Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: herinnering (page 1 of 28)

op een hoek

Het voelt als extra tijd, een geslaagde ontsnappingspoging. Eerst
als een luchtbel waarin toeval en noodlot elkaar

afwisselden zoals de vrouw in zwarte kleding en de man in witte
jas, later als een terecht verblijf in een verstevigd

huis maar onwennig nog vanwege de recente verbouwing, de
geur van specie, verf die vroeger het voorjaar

voorstelde, het compliment voor de herwonnen ruimte. Drukte
voorheen het dak het hoofd langzaam in elkaar, nu

raken we het plafond niet meer; waren eerst alle ramen gesloten,
nu waait zachtjes het leven binnen en met haar

alle mogelijkheden. Extra ook is het besef waarmee dat alles tot
stand komt, langzaam maar nadrukkelijk

liggen we op onze knieën zoals we als klein kind elke avond en
aan de bedrand deden en vouwen we de handen.

wit nog

Wat is je haar lang geworden, zou ze zeggen en even trekken
aan de onderkant, en ze zou staren naar een bijna

fatale combinatie van rood en oranje of een diep uitgesneden
shirt dat achterstevoren nog iets bedekte, ze

zou ook daar aan gaan trekken, ze zou haar ogen dichtknijpen
en even peinzen en dan over de kinderen beginnen,

waren ze alleen thuis en moest ik reeds de terugweg nemen,
hadden ze zelf inmiddels kinderen, was de

tijd zo snel voorbij gegaan, waarom had ik haar niet eerder
gebeld of was ze hardhorend en had ze nooit

opgenomen. Maar lieverd, zou ik zeggen, en andere koosnamen,
je hebt geen bereik, je bent al jaren heel ver

weg van me, je ging zonder te groeten, de kinderen moesten
huilen, weet je nog, maar ze wist van niets.

 

(In 2014 voltooide ik de gedichtenbundel ‘zij draagt alvast het wit‘,
opgedragen aan mijn mamma. Deze bundel is niet gepubliceerd.)

verderop wacht de mens

Hij zegt dat de tekeningen op mijn lijf nauwelijks verkleuren,
hij trekt ze zelden na met zijn vingers maar heeft

het bloed zich zien vermengen met de inkt en het bloed is even
rood nog. De grimassen van pijn heeft hij

vastgelegd maar als hij zijn handen zou volgen, dwalend in de
verhalen, komt hij misschien om en valt hij

ergens tussen toen en nu en raakt hij besmeurd met verf en de
zachtheid van alles dat daaronder ligt. De

lijnen raken elkaar zoals dat iets dat terugkomt op zijn plek: het
lijf bovenop het mijne, het zwaard in

de schacht, het meisje in het vooronder, het brood op de plank,
de zin in het verhaal en het blauw dat

onder het zwart doorloopt in het groen, zijn oog op haar naaktheid
alsof hij haar voor het eerst zag, wit nog.

vertrek en vakantiebestemming

Alvorens te gaan, de ochtend vroeger dan anders, dronk hij
zijn koffie op de rand van het bed. Hij droeg alleen

zijn overhemd, blijkbaar wist hij van de files onderweg en
hoe hij mij instoppen zou, opnieuw. Dan vertrok

hij te laat, zij vloekte door de telefoon, ik mocht niet zwaaien
en bij de volgende bocht piepte het mobieltje

een spoedige terugkomst en dat ik maar moest genieten vandaag.
De herhaling was nooit een bezwaar, het

genot altijd even groot, de morgen zonnig, ik kon er een boek
over schrijven. Zoals iedereen zei hij dat hij

vereerd was, als hoofdpersoon en door die bepaalde rol, maar
lezen was lastig als het in het donker moest, het

licht van het apparaat maakte anderen wakker, bovendien kon
hij zich niet herinneren dat het zo gelopen was.

de werkelijkheid is de bladzijde

Bij het opstaan zijn mijn knokkels zwart alsof ik nu al typend
door grafiet ben gerold, een ambachtsman die tussen

rook en zware geluiden zijn dag begint. Ik veeg mijn handen
aan elkaar af en verzin het gruis. Zo

liggen er bij hem op tafel oorbellen terwijl er geen vrouw was,
niemand die bewijzen moest dat ze de eerste was

van die dag, en raad ik hem goed te zoeken onder de bank, er
zal een lijk liggen misschien. Het kofferdeksel

van de groene Citroen is ondertussen onvindbaar terwijl het
zojuist nog aan de auto hing, open voor

vertrek en vakantiebestemming, een iets te jeugdige bestuurder
kruipt voor me over de route. In een droom

trok er een optocht voorbij het huis en frituurde ik vellen deeg,
wachtend tot ik zwaaien kon naar een bekende.

het wil geen tekst

Ik las uit je boek en liep langs je laan waar alle bomen dunne
stammetjes waren en huizen elkaar opeens in de

kamers konden zien, en ik stelde je opnieuw voor aan de lezer
en allemaal dachten ze dat je misschien familie was

van die aardige man op de hoek die een winkel dreef in elektronica?
Of ook dat je tussen hen zat en ze jou allang kenden

maar niemand herinnerde zich de verhalen of de volle wuivende
takken uit eerdere jaren, zelfs niet toen ik de foto’s

die jij scheef en snel tussen de bladzijden had geplakt, in de hoogte
hield terwijl mijn duim en vinger op jouw ogen

drukten zodat je tenslotte zou knipogen of een beetje huilen, weer
zou leven kortom terwijl alleen het zien van

die armoedige beplanting je het einde zou aankondigen, van jezelf,
de beschaving, het ons en de vogels.

we gunnen haar ook wat

De enige verte hier zit in de lucht, net voorbij de kastanjebomen
die versierd met pilaren zwaar in elkaar vallen,

het kruispunt van straten en de vieze rode daken en op sommige
ochtenden, zoals deze vandaag, alleen in

de opgevulde driehoekjes met grijs, een ondoorzichtige zwaarte.
Was het een kindertekening geweest of een

droedel langs de kantlijn, dan was er een zon toegevoegd, stralen
tot op de grond, een bliksemflits wellicht en zeker

een konijn in het gras, een familie in een auto, een omgekeerde
vuilnisbak en ganzen dwars over de weg of

dat alles door elkaar, de tekenhand is gul met haar verzinsels. Daar
lag het uitzicht tussen de wortels van

de bomen, krioelende beesten met de buit van de dag, druppende
struiken en bladeren die bogen, de tuin groter dan ooit.

alleen de zwarte strepen

Vroeger was het antwoord nog stoutmoedig, ietwat vilein en
vol gespeelde overtuiging, nu is er bij voorbaat een

excuus, een knieval naar de tijd, een omslachtig gebaar al blijft
de inzet even hoog, voorspelbaar ook en zo

typisch vrouwelijk. In beide gevallen wordt er meewarig bijna
geglimlacht, we gunnen haar ook wat, ze is

lekker bezig, ach en kijk. Aangenomen wordt dat het nu rusten
wordt in een kabbelend stroompje, hier en

daar een bal redden of een verdwaalde badgast, het fluitje van
een cent, de uit het zicht verdwenen

horizon. Het tegendeel zou ernstig zijn, zielig ook, ongewenst
en zorgelijk alsof alles gepakt is voor de reis en

zij haar schoenen nog zoekt of opeens misselijk blijkt, de proviand
uiteraard al op, de kaart tot vliegtuig gevouwen.

of ze in mijn verhalen zouden voorkomen

Soms verwacht je hem in je mailbox, je opent met een vage
herkenning maar het dringt pas tot je door als je

de dubbele M ziet voor zijn achternaam, het is een onhandige
vraag natuurlijk, hoe of het gaat en of je

misschien nog een keer elkaar kunt zien en snedig zul je zeggen
dat als je dat zelf vroeger opgenoemd had, hij

meteen had gevraagd wat daarvan de bedoeling was, sowieso
was het onverstandig, en in de ene versie

zeg je ja, je weet tenslotte niet voor niets nog zijn telefoonnummer
uit je hoofd, en in de andere versie zeg je,

arrogant en geheel uit de hoogte, dat je geen belangstelling hebt,
echt niet bedoel je, en dan verwijder je die

per ongeluk geopende en verstuurde mail en lacht nog wat smalend
om die belachelijke tweede voorletter.

doelgericht

Alsof het de rode verf is die ik in mijn krullen spoelde, de massa
optilde en zo behoedzaam liggen ging en toch de volgende

ochtend verwachtte de lakens rood te vinden, zo drapeer ik het
lijf rond zijn laatste ingreep, de deken daar

bovenop, en denk aan schaduwen maar dan in kleur en leeglopen
maar dan op een verkeerde manier en de

witte was roze. Ik denk aan de vrouwen die mij hielpen en die
vroegen of ze in mijn verhalen zouden voorkomen

een volgende dag, hun handen sterk en warm, een moederschoot
tegen mijn uitstekend been, als altijd een

zoon daar aan het voeteneind, te jong en te knap om serieus te
worden genomen, en hoe ik hen toeschreef

de hoofdstukken over te slaan om meteen in de dichtste bomenrij
terecht te komen en het blikkerend zonlicht op de afrit.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑