Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

tijd

In het stukje lucht dat overblijft tussen de volle boomtoppen
wisselt zich een zilveren vogel af met de zwarte,

terwijl de witten blijven krijsen op de besmeurde lantaarnpaal,
het licht is in de nacht blijven steken. Ook

daartussen de trotse pluimen van de bloeiende kastanje en ver
beneden de rode kerstkrans van de ene deur die

nog zichtbaar is, alsof de kijker, de lege-lucht-snoever, de
vogelteller, in verwarring gebracht moet en zich de

juiste tijd niet herinnert. Pas als er staande wordt gemeten hoeveel
ruimte er is en we de mooiste auto (een witte

Peugeot 504 met een wiel op een betonblokje) overhouden, weten
we een zomer waarop we in een rivier vaststonden,

dunne slangen schoten onder onze voeten door, bovenlijven waren
ontbloot en de hemel was onbewoond.

tijd

“Er zijn ogenblikken waarop ik, voor dit papier zittend, alleen nog maar merken kan dat ik nooit het wezenlikste zal opschrijven, omdat het te dichtbij en te levend is.”

E. du Perron

vaak was het een combinatie

Je zit aan het ontbijt en twijfelt aan nog een eitje of iets met roze
vlokjes erin, het is warm en dampt, er past dat

broodje bij dat verloren nog in een mandje ligt, je kunt ook gerust
nog wat van dat versgeperste sap inschenken dat

even later tussen het bloed van de tafel drupt en op de grond zich
vermengt tot een ongewenste verfkleur waarmee

overigens niets te kleuren valt. Je zou geen honger meer hebben
en sowieso geen moeite willen doen al die

metalen scherfjes uit het gerecht te plukken of de vingerkootjes
willen tellen die zomaar rechtop in

de traktaties staan, het was een enorm kabaal net nadat je je keuze
had gemaakt, je ging voor de

havervlokken en de geitenmelk, dat was per slot van rekening een
stuk gezonder, je dacht dat je nog heel wat tijd had.

ondertussen

Vaak was het een combinatie die mijn mamma maakte: een
zachtgeel of lichtblauw, een jasje bij een rokje, een vestje
bij een heel licht kriebelend truitje, het was

het feest waarbij in de deuropening een narcis werd uitgereikt
naast de warme hand van de voorganger of de, ook gele, plak
cake van de bakker op de hoek die blijkbaar bezorgde

in het bijgebouw naast de kerk waar plots alle kinderen in het
nieuw gestoken waren en de ouders van een zeldzame vrolijkheid
getuigden en stemmen, door elkaar, een

heel nieuw seizoen aankondigden. Dit was de overgang naar
een beter leven, een hernieuwd leven, een leven sowieso en
Hij had dat ons bezorgd en de zon, ook geel,

was getuige zoals al die geknakte bloemen, vochtig geworden
in de hand. Ze kwamen in een lege melkfles, net met hun kopjes
boven de hals en stonden nog drie dagen in de keuken.

tijdelijke bewoners

naar de Filistijnen! Reuring 20 april 2019 met de bezielende medewerking van
Arie van Egmond, Juan C. Tajes, Rik van Boeckel, Bert van Baar, PM Delèfre en de Filistijnen!

onze enige attractie

 

 

 

 

 

 

  

(ondertussen in de boomhut)

 

onze enige attractie

De boomhut maakt zich klaar voor slingeraapjes, bananenschil
en oergeluiden, test haar stevigheid en veerkracht,

schudt de bladeren rondom nog eens extra op, waarschuwt de
vogels en verbergt haar voorraden. Jij schrijft

bijna dagelijks, zei laatst iemand, over je kinderen maar dat is
helemaal niet zo, dacht ik toen, vergetend dat

liefde en zorg en dat vreselijke loslaten altijd in de regels hangt
zoals nu die schommelende hut en immer de

zorg en aandacht haar – soms tijdelijke – bewoners betreft. Ik
lachte wat. Terwijl mijn kleinzoon vertelt hoe zijn

mamma ook in dat kleine speelgoedautootje was gaan zitten, it
was really, really funny, zie ik onszelf opstapelen

binnen deze muren en ons lanceren naar een volgende wereld,
als we hard genoeg schudden krijgen we immers snelheid.

bloesem en boerenerf

Even te wachten maar waarop, iets dat buiten het weten om
op de stoep plaatsneemt maar nog niet naar

binnen wil, iets dat fleemt en bedelt maar nooit genoegen
neemt, dat niets dat uit de ruimte opeens bovenop

zit of misschien dat alles dat nooit volledig is, nalaat en zich
afkeert van. Uitstel. De lucht oogt vriendelijk,

dotjes van wolken, vogels onzichtbaar in uitgevouwen bomen,
verdere bewoners afwezig nog, alleen een

stationair draaiende auto drie straten verder. Voordeelaanbiedingen
bij de kassa straks, een stroom toeristen rond onze

enige attractie, een bibliotheekboek klem in de daarvoor gemaakte
gleuf, een kerkklok die teveel slaat, altijd

iemand de weg kwijt, het enige verzet de foute verwijzing naar
het juiste centrum en de gniffel daarna.

staartdelingen

Reuring na afloop, 13 april, foto Conny Lahnstein

staartdelingen

Het terugfietsen deed aan vroeger denken, de straat verlaten,
de stad nog net niet helemaal donker, de geluiden

intiem, de geur van bloesem en boerenerf, een zomer die eraan
kwam, een terras waarop je nog net elkaars ogen

kon zien, het eindeloze van toen. Bijna neem ik de route naar
het oude huis en al haar bezoekers, de fiets

door de voordeur, het ene licht in de keuken of kom ik langs
de gracht en tussen de kerken waar ooit zo

hartstochtelijk werd gezoend en zomaar ben ik in de tuin van
het hofje en buk onder de struiken. Weer

is het thuiskomen het belangrijkste maar ook in de handelingen
vooraf, herken ik vroeger. Een vergadering, een

afspraak delend tegenover elkaar en tekeningen in de kantlijn
van mijn papieren, een handdruk, de koffie lauw.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑