Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

gebedel aan zijn voeten

‘Tussen droom en werkelijkheid liep een weg die klaarblijkelijk langer was dan het leven zelf. Een mens mocht al blij zijn als hij in het proza van een trouwe kameraadschap nu en dan eens een fragment zag oplichten waarin zich een vuriger wereld weerspiegelde – een hartstocht die je welbeschouwd alleen ten volle kon beleven als je nog heel jong was of geen andere plannen meer had dan doodgaan.’

Yves Petry, uit: Liefde bij wijze van spreken

 

gebedel aan zijn voeten

Je had liever de nacht, het donker dat langzaam alle kieren
opvulde, over je heen boog als een moeder die

je instopte, nog even trok aan je lakens en dan een kus op
je voorhoofd plaatste, ik liever de ochtend,

bang voor het zwart en de beesten nu onzichtbaar. Jij stelde
de komst van het licht uit, kroop onder

het kussen, ik zwaaide mijn benen meteen over de rand,
liever had je ze om je heen gehad alsof we

beiden dat moment van leven even konden uitstellen, ik
praatte, jij zei niets. Ook had je zoveel liever de

zeldzame bloemen tussen de rotswand en huppelde ik tussen
de madeliefjes in een wei, er waren er

veel te veel, je beweerde dat je geen moeder had gehad. Vaak
gleed ik terug onder de dekens en kuste je.

in het nog groter hart

Buiten wordt om Fluffie geroepen, zacht maar aanhoudend
en bijna klagend, geen harig kwispelend vertederend

wezen maar een kale vechtersbaas met geplooide ledematen
neemt met snelheid het grasveld, zich

quasi gehoorzaam voegend naar een dun meisje in trainingspak.
Er is ook een droom die niet klopt, zonder

slipje sluip ik door de tuinen, steeds aan mijn shirt trekkend zodat
niemand mijn billen ziet. Misschien heb ik een

paardenstaart op mijn hoofd en noemt iemand me met dezelfde
naam, heeft hij een zachte kwast nodig voor

een volgende tekening, gebedel aan zijn voeten, alles immers
voor de kunsten. Binnen zuigt de warmte aan

de vloeren, voetafdrukken van zand en stof, druppels zweet traag
vallend langs stille delen als enige beweging.

presentatie 1e dichtdruk

Kunstenaar Piet Lont en dichter Joris Miedema presenteerden in de consistorie
van de Grote Kerk Alkmaar de 1e dichtdruk!

je kunsten

‘Wat me wel interesseerde, was zijn uitgesproken voornemen om schrijver te worden Dat was namelijk ook mijn eigen voornemen sinds ik ontdekt had dat een specifieke levendigheid van geest en geslacht die me afwisselend vrolijk en somber stemde, in allerlei boeken ter sprake kwam als een volstrekt acceptabel en in sommige gevallen zelfs artistiek verschijnsel – een geaardheid die niet zelden gepaard ging met een meer dan gemiddeld talent.’

Yves Petry, uit: Liefde bij wijze van spreken

je kunsten

Ze is gek op aandacht, zegt het vriendje tegen de suppoost
die mijn capriolen in de zachte hut niet

kan zien, maar wel de verwoede pogingen van de fotograaf
mij te laten doen wat hij wil. De een bewaakt de

witte handschoenenbak en de plastic overtrek schoentjes en
eigenlijk ook mij terwijl ik zo aardig kleur bij

de heuvels in het kleinste magisch centrum dat weer in het
grotere in het nog groter hart staat, de ander

richt een niet geheel welwillend oog en vertraagd door de
techniek door een krappe kijkcirkel en klikt.

Mijn lijf glijdt door de tijd en botst tegen de hardere punten
die zich fier oprichten ver beneden dat

hart en omzeilt de wanden die haarzelf begrenzen, de mannen
kletsen erover hoe het resultaat te verkopen.

 

Magisch Centrum Amsterdam, Stedelijk, 14 juli 2018

kopjeduikelend

Magisch Centrum Amsterdam, Stedelijk, 14 juli 2018

ver uit het zicht van

Ik ben altijd alleen, weet je dat en ik draag altijd alleen
jouw vertrek met me mee en ik kan het

opschrijven en je kunt het lezen en voelen, zeg je, ik kan
het bijna voelen want het was zo en niet anders,

maar niemand corrigeert die feiten en geen enkel persoon
komt ervoor in de plaats, mooi gevoel

schamper ik, fijn leeswerk, verzin nog eens wat. Het was
niet je bedoeling, zeg je. Ik ben gemaakt voor

dit alleen zijn, ik praat tegen het papier, ik kras tegen de
ruit, ik druk je weg zodra je kopjeduikelend je

kunsten vertoont, geen enkele moeite, zeg je. Het zou iets
zijn waarvoor ik je bedanken moest. Nee,

je hoeft niet te komen, je weet niet waar ik ben, oefen nog
maar wat in het je bewegen van hier naar daar.

het achterland het uitzicht

Nog eens. Boek 8 heeft in 3 dagen tijd 16.127 woorden. (We waren het nummer vergeten in onze reeks manuscripten)
Het bevat herinneringen aan de stad Alkmaar, het dorp Sint Pancras, de gebruiken en gewoonten van mijn jeugd en daarna, de sociale omstandigheden en maatschappelijke veranderingen, opgeroepen onder andere door het voorlezen aan de ouderen en het delen van hun ervaringen, en op verzoek van mijn kinderen.

het achterland het uitzicht

Strijkend langs de kleine groene blaadjes van mijn kruidentuin,
op zoek naar de gaten makende, gulzige onverlaat, houd

ik alleen de geur aan mijn vingers over en daarmee de herinnering
aan mijn mamma die op haar knieën in het groentebed lag,

haar klompjes onder haar rokken geschoven, en met het schilmesje
de ingrediënten afsneed voor de soep of de

gevulde vleestomaten die uit elkaar spatten in de oven alvorens ze
op ons bord kwamen, en ik huil zomaar omdat

naast deze heerlijkheden al het andere meekomt: zomers die in
de achtertuin gevierd werden, ver uit het zicht van

de dorpsbewoners, beesten die hun warmte aan ons afstonden en
met de bek in onze hand meeliepen, een vader die –

ach, alles was daar nog, en ik zelf, ik zelf, en het land onbegrensd
en voor altijd van ons, licht wuivend en geurend.

« Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑