Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: dromen (page 1 of 19)

afgeschreven alvorens

We vullen het voor elkaar in, horen iets dat niet gezegd is en
lezen tussen de regels door, het misverstand is dat

we geloven dat we gelijk hebben, we wisten het immers altijd
al. Een droom duurt vaak nog langer, de ochtend

schudt met moeite de figuren van je af, je speelt nog een halve
dag een ontsnapping na die ternauwernood

en jammerlijk alleen voor die nacht gold, helden zijn ongewenst
in het daglicht, je hijgt alleen maar. Buiten adem

begint het echte leven. Denken dat zij hetzelfde zouden doen,
hoorbaar en opnieuw. Nog twee zinnen en je hebt

een verklaring, er was gewoon een geluid dat storend was, een
vuilnisbak die omviel tegen een gierende auto die

zestig mensen vervoerde met hoge snelheid en enorm plezier, je
had je ritje gemist, de bak tolde nog wat na.

een brief uit de toekomst

Misschien is het een droom. Zo een waarbij je met een flits en
knal ontwaakt, verbijsterd om dat wat je achterlaat en

dat wat je aantreft, het bed wanordelijk zonder een tastbare
bezoeker, deuren klepperend open, de geur

van vers gezette koffie zonder een spoor van broodkruimels op
de tafel, je eet trouwens geen brood op dat tijdstip.

Er was een zoektocht waarbij je uiteindelijk op de hoek van een
straat een grote man de hand schudde alsof je

na jaren op familiebezoek ging bij de boeren in je moeders land,
handen die gemolken hadden waren extra stevig.

Er was een reuze baby die je op een aanrecht legde, strijkend
over zijn blijkbaar pijnlijke buik, hij huilde.

Er was het zeker weten wat je ging doen als je groter was, dat ook
maar nogmaals, misschien was dat alleen in je slaap.

het effect

De kamer van het waterhuis is uitgetrokken tot een balzaal
die naast mijn oude zilveren bed een slaapplaats heeft voor
mijn jongste en zijn vader, een kinderbedje

waar niemand meer in past. Er volgt een verhaal in een verhaal,
een doos in een doos, een huilen in een droefenis waaraan geen
einde lijkt te komen. Terwijl ik droom loopt

iemand over mijn rug. Ik denk aan een inbreker maar weet
tegelijkertijd hoe absurd dit is, ik gil en mijn vorige man komt
kijken en haalt een konijn van mijn rug, daarna

mijn moeder die zich uitgespreid heeft neergevlijd, gaat dan
zelf daar liggen, bovenop de dekens, en drukt mij zachtjes neer.
Ik weet dat ik droom in die droom en ik hoor

mezelf snikken maar de hele nacht verloopt rustig en behalve
die figuren kom ik niemand tegen, ik slaap tot de ochtend en
weet alleen dat ik ze ontmoet heb en gevoeld.

De morgen is donker van regen en wind, de boomhut knarst,
bijna dek ik de tafel met extra bordjes. Dan vertrek ik in een
blauwe jurk en sluit de deuren zachtjes.

alle clichés

Als ze gaat liggen, ze begint altijd op haar buik, haar koude
handen op haar bovenbenen die licht ruw aanvoelen

en zelfs wat grijs alsof ze niet melkwit zijn en zij ze kan zien,
en dan naar boven grijpen, een hand precies tussen

haar benen waar ze haar beschermen en warmhouden en de
ander net daarboven waar alles zachter en

voller aanvoelt, en zo vertrouwd met haarzelf in slaap valt,
vergeet ze voor een moment dat de plek naast

haar en op haar leeg is hoewel ze nog iets mompelt, droomt,
tot de gil die ze eerder op de dag al voelde komen

alles doorsnijdt, haar adem beneemt, haar handen kwijtmaakt
en alles dat ze zo zorgzaam behoedde en ze weet

dat het haar eigen stem is die bloed proeft uit de nacht en pas
in de ochtend weer rustig is en slikt.

overwegingen van andere aard

‘Iedereen stond stiekem op en voerde de beesten.’ Wat moet
ik met zo’n zin? Waarom neurie ik een flard van

een top 40 hit uit een voorbije zomer waarop ik toen niet danste
en maak ik nu een beweging erbij? Ik kraste

vannacht op de werktafel een heel andere zin, weliswaar over
het boodschappenlijstje maar nog leesbaar, ‘Alle

vrouwen kregen bloemen’. In de nacht nam ik een slok water,
deed een plas, rolde weer de warmte in en

herinnerde me dat ik zelden bloemen kreeg, althans niet van
mannen want die hoorden nog bij die zin, en dat

de veestapel in de achtertuin altijd klagend de honger bezong.
Soms komen de woorden in het geheim bij

elkaar, uiteindelijk springen de beesten misschien op het ritme
van de muziek en is het nog steeds zomer.

de aan onderhoud onderhevige

Dat ik dan achterover zou vallen op zijn bed bovenop een
nest jonge muisjes want als hij muizen heeft,

wonen ze natuurlijk ook daar, en niet zou klimmen op een
stoel en zou gillen maar liefdevol ze

toedekte en lachte en zou kirren van schattig en hoe lekker
warm ze daar lagen en dan opzij zou rollen

en in zijn krullen de beestjes zou zien lopen, heuvel op en
af, een ware speeltuin van plezier. Hoe op

deze gedachten te komen terwijl de plek niet eens open is,
er een roestig hek staat om de attracties, regen

over de toestellen sijpelt als zweet over mijn lijf, het nacht
is nog en dromen niet alleen fantasieën zijn maar

brokjes uit de dag ervoor zoals dit gedicht zich ophangt aan
een enkele regel of woord van gisteren.

een centimeter

Er is een jongen die de schaduw boven mijn hoofd weghaalt,
gewoon in stukken knipt, daarna wegfietst.

Er is een huis vol met katten die overal vandaan komen, ze
schreeuwen en krijsen en vallen aan zodra ze

vanuit met sinterklaaspapier beklede dozen springen, mijn
kinderen vegen met bezems ze de tuin in, ik

ben vreselijk bang dat ik voor dierenmishandeling aangeklaagd
word maar ik weet niet waar ze vandaan komen.

Mijn waterhuis is vervuild, de baby praat net zo verstandig als
mijn moeder hoewel zonder zangerige toon, er

is de vader die mijn atelier herbouwt en lichten aanbrengt op
de juiste plekken. Angstvallig houd ik

de deuren naar boven dicht, er moet toch een ruimte zijn, denk
ik, die schoon en veilig is, ik bewaak ons allen.

iets over die bomen of hoe hoog we nu zitten vandaag

Soms verplaats je jezelf in zijn geheel, niet eens daadwerkelijk
maar in gedachten zoals dromend bij een muziekje

naar keuze, een man naar je hart, soep naar je smaak. Soms ook
neem je jezelf echt op en zit je pas weer

meters verder neer, te wakker om nog iets te wensen, gespitst op
bijgeluiden en vreemde geuren, kleverige handjes

in je nek, flemende stemmen die om ‘de allerlaatste vragen’, keer,
boek, kus, cadeautje. Als je je klein maakt, waai je zo

met ze de hoek om en misschien kom je in een land dat je niet
eerder kende, juist omdat je je ogen open hield.

Vaak ook doe je alsof, je denkt sneller dan je je verplaatst, er blijft
een been achter, een arm houdt vast, trekt zich

tergend langzaam uit, wist je dat ook kleine kevers moeders hebben
die hun pootjes tellen alvorens te slapen?

andere willekeurigheden

In de droom troost ik door zijn hand te houden, bang als hij
is, het is hetzelfde als tegen de kussens aan liggen

en doen alsof een lief daar slaapt of liever wakker nog. De
angstige vriend in de nacht met wie ik

rennend over pleinen en door straten ga, met wie ik me schuil
houd en verkleed een andere keer de deur openzet,

die huilt en die mijn vingers over zijn wang voelt glijden of
mijn tong likkend, ben ikzelf, het bed is

immers leeg. Het doen alsof, zowel de reddende engel zijn
als de belaagde, zowel het gevaar als de

geruststelling, is een dubbelrol die ik slapend en helder een
volgende morgen, gewend ben. Hij bedankt

me, daar, vannacht, ik zwaai mijn benen over de rand en ren
een nieuwe dag in, de dreiging blijft.

de rest vervaagde

Vannacht was er een huis in een huis, een gezicht onder een
gezicht, ik trok een plastic hoes vanaf zijn oren naar

beneden en hij grijnsde. Er zat nog een laag onder zijn huid
zoals er nog een tuin was in de huiskamer met

een ingang naar een andere woning, ik verdwaalde niet, ik
ontmoette oud collega’s, liefjes van weleer,

ontweek sommigen, werkte tussendoor, haalde verslagen uit
een ratelende typemachine. O om hem te zien

daar en niet te spreken, alleen maar vanuit de verte voelen dat
hij terug keek, luide stemmen die terug gingen naar

het gesprek van toen. Vannacht was ik de dienstbare secretaresse
die het brood van haar meerdere belegde met

vers gehaalde spullen, zijn das strikte, zijn tas vulde, zijn droom
klaarlegde en zelf erin omkwam, bruikbaar dat wel.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑