Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

de ruimte om ons heen

We zouden beter moeten weten, zegt iemand op straat. De zin
stijgt naar boven als een ballon zonder touwtje, de rest

van het gesprek staat misschien op een briefje in het roze ding,
buiten bereik van iedereen. Wat, denk ik,

en wie zijn we? Een fietser buigt zich over een kind voorop,
een man scheldt op een langzame hond, de

achterbuurvrouw rookt haar honderdste sigaret, er is een auto
die niet wil starten. In het trappenhuis de lucht van

gebraden vlees. Vliegtuigen lijken lager dan ooit te hangen en
blikkeren tussen roerloze bomen, tuinen zijn

op slot, terrasstoelen opgestapeld, er hangt een jurkje aan een
hek. Er wordt langdurig gebeld, ergens doet iemand

open. Beter dus dan we nu doen en met z’n allen en gisteren
eigenlijk al, liever nog vandaag.

hij fluit wellicht

Reuring op vakantie!

Zaterdag 10 augustus verzorgen Reuring en Bert van Baar Eldorado Poetry: een avond vol poezie en muziek met dichters als Marije Hendrikx, Petra Fenijn, Gerard Scharn en Elbert Gonggrijp en singer/songwriter Rob van der Plas en natuurlijk Bert van Baar zelf!
Aanvang 20.00 uur, locatie camping Eldorado in Groet.
De avond maakt onderdeel uit van het Eldorado Zomerpodium dat in de maanden juli en augustus tal van activiteiten biedt onder leiding van Bert van Baar.

hij fluit wellicht

De temperatuur zal in die kamer het meest stijgen. De ramen
geblokkeerd door de automatische zonneschermen,

dicht vanwege dreigende tochtstromen, de deur afsluitend, de
hitte vanuit vestjes en vale bruine rokken, de

dikke wollen sokken van de heer B. die wel in sandalen steken
maar verder geen zomer betekenen, het kleur op

kleur verschijnen van mevrouw Z. die met één been onder tafel
schuift en altijd pijnlijk botst, het verband van

de heer T. dat van zijn plaats komt en jeukt en uit het decolleté
van A. die elke maandag zo lief is de koffie te doen.

Om dan te praten over vroeger, het hooiland te missen en het
donker bier, de ruimte om ons heen, het strootje tussen

de tanden en de armen onder ons hoofd of hoe we ontsnapten aan
een bui die reeds dagen over onze velden hing.

ruim voor de eerste lichtflits

 

zomerse schaduwen

ruim voor de eerste lichtflits

Op zijn foto’s wappert de was, er kraait een haan, zij is bij voorbaat
verraden, een hond slingert van een zandpad, de

zon is zwak nog, de horizon zichtbaar en recht. Hij doet zijn best.
Er zijn winkels met de inhoud op straat, hotelkamers

die open staan en een opgeruimde indruk maken, de zon klimt, de
schaduwen komen. Er is een oud mannetje dat

grijnst, de hond komt terug, zijn hand zal losse gebaren maken
ergens buiten beeld, hij fluit wellicht. Dan volgt

een opgemaakt bord met een vork ernaast, zij lijnt natuurlijk, en
een tinkelend glas, de ingrediënten appt hij later

net zoals de waardering. Er is een cijfer voor alles. Nooit vouwt
iemand het wasgoed, niemand slacht de haan,

misschien dat hij nu, met die ene hand die over is, via haar knie naar
boven klimt, net voordat hij met een klik zichzelf neemt.

vingers in haar oren

Al voordat het begint, is ze terug in de keuken van het eerste
huis, leunt tegen de koele tegels, vingers in haar

oren. Ruim voor de eerste lichtflits, telt ze haar zegeningen want
dat moet, als ze dat doet, kan er niet iets ergers

gebeuren. Ze zegt haar mantra, kijkt soms stiekem tussen haar
oogleden door, wacht af. In alles hetzelfde

kleine meisje van toen. Lang voor de zinderende warmte, ergens
tussen het eerste wolkje in de lucht, soms

ook in elke regenbui, verwacht ze het onheil van boven want het
heeft altijd met iets van haar te maken. Vroeger

zeker, nu twijfelt ze soms. Nu probeert ze alles bij elkaar te houden,
bezittingen, liefde, zichzelf, muren, kunst, de

woorden, ze komt altijd armen te kort. In die keuken daar had ze
nog niet zoveel, dat scheelt. Ze wil weer terug.

op de tast

Omdat er altijd een keuze is, vond ze dat alles dat daarna kwam
haar eigen schuld was. En alles dat ervoor zat

ook. Ze had geleerd niet te treuzelen en dus kende ze soms niet
alle mogelijkheden voordat ze besloot en had

ze eenmaal besloten, dan wist ze later echt niet meer waarom.
Het was kortom een puinhoop in haar en

vaak dacht ze alleen maar daaraan of hoe ze dat in een keer kon
veranderen en voorgoed. Ze klom op

de toren van Z. maar had hoogtevrees en ze lag op de rails van
D. maar dat was bijzonder ongemakkelijk.

Toen kwam iemand die haar zou helpen en hartjes tekende op
haar ramen, daar koos ze echt niet voor, ze

was geen deler. Ze deed haar vingers in haar oren en liet het huis
ontploffen, alles dat daarna kwam was haar eigen schuld.

het gehalte

Met de heer K. is het allemaal goed gekomen.’ Je vraagt je in
hemelsnaam af waarom je met zo’n zin wakker wordt

en of het niet beter is op een holletje terug te keren naar de nog
warme plek, het gaat tenslotte niet over

mevrouw S. en je herinnert je wel een droom maar daarin wilde
je iedereen gelukkig nieuwjaar kussen terwijl

het nog zomer was en de heer K. stond daar helemaal niet tussen.
Iets moet er ontstaan zijn tussen de heer K. en

jezelf terwijl je in sluipgang door de vertrekken liep, op de tast
bijna en met kleine oogjes, de deur van het slot

draaide, een slok water nam en een vitaminepil, het toilet bezocht
en het raam openzette en met een ploffend geluidje

op je stoel plaatsnam waar je blote billen zich zogen aan de bekleding
alsof dat de heer K. was en je hem niet wilde laten gaan.

een ketting in de knoop

Nu kinderen vrij zijn, niet meer in optocht voorbij dit raam trekken,
redacteuren hun bootje uit de haven sturen en met

één hand de onderrug van hun vrouw kriebelen, verslaggevers de
hoeveelheid lucht beschrijven in een plastic krokodil,

spelend aan hun voeten, interviewers alleen het gehalte Sangria
meten of het effect van de zon, horen schrijvers

losgelaten te worden, in ieder geval in keuze van onderwerp en tijd.
Geen deadlines dan een vaag gebaar naar een

voorbije zomer, een straks, een veilig thuiskomen, een temperatuur
onder nul. Er zijn er die natuurlijk doen alsof:

geen ijsjes in de aanbieding, geen fleurig zonnehoedje, geen loom
langstrekken, geen luieren. We krijgen de ligstoelen

niet in elkaar, hunkeren naar stamppotten, negeren het zweet en
voelen ons, als altijd, misplaatst in ogenblik en ruimte.

een enorm zwart gat

De heer A., die naast me zit en van wie af en toe de hand op
mijn arm verschijnt, noemt een naam die mij

de huiskamer terugbrengt en mijn moeder die vlak op het
radiotoestel haar favoriete taal hoort, zwaar

christelijk en met bulderende stem, doorsneden met lijzig gezang,
dik als het pluche dat over de tafel liep. Daar

zitten ook de andere leden van de groep, de heer T. met zijn voet
in een teiltje, mevrouw V. met een ketting in de

knoop en mevrouw De H. met alle koekjes van het schaaltje. Als
mamma verdwijnt, komt mijn vader die nonchalant

ons achterin zijn auto stopt, de bochten neemt als een held, het
picknickkleed, zwart/wit geblokt, uitspreidt

langs de route en iedereen laat raden naar merk en kleur van de
voorbijganger. Mevrouw De H. voert de vogels.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑