Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Auteur: alja (page 1 of 435)

een jengelend kind

Bovenop de schone, gestreken was twee gehaktballen, nog
dampend, in een plastic zakje met een knoop.

Tussen de overhemden een krantenartikel met opgewekte
strekking, ‘hoe er iets moois kan ontstaan in

een wasserette’, de sokken bij elkaar gezocht en verdeeld
over de hoeken, die met de gaten zal hij missen.

Bij de deur een glas water, geen zin in meer, even een lange
omhelzing, even quality time, even sharen.

Later een melding op het schermpje, iets van excuses en
houden van. Bij de ballen kocht hij iets

gezonds. Ik zeg hetzelfde, niet dat hij de eerste was in drie
dagen die iets tegen me zei of die ik

voelde, wel dat ik een dwaze vrouw geworden was die me
opdrong aan de eerste de beste. Niet, zei hij.

mijn planning

In de vier wanden van haar bestaan kleven de haren aan de
vloerdelen, wuiven de jurken haar na, kraken

de ramen en piepen de deuren, de zwarte vlekken zijn de
bomen die tegen het glas tikken, schaduwen

van dromen, een verre sirene. Ondergedoken in lichte lakens
met zwaar de warmte op haar drukkend

zoals hij dat doet, een jengelend kind dat een ijsje laat vallen
vraagt om meer. Met een kalme hand zou

je de muren opzij willen duwen of het hele dak willen optillen
als bij een maquette die je afgekeurd hebt en

waaraan je nog wat wilt werken, het stof blaas je tezelfdertijd
uit de hoeken. Als alles omvalt is er nog

het weiland, een strootje in je mond, grenzeloze verte boven
je, hij speelt in de sloot en vangt kikkervisjes.

“een duurzaam podium”

een duurzaam podium

ze leek te knipogen

Het is allemaal heel informeel, zegt hij, als een soort garantie
voor het uit de hand lopen, buiten de tijd om,

gezelligheid en iets teveel drinken. Er hoeft niet je best gedaan
te worden, het gaat om het meedoen en misschien

mag je daarna nog een keer. Mijn planning is echter strak en
geeft een ieder hetzelfde aantal minuten, dezelfde

plek onder de spotlight, daarna misschien mag men blijven
slapen of buiten pissen bij de vierde boom. Ik

verontschuldig me, ach ja, zegt hij, structuur is de ruggengraat
van zoveel. Een beetje op die manier staat mijn

rooster smoezelig te worden in het felle ochtendlicht, het ritme
breekt tegen de restanten van een feest, kleine

oogjes zoeken een verdwaald kledingstuk, de struiken hangen
vol. Als ik een dienblad op mijn hoofd zet, loop ik recht.

bloemen na afloop

 

Amsterdam, 18 oktober 2018

bloemen na afloop

Er was een vrouw in het publiek die hinderlijk naar voren
drong, daarbij stoelen en mededingers duwend en omver
blazend, een beweging die pas tot stilstand

kwam toen ze op het podium stond, een versje las maar
allereerst mij verwijtend aankeek, een beetje spottend en
duidelijk ouder, met ogen die raar groot

opzetten en venijnige haren die uit een staart sprongen die
nog halverwege haar hoofd hing, het was dat ze het papier
moest vasthouden waarop haar rijm, anders

had ze haar handen in haar zij gezet en was gaan schelden.
Dat kan ook op rijm, zou ik bijna zeggen, en verschoof mijn
voeten, ze leken opeens bespottelijk groot.

Alles leek alleen op mij te slaan, de zaal bleef rustig en had
het warm, over de hoofden sloeg een weeë golf van buiten
waarin zonnebrand, leeggelopen zwembadjes,

gesmolten kinderchocola zich mengde met mijn zweet. Haar
staart was nu verdwenen, aan alle kanten hing het grijs, ze
leek te knipogen en duwde de massa opnieuw uiteen.

“Zelf zie ik me liever als de toeter vlakbij je oor”

Interview met Liesbeth Aerts

“Zelf zie ik me liever als de toeter vlakbij je oor”

de recente verbouwing

Ik wacht nog steeds tot hij belt en zegt dat hij zich vergist
heeft. Een andere datum op het formulier, een

a teveel, een extra lus aangezien voor mijn status zoals een
liefje zich verrekent in het aantal vrouwen.

Tot een stem zachtjes en huilerig zegt dat de fout geheel bij
hem ligt, een kras over het vel, een andere

positie, liever niet onderop, bloemen na afloop. Tot een hand
de tekening op mijn rug afmaakt en mij laat

raden naar kerktoren, konijn en zonnestraal en beloont voor
het goede antwoord, tot het weer

omslaat, tot de lucht koeler mij in beweging brengt, tot de
vluchtroute bekend is, tot het doel bereikt is, tot

ik een ons weeg, tot zij terugkomt, tot het verhaal rond is en
de woorden op, tot de telefoon gaat.

op een hoek

Het voelt als extra tijd, een geslaagde ontsnappingspoging. Eerst
als een luchtbel waarin toeval en noodlot elkaar

afwisselden zoals de vrouw in zwarte kleding en de man in witte
jas, later als een terecht verblijf in een verstevigd

huis maar onwennig nog vanwege de recente verbouwing, de
geur van specie, verf die vroeger het voorjaar

voorstelde, het compliment voor de herwonnen ruimte. Drukte
voorheen het dak het hoofd langzaam in elkaar, nu

raken we het plafond niet meer; waren eerst alle ramen gesloten,
nu waait zachtjes het leven binnen en met haar

alle mogelijkheden. Extra ook is het besef waarmee dat alles tot
stand komt, langzaam maar nadrukkelijk

liggen we op onze knieën zoals we als klein kind elke avond en
aan de bedrand deden en vouwen we de handen.

een zoete walm

Dat nerveuze gevoel, een veelbelovend iets, opstaan met een
reuze zwaai, benen meteen op de grond, het

handelen niet uitstellend, een ochtend door de spleet in de deur,
het raam, een nieuw begin, elke keer weer.

En stil, dat allereerste proeven, dauw op het gras, een enkel dier
slechts, geen beweging dan die zwaai van ledematen.

Dan het bewijs leveren dat we er nog zijn, kleine piepjes met
goede wensen die we eerst doorsturen als het vers

geschreven is, het doek scheurt elke keer als we de wereld openen.
Bij de koffie hartjes op het scherm retour. Herstelwerk,

broddellap, het kiezen van kleur, dan blaffen de honden, de huizen
kraken, de mensen verplaatsen zich, er wordt

gerend. Op een hoek blijft een wolkje rook hangen en slechts één
iemand twijfelt welke richting hij op zal gaan.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑