Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Auteur: alja (page 1 of 421)

“mijn opstandigheid heb ik ingeruild voor mededogen”

“mijn opstandigheid heb ik ingeruild voor mededogen”

het bestaan van engelen

Niets erger dan de verbinding verliezen zonder dag te zeggen,
zonder te zwaaien en kusgeluiden te maken,

zonder bijna tranen in de ogen, zonder wegfloepen van het
beeld, alles naar het midden gezogen en tot

het laatste lichtpuntje even zichtbaar nog. Vergelijkbaar met
het beginnen zonder te schrijven of weg te gaan

zonder dit te melden, de dag leeg als de datum, geen tastbaar
bewijs van aanwezigheid, geen thuiskomst

ook. Het eerste is per ongeluk, te wijten aan de techniek die
elke afstand moet overbruggen, het tweede is

van minder belang zijn, een ochtend waarop je vergeten raakt,
een nonchalance waarmee je de hoek omvliegt,

niemand immers die je nazwaait, nog iets aanbrengt, achterop
springt, zelfs niet je wiel plagerig tegenhoudt.

hoe lekker warm ze daar lagen

Ze plukt het haar van mijn jasje, engelenhaar, zegt ze, omdat
het krult maar mijn stroblonde haar valt

recht naar beneden, kan ik daarom niet tegen die zachte en
dwingende aanraking van handen die

verzamelen en tegelijkertijd corrigeren alsof mijn moeder aan
de zoom van mijn kleding trekt in de hoop

dat het minder ordinair wordt, minder vol en minder zwart?
Ik wil niet voelen, zelfs al is het nauwelijks

en ik wil niet dat zij zegt dat ook zij haar verliest en naar de
grond wijst, ik wil niet delen en ik wil

het bestaan van engelen ontkrachten. Dan zegt ze nog iets over
de lengte en mijn schouders krimpen en op

straat denk ik steeds achterom te moeten kijken of zij me niet
volgt, kokette stappen die leeg en hol klinken.

hoe lekker warm ze daar lagen

“En in een interview zei hij: ‘Eigenlijk wil ik gewoon elke morgen wakker worden en niks weten en gaan schrijven.’ ”

uit Een knipperend ogenblik, portret van Remco Campert, Mirjam van Hengel

de aan onderhoud onderhevige

Dat ik dan achterover zou vallen op zijn bed bovenop een
nest jonge muisjes want als hij muizen heeft,

wonen ze natuurlijk ook daar, en niet zou klimmen op een
stoel en zou gillen maar liefdevol ze

toedekte en lachte en zou kirren van schattig en hoe lekker
warm ze daar lagen en dan opzij zou rollen

en in zijn krullen de beestjes zou zien lopen, heuvel op en
af, een ware speeltuin van plezier. Hoe op

deze gedachten te komen terwijl de plek niet eens open is,
er een roestig hek staat om de attracties, regen

over de toestellen sijpelt als zweet over mijn lijf, het nacht
is nog en dromen niet alleen fantasieën zijn maar

brokjes uit de dag ervoor zoals dit gedicht zich ophangt aan
een enkele regel of woord van gisteren.

ons allen

We doen graag wat men niet doet, we hangen niet in de parken
en bedelen niet om het eerste ijs maar lezen een

heel boek in een zonovergoten boomhut, denken aan vroeger en
giechelen in onszelf. We herinneren ons

en proberen dat in het verhaal te passen dat we lezen, negeren
daarmee de klaterende stemmen buiten, het

wezen in het trappenhuis, een rij supporters midden op de weg
en te ver opengedraaide versterkers van de aan

onderhoud onderhevige open Opel Kadett, zelfs de man daarin
zien we niet. We doen niet graag wat men

zoal doet. Aan de buitenkant lijkt alles hetzelfde, ook dit raam
staat open, ook dit gordijn wappert, we

diepen een zonnebril op uit onze tas, maar van binnen zijn we
mijlen ver en van jaren her, winter 1756 misschien.

een centimeter

Er is een jongen die de schaduw boven mijn hoofd weghaalt,
gewoon in stukken knipt, daarna wegfietst.

Er is een huis vol met katten die overal vandaan komen, ze
schreeuwen en krijsen en vallen aan zodra ze

vanuit met sinterklaaspapier beklede dozen springen, mijn
kinderen vegen met bezems ze de tuin in, ik

ben vreselijk bang dat ik voor dierenmishandeling aangeklaagd
word maar ik weet niet waar ze vandaan komen.

Mijn waterhuis is vervuild, de baby praat net zo verstandig als
mijn moeder hoewel zonder zangerige toon, er

is de vader die mijn atelier herbouwt en lichten aanbrengt op
de juiste plekken. Angstvallig houd ik

de deuren naar boven dicht, er moet toch een ruimte zijn, denk
ik, die schoon en veilig is, ik bewaak ons allen.

vage bijgeluiden

Zoals mijn moeder in mijn dagboek kon lezen, verregaande
conclusies trok uit mijn gevoeligheden, zo

kunnen mijn kinderen, op datum zelfs, mijn staat van zijn
illustreren met de afleveringen van dit blog.

Kon ik een nieuwe schuilplaats vinden voor haar onrust, zij
weten waar ze me zoeken moeten, kon zij

als tegenmaatregel de frutsels op mijn vensterbank een centimeter
verschuiven, deze verklaren simpelweg niets

te begrijpen. Nu komen ze bijna nooit hier langs maar zoals ze
een bepaald muziekstuk in herinnering brengen met

een bepaalde game, doen ze dat bij een woord en een man, kruipen
tussen mij en de ongelukkige bezoeker, trekken

wat narrig aan zijn lijf en sommeren boze geesten tot verlaten.
Zo heb ik vaker aan hen gedacht dan aan menig ander.

vage bijgeluiden

(………) de enige reis waarvan je niet altijd met lege handen terugkomt, is in jezelf. Want in jezelf zijn geen grenzen en is geen douane, je kunt zelfs bij de verste sterren komen Of door plaatsen lopen die niet meer bestaan, bij mensen op bezoek gaan die niet meer bestaan. Je kunt zelfs naar plaatsen gaan die nooit bestaan hebben, en misschien nooit hebben kunnen bestaan, maar waar ik het prettig vind.

Amos Oz, uit Een verhaal van liefde en duisternis, vertaald uit het Hebreeuws door Hilde Pach

als de nacht zich herhaalt

Als ik hem in de ochtend vasthoudt, mag ik niet loslaten, we
rijden in een trein, we zijn, zegt hij,

nog niet bij een station. Uit zijn oplichtend mobiel komt een
herhalende cadans van spoorgeluiden, zelfs

de fluit van een locomotief, het stampen van de wielen, nu,
zegt hij, gaan we over een brug. Er zijn wat

vage bijgeluiden die hij niet hoort maar ik wel. Ik denk aan
het controleren van de kaartjes en wat

etenswaar in een rieten mandje, drank en een halve worst die
je deelt met de buurman. Hij slaapt. Bij

elke beweging van mij omklemt hij mij, er is nog een hand over,
ik schrijf ermee terwijl ik op zijn rug de zon

teken die er later echt is. Ik zet koffie, doe de gordijnen open,
verover de wereld alvast, hij is nog onderweg.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑