Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

alleen de zwarte strepen

Vroeger was het antwoord nog stoutmoedig, ietwat vilein en
vol gespeelde overtuiging, nu is er bij voorbaat een

excuus, een knieval naar de tijd, een omslachtig gebaar al blijft
de inzet even hoog, voorspelbaar ook en zo

typisch vrouwelijk. In beide gevallen wordt er meewarig bijna
geglimlacht, we gunnen haar ook wat, ze is

lekker bezig, ach en kijk. Aangenomen wordt dat het nu rusten
wordt in een kabbelend stroompje, hier en

daar een bal redden of een verdwaalde badgast, het fluitje van
een cent, de uit het zicht verdwenen

horizon. Het tegendeel zou ernstig zijn, zielig ook, ongewenst
en zorgelijk alsof alles gepakt is voor de reis en

zij haar schoenen nog zoekt of opeens misselijk blijkt, de proviand
uiteraard al op, de kaart tot vliegtuig gevouwen.

in de andere versie

Tegenover mij tikt een jongen traag en vele malen verschillende
punten van zijn lichaam aan, alsof hij een kruis slaat

met niet eerder gekende onderdelen, een lijf heeft dat hij eerst nu
bemerkt, een gebed dat alleen voor hem

geldt of een oefening in concentratie zodat alles dat hierna komt
eenvoudiger wordt of beloond met resultaat.

Pas daarna neemt hij een slok uit de beker koffie waarvan hij het
deksel al heeft weggegooid. Ik denk aan

springen op alleen de zwarte strepen van de zebra of hoe de eerste
koffie het lekkerst smaakte na de kerkgang,

vroeger en in hoeverre zijn buurvrouw niet hetzelfde doet: sjaaltje
knopend en weer los, haar achter het oor en weer

voorovervallend, herhalend wat het meest vertrouwd is en of het
niet beter zou zijn een hand te leggen op zijn knie.

of ze in mijn verhalen zouden voorkomen

Soms verwacht je hem in je mailbox, je opent met een vage
herkenning maar het dringt pas tot je door als je

de dubbele M ziet voor zijn achternaam, het is een onhandige
vraag natuurlijk, hoe of het gaat en of je

misschien nog een keer elkaar kunt zien en snedig zul je zeggen
dat als je dat zelf vroeger opgenoemd had, hij

meteen had gevraagd wat daarvan de bedoeling was, sowieso
was het onverstandig, en in de ene versie

zeg je ja, je weet tenslotte niet voor niets nog zijn telefoonnummer
uit je hoofd, en in de andere versie zeg je,

arrogant en geheel uit de hoogte, dat je geen belangstelling hebt,
echt niet bedoel je, en dan verwijder je die

per ongeluk geopende en verstuurde mail en lacht nog wat smalend
om die belachelijke tweede voorletter.

doelgericht

Alsof het de rode verf is die ik in mijn krullen spoelde, de massa
optilde en zo behoedzaam liggen ging en toch de volgende

ochtend verwachtte de lakens rood te vinden, zo drapeer ik het
lijf rond zijn laatste ingreep, de deken daar

bovenop, en denk aan schaduwen maar dan in kleur en leeglopen
maar dan op een verkeerde manier en de

witte was roze. Ik denk aan de vrouwen die mij hielpen en die
vroegen of ze in mijn verhalen zouden voorkomen

een volgende dag, hun handen sterk en warm, een moederschoot
tegen mijn uitstekend been, als altijd een

zoon daar aan het voeteneind, te jong en te knap om serieus te
worden genomen, en hoe ik hen toeschreef

de hoofdstukken over te slaan om meteen in de dichtste bomenrij
terecht te komen en het blikkerend zonlicht op de afrit.

“het geeft me ook een gevoel van noodzaak”

“Het geeft me ook een gevoel van noodzaak”

zoiets

Hij heeft het over een gezonde dosis egoïsme, energie lekken
zelfs wegzuigen, het achterste van mijn tong en

zijn handigheid, het zou een verdienmodel kunnen zijn, we
zijn een succesvol duo, een onderneming

zonder echte structuur maar een herhaald en beproefd recept
en u heeft vast al eerder over ons gehoord.

Voorzichtig probeer ik wat aanpassingen, ik werp tegen dat
ik een volgende keer eigenlijk gewoon in

zijn armen wil, geen formulieren daartoe wil invullen maar
mezelf het liefst van een afstandje werp zonder

doelgericht te zijn, ik kan hem vast niet missen, hij berekent
kansen, zijn eigen zuinigheid en mijn

iets te grote sprong, misschien kunnen we uitbreiden met de
buren, winst moet je spreiden om nog meer te maken.

aflopende lengtes

Het verlaten van de vorm zou misschien, hoe willekeurig
gekozen ook, hetzelfde betekenen als het zich

vrijaf geven, de opdracht wegvegen van het bord en de vieze
vingers aan de broek schoonpoetsen en dan met

lege boodschappentas een andere wijk in de stad te nemen.
Het wachten is alleen op het oversteken, een

nieuw filiaal binnen te gaan, een gesprekje te beginnen met
een onbekende caissière die eenzelfde glimlach

bezit en evenveel geduld, het is alleen maar goed om verder
te lopen, enzovoorts. Zelfs hierover is

nauwelijks nagedacht. Op een ochtend staan we daar, kennen
geen witregels meer, geen heilig getal, slingeren

alles naar beneden, er is een aanbiedingenbak, en komen
beladen met korting uit in het midden of

zoiets.

uitgeklopt en opgevouwen

Dit keer had de dichter een zusje die mijn hand hield terwijl
ik hem naar het vervolg vroeg, had hij nu werkelijk

meer succes en was het gelukt zijn werk over de grenzen te
verkopen, ik deed alsof ik van niets wist en

al zijn berichten niet gezien had, en hoe was zijn nieuwe etage
in de stad, terwijl zij maar kneep en kneep zodat

ook haar vragen werden gesteld maar ze schreef niet, zei ze,
ze paste slechts op hem. Ook hij nam mijn hand

en zo liepen we, het had niets te maken met mijzelf noch
met alles wat ik daarvoor bedacht had en

alleen de aflopende lengtes van onze lijven hielden een versje
in zich en toch werd ik wakker met

dat beeld van drie mensen die een kant opliepen in de stad
en elkaar voor wat dan ook behoedden.

het scheve land

Op de hoeken van de deken legde ze haar pumps en voorzichtig
zat ze daar, keurig, alles overziend, ontspannen en

toch meteen tot ingrijpen bereid terwijl hij in het midden van
de zwart-witte blokken languit met zijn ogen dicht

de hemel bestudeerde maar gewoon in slaap was. Ze nipte aan
haar beker koffie, peuzelde aan een koekje, tuurde

in de verte terwijl wij heel dichtbij waren, achter een twee bomen
misschien, zo bepaalden zij beiden hun eigen

afstand. Na even werd de deken dan uitgeklopt en opgevouwen,
het proviand in de tas, haar kleding rechtgetrokken,

hij kreukelig achter het stuur, zij met haar schoenen aan rechtop
achter het glas, wij achter dezelfde boom maar

dan achterin, verzinnend hoe wij kwijt waren of hoe de wereld
begon na de punten van de deken.

niets persoonlijks

Het warm geworden schermpje tegen mijn oor en het liefste
woord gelispeld in haar straling is dichterbij dan

zijn lippen, mijn warme wangen, mijn half open mond, het
lachend gezicht op het vierkantje dat ik in mijn

handen houdt intiemer dan het hoofd in mijn schoot, benen
open, de ruis uit het toestel de plaat die wij

draaiden en vergaten om te keren, het gesprek de tekst die we
uit ons hoofd leerden en mee konden zingen.

De afstand gaat van jaren her tot nu, van de hoek hier tot het
scheve land daar, van onderop tot bovenaan, van

niet gehoord tot welverstaan, van altijd beter proberen te zijn
en te vergeten wat beloofd was en dan met een

grapje en een omweg toch terugkomen op, zelfs als ik hem in
de lucht houd of laat vallen en verbrijzel met mijn hak.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑