten de tijd om,

gezelligheid en iets teveel drinken. Er hoeft niet je best gedaan
te worden, het gaat om het meedoen en misschien

mag je daarna nog een keer. Mijn planning is echter strak en
geeft een ieder hetzelfde aantal minuten, dezelfde

plek onder de spotlight, daarna misschien mag men blijven
slapen of buiten pissen bij de vierde boom. Ik

verontschuldig me, ach ja, zegt hij, structuur is de ruggengraat
van zoveel. Een beetje op die manier staat mijn

rooster smoezelig te worden in het felle ochtendlicht, het ritme
breekt tegen de restanten van een feest, kleine

oogjes zoeken een verdwaald kledingstuk, de struiken hangen
vol. Als ik een dienblad op mijn hoofd zet, loop ik recht.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑