Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: dromen (page 1 of 19)

de aan onderhoud onderhevige

Dat ik dan achterover zou vallen op zijn bed bovenop een
nest jonge muisjes want als hij muizen heeft,

wonen ze natuurlijk ook daar, en niet zou klimmen op een
stoel en zou gillen maar liefdevol ze

toedekte en lachte en zou kirren van schattig en hoe lekker
warm ze daar lagen en dan opzij zou rollen

en in zijn krullen de beestjes zou zien lopen, heuvel op en
af, een ware speeltuin van plezier. Hoe op

deze gedachten te komen terwijl de plek niet eens open is,
er een roestig hek staat om de attracties, regen

over de toestellen sijpelt als zweet over mijn lijf, het nacht
is nog en dromen niet alleen fantasieën zijn maar

brokjes uit de dag ervoor zoals dit gedicht zich ophangt aan
een enkele regel of woord van gisteren.

een centimeter

Er is een jongen die de schaduw boven mijn hoofd weghaalt,
gewoon in stukken knipt, daarna wegfietst.

Er is een huis vol met katten die overal vandaan komen, ze
schreeuwen en krijsen en vallen aan zodra ze

vanuit met sinterklaaspapier beklede dozen springen, mijn
kinderen vegen met bezems ze de tuin in, ik

ben vreselijk bang dat ik voor dierenmishandeling aangeklaagd
word maar ik weet niet waar ze vandaan komen.

Mijn waterhuis is vervuild, de baby praat net zo verstandig als
mijn moeder hoewel zonder zangerige toon, er

is de vader die mijn atelier herbouwt en lichten aanbrengt op
de juiste plekken. Angstvallig houd ik

de deuren naar boven dicht, er moet toch een ruimte zijn, denk
ik, die schoon en veilig is, ik bewaak ons allen.

iets over die bomen of hoe hoog we nu zitten vandaag

Soms verplaats je jezelf in zijn geheel, niet eens daadwerkelijk
maar in gedachten zoals dromend bij een muziekje

naar keuze, een man naar je hart, soep naar je smaak. Soms ook
neem je jezelf echt op en zit je pas weer

meters verder neer, te wakker om nog iets te wensen, gespitst op
bijgeluiden en vreemde geuren, kleverige handjes

in je nek, flemende stemmen die om ‘de allerlaatste vragen’, keer,
boek, kus, cadeautje. Als je je klein maakt, waai je zo

met ze de hoek om en misschien kom je in een land dat je niet
eerder kende, juist omdat je je ogen open hield.

Vaak ook doe je alsof, je denkt sneller dan je je verplaatst, er blijft
een been achter, een arm houdt vast, trekt zich

tergend langzaam uit, wist je dat ook kleine kevers moeders hebben
die hun pootjes tellen alvorens te slapen?

andere willekeurigheden

In de droom troost ik door zijn hand te houden, bang als hij
is, het is hetzelfde als tegen de kussens aan liggen

en doen alsof een lief daar slaapt of liever wakker nog. De
angstige vriend in de nacht met wie ik

rennend over pleinen en door straten ga, met wie ik me schuil
houd en verkleed een andere keer de deur openzet,

die huilt en die mijn vingers over zijn wang voelt glijden of
mijn tong likkend, ben ikzelf, het bed is

immers leeg. Het doen alsof, zowel de reddende engel zijn
als de belaagde, zowel het gevaar als de

geruststelling, is een dubbelrol die ik slapend en helder een
volgende morgen, gewend ben. Hij bedankt

me, daar, vannacht, ik zwaai mijn benen over de rand en ren
een nieuwe dag in, de dreiging blijft.

de rest vervaagde

Vannacht was er een huis in een huis, een gezicht onder een
gezicht, ik trok een plastic hoes vanaf zijn oren naar

beneden en hij grijnsde. Er zat nog een laag onder zijn huid
zoals er nog een tuin was in de huiskamer met

een ingang naar een andere woning, ik verdwaalde niet, ik
ontmoette oud collega’s, liefjes van weleer,

ontweek sommigen, werkte tussendoor, haalde verslagen uit
een ratelende typemachine. O om hem te zien

daar en niet te spreken, alleen maar vanuit de verte voelen dat
hij terug keek, luide stemmen die terug gingen naar

het gesprek van toen. Vannacht was ik de dienstbare secretaresse
die het brood van haar meerdere belegde met

vers gehaalde spullen, zijn das strikte, zijn tas vulde, zijn droom
klaarlegde en zelf erin omkwam, bruikbaar dat wel.

en natuurlijk ongevraagd

Op de hoeken van mijn bed blijven ze staan, worden steeds
duidelijker terwijl ze zich vasthouden aan de

spijlen, draaien erom heen, hoofd- en voeteneind een spiraal
van hun handelen, kop en staart zie ik bewegen.

Ze fluisteren als nimfen, dansen als elven, zingen als verleidsters
vanuit de bodem van de zee, trollen zijn het

vervolgens, reuzen dan met een blikkerende drietand. Ik geloof
niet dat ik ze uitgenodigd had. Zo rond het

middernachtelijk uur drinken we thee, ze willen ook een lepel
honing, straks gaan ze bedelen om brood. Terwijl

ik wakker ben, kijken ze me aan, bekenden van me, terugkerende
bezoekers. Soms is dat genoeg, zoete thee, andere

nachten drinken ze mijn bloed, boeren luidkeels en spugen me
onder alvorens ze uit elkaar vliegen en oplossen.

de plek

Of het genoeg is, weten we niet. We kennen onze honger onderweg
maar we stappen zo stevig door dat we nauwelijks toekomen

aan de rijk belegde boterhammen, bovendien heeft alles zich van
plaats verwisselend door onze cadans, er is

alleen nog de knoop in het plastic zakje. Wellicht kijken we niet eens,
er hangt iets over onze rug dat vergroeid lijkt met ons

lijf. Zo schrijven we ook niets over dat wat we zien: we vinden een
kat terug, verwaarloosd en nat, er staat een paard zonder

benen in een omheind veld, de kinderen zijn er maar zijn ze allemaal
van ons en mijn vader wijst wapperend een bocht aan maar

blijft achter. Ik kom langs het ouderlijk huis en kan mijn ene been niet
voor het andere plaatsen, zet mijn eigen beeld stop, er

ratelt iets. Natuurlijk is het genoeg, het is van een hoeveelheid die
ontroert en minuten lang terugkomt, gistend in je buik.

hij is er ook bijna niet

Van zachte roze klei vouw ik een lapje dat zich als een tong
laat bewegen en duw het tegen een ijswand in

een leeg hol, misschien omdat ik aan het deeg voor het brood
denk en al die andere huishoudelijkheden voor

het winters feest, misschien omdat ik een hertje fotografeerde
dat onder een snoer lichtjes stond in een warme

ruimte, niet levend natuurlijk, en mijn kleinste kind met zijn
vingertje over het scherm gleed terwijl hij met

zijn knuffels in een kring zat en Bingo speelde, had olifant
een wesp op het bordje, ja, dan kreeg hij een

blaadje op de wesp en zo de cirkel rond tot hij weer bij zichzelf
uitkwam, misschien omdat ik de zachte handen hield

van mevrouw K. die van dezelfde kleur waren maar ijskoud
en niet meer bewogen dan daar in die schoot.

het wachten

De maan, zei mijn moeder, kun je niet altijd meer vertrouwen
maar het was in mijn vaders oor dat ik fluisterde

‘en nu maak je er een einde aan en stop je dit’ waarop ik nog
net de hulpeloze, weke en ook spottende lach zag

die zijn mond trok, hij droeg een roze-wit gestreept coltruitje
en een kind in zijn armen en achter hem kwam

een donkerharige schoonheid die naar de grond keek maar ook
lachte en alles was opnieuw verloren. In de lucht

was niets te zien, mijn moeder verdwenen, in de kamer een
veldbed waarop ik lag, opgerold onder een blauwe

slaapzak, ook mijn hoofd verstopt. Zachte duwtjes tegen mijn
lijf deden me opstaan. Ik hield de slaapzak om,

het gras was nat van dauw, mijn voeten liepen de achterdeur
uit, daar was mijn moeder, ze keek over haar schouder.

de gewenste positie

Het onderwerp is uitgesleten zoals de handeling, glad als
een steen die te lang onder een miezerend straaltje

water heeft gelegen, met eenzelfde lichte glooiing waarmee
de rug overgaat in de bilpartij. Om te strelen

zo mooi en toch niet meer de begeerte opwekkend die het
vroeger deed. Ze ligt daar maar. Anderen

zien haar eerder, niet dat hij niet kijkt maar op het netvlies
staan voorgangers en niet eens keurig op een

rijtje en wat doet buurvrouw K. daartussen, zijn moeder of
het meisje in de melkwinkel van D., die nu

natuurlijk allang dood is. Alleen die beelden blijven, hij
schat zichzelf veertig of misschien twintig, kijk

hij had nog die enorme krullen en let op dat nonchalante
waarmee hij op haar ligt alsof ze er altijd zou zijn.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑