Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: huishoudelijk (pagina 1 van 56)

langs de straten van asfalt

Misschien is mevrouw K. dood en de heer B. van zijn zinnen
beroofd, mevrouw Z. nog bloemen aan het plukken in

de zijwegen, mevrouw D. nog in dezelfde melodie, neuriënd
en misschien ook is het achterland nu het

uitzicht, de grens opengesteld, de koffie minder lekker, het
toetje voor de ochtend bewaard, de visite

een huwelijkskandidaat, waar blijven de cadeautjes? En of
ik ouder geworden ben, reeds moeder, wie

was er dood bij mij, had het kind de auto’s vermeden, lag ik
languit in de zon, groeiden er ook blauwe bloemen

bij mij? De boeken liggen te wachten, oranje, geel en blauwe
briefjes tussen hun hoofdstukken, ik stapel ze

voor vertrek, de zomer is een ongenoegen, de meisjes vrij, de
herinnering ongemoeid, het wachten hun gemis.

 

(de voorleesgroep en ik moeten wennen aan een oponthoud)

met lege handen

Iets ijlt nog na, een boodschapper die de waren onderaan
de trap zet, een restje stem dat galmt, zanderige

voetstappen. Het hangt van de honger af of we naar onder
afdalen en de voorraad binnenhalen, het

is niet gratis. Zoiets misschien. Weten dat het er is maar
tegelijkertijd de aanbieding afslaan, bijna al

stijgt een lichte geur van verrotting naar boven, straks delen
we het op straat uit, een toeloop van mensen op

onze stoep, gretig. We hebben niets, was er geroepen, een
beest doet zich tegoed aan, het gesmak verspreidt

zich in de tuinen. We dalen af, hij houdt zijn hand op voor
een fooi, in plaats van geld krijgt hij een

high five, we grijnzen. Op elke traptree leggen we iets van
waarde, onbederfelijk, voor later, en zetten ons erbij.

vakantiebestemmingen die altijd weer op dezelfde plek lagen

Al mijn vragen worden boodschappen die hij van zijn
lijst kan afstrepen, in zijn auto kan leggen, bij

de bocht licht verschuiven en dan naar boven getild mij
het leven makkelijker moeten maken. Geen

bonnetje waarop hij de prijzen vergelijkt, de caissière
aanspreekt en nog wat wisselgeld ontvangt.

Al mijn wachten is in de verkeerde rij. Soms probeert
hij een antwoord in een zin, het is

vreselijk heet onderweg, de achterbank ligt al vol, wist
ik dat heel het land aan tekorten lijdt, dat

honden janken bij de volle maan, dat als je heel goed
nadenkt er altijd iets ontbreekt, hij

alleen zichzelf heeft en dat er in vroegere tijden, echt
heel lang geleden, korting werd gegeven?

de geluiden bijna hoorbaar

Duidelijker dan welk woord ook, is het gekras in de
agenda van toen. Dom genoeg deed ik het in

potlood en zacht terwijl zijn pen, vloeiend in een van
de vertrouwdste handschriften, door de

pagina’s heen drukte zoals alles dat we deden in mijn
ziel gekerfd werd of in dat lijf dat zoveel jonger

zoveel soepeler was. Na twee weken hap ik naar adem
terwijl ik maanden van mijn dagboeken

kan verslinden. Hier sta ik stil bij elk gerecht, elke
afspraak, elk gewerkt uur (hij telt ze op), elke

ontmoeting, ieder kind, elke huilbui, vrijpartij, fietstocht,
speeltuin, vriendje, koosnaam (hij voor

mij), elke uitgaaf (hij telt ze op). De streep onder elke
rekensom is van hem, het kruisje erdoor van mij.

achterstalligheden in onderhoud

Alsof het een uit de hand gelopen date is, je slaapt
nu al voor de vierde keer bij hem en je had

dat ontbijt niet moeten nemen en zo meteen gaat hij
voorstellen dat je zijn moeder ontmoet

en er zijn drie nichtjes die van je willen leren breien,
daarop lijkt het werken dat ik vrijwillig

doe, de tijd die ik besteed aan een ander dan mezelf,
en het vervolgens draaien en konkelen om

toch het gevoel te houden goed bezig te zijn. Alles
dat je doet, doe je tenslotte voor jezelf.

Zijn moeder is allerhartelijkst en er zijn neefjes die
zich oefenen in het ontwarren van de draden,

hij bakt immers heerlijke eitjes en zelden werd je
zo zacht gekriebeld en wat is nu vijf keer.

je doet eerst het hoofd

Discipline, lees ik, is eigenlijk automatisme en leuk
dat je jezelf hebt aangeleerd bepaalde handelingen
op een bepaald tijdstip te doen maar

de gewoonte is geen teken van beheersing, kracht of
zelf opgelegde taak, simpel het gevolg van iets heel
vaak doen zonder daarbij nog na te

denken. Zoals brood smeren na het opstaan en deze
werktuiglijk in een trommeltje stoppen met een appel
en een briefje erbij, een kus plaatsen op

een slaperige wang, de fiets buiten zetten en de deur
van de steeg alvast los, het regenpak in de fietstas,
even een kneepje in de achterband. Zoals

het apparaat aanzetten dat zoemend je begeleid naar
het koffiekopje, de douche, het toilet dat eindelijk
doorgespoeld wordt, het gordijn omhoog, de

borstel waarmee je je haar fatsoeneert tot je met een
plofje op de stoel zucht en de eerste regel typt die
gewoon altijd al in je hoofd zit.

de staat van God

Bepaalde toetsen blijven, door de hitte wellicht of
door kleverige vingers, restanten van een

hapje, overgeslagen schoonmaakbeurten en heel
veel stof, aan elkaar geplakt hangen en

weigeren dienst of doen dat pas na veelvuldig en
iets te hard op hun kop getikt te zijn, geschud,

gerammeld of zo lang onder mijn vingers bewogen
dat de tafel eronder scheurt en kraakt en bijna

alle inhoud voor mijn voeten ligt en dwars door de
vloer op straat voor iedereen leesbaar. Ook

een manier van toegankelijk werken. Leuker zijn
de onverwachte combinaties die alsnog en

totaal zinloos na een korte pauze op papier terecht
komen, verstuurd aan de verkeerde persoon.

niets aan de hand

Als de schreeuwers nog slapen, sla ik mijn slag. Ik
fileer hun huishoudens, dring me op aan hun

aanrecht, vermaal hun geschiedenis, zet de geluiden
op nauwelijks hoorbaar. De rest van

de tijd doe ik dan alsof ik niet aanwezig ben. Er zijn
volle kastanjebomen waarin ik woon, enge

staketsels waaraan ik hang, jurken die zelfs over het
hoofd wapperen, de dampende lucht. Ik

schrijf ze uit, zie mezelf op heel andere plaatsen, weet
waar ik vandaan kom, herinner me eraan,

lopend worden de cirkels steeds wijder. De eerste die
opstaat, treft zijn woning in het weiland,

omgekeerd, de tweede zijn auto in de lantaarnpalen,
de derde blijft liggen, roerloos.

een volgende aflevering

Hij heeft het over kwaliteit van leven en hoe een aantal
dingen die kunnen verhogen zoals hij

het heeft over het door mij afbreken van zinnen die hij
vervolgens dan niet kan lezen. Als ik nu maar

hem zou voorlezen, dan was er niets aan de hand. Er
waren altijd bepaalde voorwaarden tot dat

leven, zeg maar. Verlengsnoertjes van werkkamer naar
keuken, stopcontacten tegen de plint, prijsjes

op mijn producten, het veronachtzamen van kat, kind
en moeder, het bij elkaar houden van mijn

benen, het vergelijken van verten, luchten en contracten
en zeker het liefhebben van mezelf, niet dat van

boze mannetjes die probeerden het mij makkelijker te
maken en heus zonder enig noodzakelijk belang.

datzelfde 3 bij 2

We spaarden dezelfde details. Er waren boeken in hoge
zelf getimmerde kasten, de zijne eerst nog

aan de linkerkant terwijl de mijne rechts stonden terwijl
ze later zich aan elkaar uitleenden, er

waren langspeelplaten die op alfabetische volgorde in
een document vindbaar waren, ruimtes tussen

favoriete letters, er waren poezen, een, twee, drie die
hun jongen bij voorkeur op de traptreden

legden, er waren foto’s aan de muur die in de kleine
donkere kamer eerst te drogen hingen, knijpers

in de soms onherkenbare vrienden, er waren die vrienden.
Ons kind heeft een ruimte die geen altaren kent

of het moet de keuken zijn met brandschone, scherpe
messen en laden die glijden en geuren van toen.

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑