Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: herinnering (page 1 of 25)

hoe lekker warm ze daar lagen

Ze plukt het haar van mijn jasje, engelenhaar, zegt ze, omdat
het krult maar mijn stroblonde haar valt

recht naar beneden, kan ik daarom niet tegen die zachte en
dwingende aanraking van handen die

verzamelen en tegelijkertijd corrigeren alsof mijn moeder aan
de zoom van mijn kleding trekt in de hoop

dat het minder ordinair wordt, minder vol en minder zwart?
Ik wil niet voelen, zelfs al is het nauwelijks

en ik wil niet dat zij zegt dat ook zij haar verliest en naar de
grond wijst, ik wil niet delen en ik wil

het bestaan van engelen ontkrachten. Dan zegt ze nog iets over
de lengte en mijn schouders krimpen en op

straat denk ik steeds achterom te moeten kijken of zij me niet
volgt, kokette stappen die leeg en hol klinken.

ons allen

We doen graag wat men niet doet, we hangen niet in de parken
en bedelen niet om het eerste ijs maar lezen een

heel boek in een zonovergoten boomhut, denken aan vroeger en
giechelen in onszelf. We herinneren ons

en proberen dat in het verhaal te passen dat we lezen, negeren
daarmee de klaterende stemmen buiten, het

wezen in het trappenhuis, een rij supporters midden op de weg
en te ver opengedraaide versterkers van de aan

onderhoud onderhevige open Opel Kadett, zelfs de man daarin
zien we niet. We doen niet graag wat men

zoal doet. Aan de buitenkant lijkt alles hetzelfde, ook dit raam
staat open, ook dit gordijn wappert, we

diepen een zonnebril op uit onze tas, maar van binnen zijn we
mijlen ver en van jaren her, winter 1756 misschien.

vragen

Het is heel gek, zegt meneer B. die voorheen mijn naam
nog op de muis van zijn hand had staan, maar

ik heb niet het idee dat ik u ken, misschien dat we eerst wat
kennis moeten maken alvorens ik met u meega.

Nu gaan we nergens naar toe, we zitten halverwege de gang
van het tehuis maar ook deze komt hem niet

bekend voor, ik merk het aan zijn twijfel en wantrouwende
blik, maar eenmaal in de groep die zich

herpakt na iedere bijna dodelijke afloop en nu is uitgebreid
met een miauwende kat waartegen men gewoon

‘kom maar’ zeggen kan zonder dat er iets beweegt, knikt hij
mij beminnelijk toe. Zijn buurman vraagt hij

toestemming mij aanstonds naar huis te brengen, ik leek wat
verloren. Buurman ook, zijn poes wellicht?

de kras die tien bladzijden verder nog voelbaar is

Dat je een van die fragmenten eruit zou kunnen halen, vastzetten,
bevriezen, in langzame en herhaalde beweging zou

kunnen reproduceren, nu na al die jaren nog, en welke dat dan
zou zijn. Voor alle drie dezelfde intentie en goede

bedoeling, kinderen nog, hangend aan je benen, op je afrennend
als ze je zien, op je schoot slapend of met

knellende armen om je hals, kilometers lang. Bij de een op het
stoeltje voor het aanrecht, zijn tekening onder de

kraan zodat de pappa zou denken dat hij gehuild had, bij de ander
bij de honderdste vraag waaraan te denken zodat

ze slapen kon, op elke krakende traptree naar boven kijkend of
haar ogen al dicht waren, bij de laatste

gehurkt voor de wc pot, armen om zijn knieën, het ene grapje
na het andere, tot hij losliet, alles, zoals ik uiteindelijk.

er blijft een been achter

Op het moment dat stemmen zachter worden en gezichten
vervagen, alleen jij het middelpunt blijft en de tafel voor je
het enige houvast, de pen in je rechterhand het

meest tastbare object, staat in het schrift dat je leest dat de
wereld draait, je hoofd volgepropt zit met watten, je ogen
wateren en je niet weet hoe die dag voorbij moet

gaan, dat is het relativerende van het lezen in andermans
dagboeken. Het schrift herken je en soms zelfs de datum in
de bovenste hoek, de tekening in de kantlijn

desnoods en zeker de kras die tien bladzijden verder nog
voelbaar is, de geheimzinnigheid waarmee je dit kleinood
verborg en de rest van je handelingen, de

sleutel van het kleine laatje verstopt in het bloemenvaasje,
de sporen van een zoekende moeder, je zorgvuldigheid in
het vermijden van een gesprek en toch: lees

maar, ken me dan eindelijk, waarom moet het meer dan
zeventig jaar duren alvorens een lezer datzelfde wazige
perspectief heeft dat ik mijn hele leven had?

iets over die bomen of hoe hoog we nu zitten vandaag

Soms verplaats je jezelf in zijn geheel, niet eens daadwerkelijk
maar in gedachten zoals dromend bij een muziekje

naar keuze, een man naar je hart, soep naar je smaak. Soms ook
neem je jezelf echt op en zit je pas weer

meters verder neer, te wakker om nog iets te wensen, gespitst op
bijgeluiden en vreemde geuren, kleverige handjes

in je nek, flemende stemmen die om ‘de allerlaatste vragen’, keer,
boek, kus, cadeautje. Als je je klein maakt, waai je zo

met ze de hoek om en misschien kom je in een land dat je niet
eerder kende, juist omdat je je ogen open hield.

Vaak ook doe je alsof, je denkt sneller dan je je verplaatst, er blijft
een been achter, een arm houdt vast, trekt zich

tergend langzaam uit, wist je dat ook kleine kevers moeders hebben
die hun pootjes tellen alvorens te slapen?

een belofte tot beterschap

De taalvaardigheid die een recensent noemt, is niets meer dan
de poging die ik jaren geleden deed zijn beste en

enige vriend te winnen voor het leven. Eindeloos lang berichtte
ik hem vanaf mijn buik en uit mijn bed de redenen

door te rijden, hij was er bijna, het lijk van zijn vrouw leek nog
op de leren achterbank te liggen van zijn bolide,

de kinderen ontroostbaar plaatjes plakkend op de zijramen, de
tegenliggers tellend, toeterend, ontwijkend, de

bergen hoog, de dalen gevaarlijk daarnaast. Uren praatte ik in
op zijn onwilligheid, zijn hardheid, blinde vlek

en blaffende hond, daar leer je van te schrijven, niets had te maken
met de vorm waarin. Ik was bloot en lag hem te

verlangen, hij was onderweg en wilde niets. Zo ontstond het rijm,
afwezig voor de lezer, slechts een behoefte van mezelf.

hard rennend van de ene hoek naar de andere

Of hij het nu vertelt of niet, of het praatje stimulerend is of
dodelijk saai, of er een waarheid is of niet,

het zal niet anders zijn dan andere willekeurigheden, niets
zal echt het gedrag bepalen dan gewoonte,

discipline, aard en afkomst, omstandigheden die er al waren.
Voor of na die tijd blijf ik hetzelfde, het is

mijn manier natuurlijk om een belangrijke afspraak tot een
hanteerbare proportie te brengen. Graag

zeg ik op het laatste moment af, er zijn genoeg smoezen, om
dan een enorm gevoel van vrijheid te krijgen,

ik ben opeens eeuwig jong en reuze zelfstandig, dat soort
ruimte is mij het liefst. Degene die op mij wacht,

zijn agenda doorhaalt, mijn naam schrapt en al bladerend
pas maanden verder weer noteert, zucht.

geven slechts door wat anderen winnen

Dat je thuis bent en in je stoel zit en denkt ‘was ik maar thuis’,
zegt hij, of ik dat ook wel eens heb? Ik zie

de kamers van weleer, de hoge witte wanden, maar ook mijn
moeder en haar breiwerk, mijn vader in zijn boeken,

een autotijdschrift, zegt hij nu, er lag altijd een nummer op de
tafel, zaten ze eigenlijk naast elkaar? Of hoe er

nu een witte hond zijn poten legt op onze vensterbank en blaft
naar de voorbijgangers, onze kat flirtte vaak,

er werd getikt tegen het glas, kinderen stonden stil. Dat ik alleen
maar thuis ben bij jou, denk ik dan en hij,

dat hij gerust niet alles zegt, maar in zijn handen tussen ons ligt
het onzegbare en ik heb immers zijn handen vast.

Ja, zeg ik. Zijn haar nog nat en achterover gestreken is hij zowel
mij als mijn ouders, jong en oud, daar en hier.

een bevroren houding

Het is haar foto, ze heeft hem laten kijken naar een het vogeltje
maar dat vloog blijkbaar de verkeerde kant op, ze

weet niets van rechte horizonnen of andere juiste verhoudingen,
waarschijnlijk lacht ze zelf wat dommig of

steekt haar duim op, nagels puntig en lang en roze. Hij kijkt mij
niet aan, gelukkig ook maar. Ze heeft het

kraagje onder zijn trui omhoog getrokken en toen over de rand
gevouwen zoals ze hem uit een vreselijk verhaal

heeft gered en rechtop heeft gezet, hij was werkelijk in een zeer
slechte staat toen ze hem aantrof maar kijk nu

eens. Allemaal haar werk, ook die belabberde kleurkeuze, die
achtergrond, zelfs die vogel. Ik herinner me dat ik

bovenop hem zat en zijn pupillen donker werden terwijl de rest
vervaagde en tot honderd telde voordat hij kwam.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑