Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

het verkeerde perkje

Het was volle maan, hij had gekeken naar die bol van licht, er
was een geur van voorbije zomer, bladeren op

het wegdek, spinnen in de bomen, geen mens op straat. Voor
hem zat een haas naar hetzelfde te kijken, oren

tegen elkaar gevleid, en dacht even diepe dingen. Hij minderde
vaart, er was niets mis met zijn ogen, zei hij

tegen zichzelf, het beest draaide zich om en verwisselende het
natuurverschijnsel voor zijn

rechterkoplamp. Hij bleef staren en hupte toen op het licht af.
Beiden voelden een bons, een lichte trilling.

Het was alsof de haas op schoot lag en zijn laatste warmte aan
hem gaf, het bloed over zijn dijen liep, zijn

vingers over de zachte vacht maar hij stopte niet. Hij reed zelfs
weer sneller zodat het licht voorgoed over het beest viel.

grote voeten

Een vrouw voert een uur een gesprek met haar hond, hij staat
waarschijnlijk in het verkeerde perkje of rukt

een vuilniszak open en speelt met de inhoud, misschien plast
hij weer tegen buurman’ s auto en heeft ze geen

zin in de verdediging, het ligt trouwens niet aan hem maar aan
haarzelf, hij werd gewoon groter dan gedacht

en zij steeds kleiner. Zo gaat het met meer zaken: kinderen eten
veel meer dan zij gewend was, het trapportaal

is veel viezer in een straaltje zonlicht, tegen hem liegen wordt
elke keer moeilijker en lachen daarbij doe

je nu eenmaal niet. Op het werk roddelt de nieuwe kracht en het
is beslist over haar en niet één ochtend

start haar brommer normaal, ze maakt zelfs niet genoeg vaart om
dat paaltje te raken dat zo hinderlijk op het voetpad staat.

niet teveel maar op de juiste momenten

Mevrouw, u zou me zeer aan u verplichten
Als u mijn innerlijk erbuiten liet

Wat denkt u – dat q.q. men in gedichten
Maar uitpakt over liefde en verdriet?
Ik heb diverse apen in mijn mouw

Tevoorschijn komen zullen deze niet
Daar ik het geenszins als mijn taak beschouw
Mezelf als expositie in te richten
U leest me, maar ik ken u niet, mevrouw

Drs. P., uit Heilzame Jeugdlectuur

niet teveel maar op de juiste momenten

Bij het vertrek hing ze haar oorbellen in de lamp boven tafel.
Ze bungelden nog wat na. Het was hetzelfde

als in de vroege morgen, opschrijven wat naar boven kwam,
om daarna veilig de deur uit te kunnen. Er

was een teken dat achterbleef, een bewijs dat soms moeizaam
geleverd werd, een foto van haarzelf op

een nat bankje buiten, voeten die ze voor zich uitstak, soms
alleen een glimmende neus van een schoen.

Ze rekte zich voor het juiste effect. Bij terugkomst trof ze die
volgorde aan: zachtjes wiegden daar

de attributen, zowel voet als sieraad terwijl de woorden vast in
hun omgeving stonden. Ze wist niet wat het

eerst gelezen werd: dat ze grote voeten had, een aparte smaak
of dwangmatige handelingen en iets teveel gevoel.

waarom hij er niet bij was

“Beschikbaarheid van een vrouw is iets wat mannen ruiken. Trouw ruikt nergens naar.”

Benoîte Groult, uit Les trois quarts des temps, vertaald tot Een eigen gezicht, door Nini Wielink

waarom hij er niet bij was

Soms praat hij vanaf een hoge trap terwijl hij stekkers verwisselt
en kabels, iemand staat stil terwijl en wil

onder hem door, een vrouw vangt een schroefje in haar decolleté,
soms praat hij terwijl hij kevertjes dooddrukt

met een vinger tegen zijn vensters en beschrijft hij hun gedrag, ze
schijnen zelf te paren tijdens, onder

de andere onderwerpen door. Vaak steekt hij ondertussen het vuur
aan of knippert de defecte gaspit

onder de ketel water, apparatuur piept en een blikken stem vergezelt
de zijne. Hij doet verslag zodat iemand het

onthoudt, het opschrijft en hem later herinnert aan, hij praat om een
stem te horen die niet teveel maar op de juiste

momenten lacht of zucht. Soms komt de ander met een verhaal, over
een vraag moet hij nadenken, dan is hij even stil.

het hart groot

De volgende dag meldt zich een ander kind, die met interesse in
het verleden, en zegt waarom hij er niet bij was,

kan hij morgen? Hij wil ook gemist worden en een uitgebreider
nostalgischer tour dan die we elk weekend doen,

voor de lunch dacht hij aan wentelteefjes en misschien kan de was
dan ondertussen draaien. Hij neemt dezelfde

wegen al draagt hij daarbij een zonnebril en sinds kort de krullen in
een knotje bovenop, hij heeft geen ambitie en durf

is met falen verbonden en sowieso gaat hij nu niet vragen om opslag,
bovendien weet hij niet zeker waarom hij

aangenomen is. Hij stopt zijn bungelend oortje in het mijne en deelt
stapvoets de nieuwste muziek die allemaal

lijkt op de mijne en veilig thuis is hij als de online status dat zegt, zo
was hij gisteren rond 21.53 nog levend.

‘wat een titel’

(c) Helle van Aardeberg

hoe lief tegelijkertijd

O, ik mis hem, ik mis mijn kind en het ons van vroeger zodra hij
de singel langsloopt en ik de zebra oversteek en de

andere kant opga, ik kijk niet om, ik mis hem als ik hoor hoe hij
opkomt voor zichzelf op het werk, dat zou hij

vroeger niet, ik ben trots dat hij de ambitie heeft en de durf, ik mis
hem als ik hem vertel over zijn oude stad, zijn

oude vader, we dwalen de zon in, hij zegt dat zijn broer meer in het
verleden geïnteresseerd is maar hij luistert,

vraagt en wijst, ik mis hem als ik zeg dat ik vaak over hem droom
zoals meer moeders dat doen over hun jongste,

hij heeft niets meer nodig heeft van mij dan de dank voor het eten en
het gezelschap, hij zet zijn bril af, de

ogen groot is hij opeens weer klein en helemaal van mij, veilig thuis,
zeggen we, het hart groot in onze handen.

Spaan 3

Pommerdepom pom

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑