Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

stippen die sprongen

“De zonovergoten achterzijde, onzichtbaar voor voorbijgangers, was gehuld in een mantel van blauweregen vermengd met trompetbloemen die zwaar leunde op het versleten ijzeren raamwerk, in het midden doorboog als een hangmat en zijn schaduw wierp op een klein betegeld terras en de drempel van de salon….Heeft het zin met povere woorden de rest te beschrijven? Wie heeft er iets aan mijn bespiegelingen over de herfstpracht van de rode slingers van de wingerd die onder zijn eigen gewicht bezweek en zich in zijn val vastklampte aan de armen van een den? De zware seringen waarvan de dichte bloemtrossen – blauw in de schaduw, purper in de zon – snel verwelkten, gesmoord door hun eigen weelderigheid, deze seringen die al zo lang dood zijn, kan ik niet opnieuw naar het licht laten klimmen, en al evenmin naar de huiveringwekkende clematis die afwisselend zilver, loodgrijs of kwikkleurig werd gekleurd, met vlijmscherpe stukjes amethist en venijnig spitse saffieren, door een bepaald blauw raampje in het tuinhuis achterin.
Huis en tuin leven nog, ik weet het wel, maar wat doet het ertoe als de magie ze heeft verlaten, als het geheim verdwenen is dat een toegang was tot een wereld – licht, geuren, harmonie tussen bomen en vogels, gemurmel van door de dood verstomde mensenstemmen – die ik niet langer waard ben…..?”

uit De eerste keer dat ik mijn hoed verloor, Colette gekozen en vertaald door Kiki Coumans

stippen die sprongen

Mijn ergernis aan de geheimen komen uit een fluisterende
moeder die met rode wangen en vinger tegen

haar lippen haar ervaringen deelde in de hoop dat we vanaf
dan de allerbeste vriendjes zouden zijn. Mijn

vader deed hetzelfde maar dan hardop en het liefst tijdens
koude wandelingen met druipende neuzen.

Ik weet dat ik het ook doe. Mijn kinderen hoeven de bundel
niet eens uit het pakpapier te halen, de kast niet

uit te ruimen, ze weten zondermeer wat er speelt. Ook betrap
ik willekeurig anderen op dezelfde wens: smiespelend

willen ze bevriend zijn met de barista, de kunstenaar langszij,
de reiziger zonder bagage, de man van belang,

en alleen maar om die schijnbare gezamenlijkheid die oplost
zodra ze uit beeld zijn en de adem stolt.

kleine snoertjes feestverlichting

Haarlem, oktober 2018

kleine snoertjes feestverlichting

Met mijn zusje had ik een optreden vannacht, als je tenminste
het rollen over straat in een jutezak een performance kan
noemen waarbij zij niet geheel vrijwillig of

bewust meedeed aan de act. Ze droeg daarbij geheel overbodig
het prachtig streepkostuum dat ik in de uitverkoop had weggezet
maar nooit had besteld en was behoorlijk

gekrompen. De straat was vol met mensen die raar deden, er
waren gekleurde pionnen die muziek maakten, stippen die sprongen,
er waren glijbanen en tunnels en van gewoon

verkeer was geen sprake, zodat ze echt aan geen enkel gevaar bloot
stond. En ze giechelde en dat is al heel wat gezien het feit dat ze
niets met kunst heeft en niet tegen het groot

vertoon van ego kan, ik bedoel dat alles best goed ging. Er kwam
een moment van stilte waarop ik de zak zelf opende en ons naar
buiten liet waarna we meteen boodschappen

deden in de grootste supermarkt waarin meer vrouwen dat pak
droegen. Ze had geen last van jaloezie, betaalde voor mij en was
van gelijke lengte en opeens een stuk jonger.

met een buiging

Nu weer zichtbaar wordt wanneer de overkant wakker is, gordijnen
opgeschoven tot grote vlakken gelig licht alsof ijs

gesmolten voor gevaar zorgt en schaduwen lijken op door schaatsen
getrokken banen, nu weer duidelijk wordt wie waar

woont en met welke bedoeling, auto’s toegedekt, schatten half op de
stoep, het seizoen reeds aangekondigd geïllustreerd met

kleine snoertjes feestverlichting en half schuddende bolle mannetjes,
nu alleen nog maar de vogels de ruimte vullen vallend

tussen hen en mij en ikzelf te zien ben in de beslagen ruit, voorover
gebogen in aanbidding en uit dwang, alleen nog

te raden valt waar de grond begint en waar de lucht en wie er het
eerst naar de hemel tuimelt, kunnen we niet langer

slechts met kippenvel bedekt en benen iets uit elkaar ons verslag doen
van deze spijtige vertrouwdheid met de wereld.

met een buiging

“‘Wat voor verhaal wilt u horen?’
Ik mompel iets over het vrouwelijke perspectief.
‘Wat is het goede verhaal om u te vertellen?’
Dat heb je wanneer je iemand interviewt: de een neemt de regie over, de ander wil juist regieaanwijzingen, weer een ander begint te duwen en nummer vier vat het op als een biecht. Niemand behandelt je als journalist. Sommigen praten met je alsof je een vriend bent, anderen zien je als een ambtenaar, of als een onbekende in de trein. Ik kijk hoe ze gaat zitten.
‘Ik wil dat u me in uw boek Lena noemt.’
Ze zit te wachten op een bevel dat niet komt.
Ik lach schaapachtig, als een idioot. Dan zet ik de recorder aan.
Interviewen heeft iets van acteren: met mijn ogen wil ik wat zwakker, wat pathetischer overkomen dan ik ben, zodat zij haar verhaal op haar manier vertelt.”

uit This is Londen, Ben Judah, vertaald tot Dit is Londen: leven en dood in een wereldstad, door Henny Corver en Pon Ruiter.

“Ik heb prachtige ontdekkingen gedaan”

Kort interview met Hans Franse (in de nieuwe serie gesprekken met Meandermedewerkers)

“Ik heb prachtige ontdekkingen gedaan”

om de afstand te accentueren

Misschien bestaat herstel hieruit: alle zolen van alle schoenen
te laten maken door de aardigste ondernemer uit

de stad, wellicht alle neuzen ook, en dat verspreid over de weken
van het nog resterende jaar zodat we zijn prettige stem

en dito handelingen kunnen herhalen en iets hebben om naar uit
te zien, de kosten gespreid, en bij het laatste bezoek

aan een zelfgebakken cake kunnen denken die hij dan met
groezelige vingers kan oppeuzelen en waarvoor hij

knikkend bedankt om dan met vuile en vette handen en volle
mond precies mijn laarsjes uit de berg schoengoed

te halen en met een buiging te overhandigen zodat ik kan zeggen
hoe knap het is dat hij mijn schoeisel herkent en hij

dat ik weer mijn best heb gedaan en het onzeker is of het om gebak
of voeten gaat of hoe weinig scheef ik heb gelopen.

willen weten wat er stond

“In het donker zag hij de ogen van die andere jongen. Ze hadden niets te vrezen. Londen was het land van de rechten. Londen was het land van de medemenselijkheid. Daar deden ze je niks. Je hoefde alleen maar te zeggen dat je de oorlog in je land ontvlucht was en gevaar liep, dan stuurden ze je nooit terug. Het was een rechtvaardig land. Het rechtvaardigste land van de wereld.
Hij trilde toen de truck bliepend de trein op reed, naar het land waar hij het altijd over had gehad. Het land Neasden. Het land Londen. De stad waar iedereen rijk is. De stad waar ook jij rijk kunt worden.”

uit This is Londen, Ben Judah, vertaald tot Dit is Londen: leven en dood in een wereldstad, door Henny Corver en Pon Ruiter.

willen weten wat er stond

De machtige recensent wil wel mijn tattoos zien en alle
plaatsen waarop, langskomen voor het taartje

dat nog in de vriezer gereserveerd staat, zelfgebakken,
beiden likkebaardend op een foto,

en ook is mijn optreden de leukste attractie voor na de
pauze maar mij echt lezen doet hij niet. Ook

had hij eens een favoriete zin of zelfs een heel vers maar
om dat nu te delen met het volk gaat te ver,

het diende slechts om de afstand te accentueren, een kleine
aanmoedigingsprijs zoals de volgende foto

slechts een halve was, het hoofd ontbrak. Zou hij een hap
nemen uit iets, hij brak zijn tanden, raakte

voor altijd verslaafd, trok met pen de lijnen op zijn eigen
borst en voelde de inkt druppen in de bloedlijn.

« Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑