Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Auteur: alja (page 1 of 428)

tijdelijke bewoners

naar de Filistijnen! Reuring 20 april 2019 met de bezielende medewerking van
Arie van Egmond, Juan C. Tajes, Rik van Boeckel, Bert van Baar, PM Delèfre en de Filistijnen!

onze enige attractie

 

 

 

 

 

 

  

(ondertussen in de boomhut)

 

onze enige attractie

De boomhut maakt zich klaar voor slingeraapjes, bananenschil
en oergeluiden, test haar stevigheid en veerkracht,

schudt de bladeren rondom nog eens extra op, waarschuwt de
vogels en verbergt haar voorraden. Jij schrijft

bijna dagelijks, zei laatst iemand, over je kinderen maar dat is
helemaal niet zo, dacht ik toen, vergetend dat

liefde en zorg en dat vreselijke loslaten altijd in de regels hangt
zoals nu die schommelende hut en immer de

zorg en aandacht haar – soms tijdelijke – bewoners betreft. Ik
lachte wat. Terwijl mijn kleinzoon vertelt hoe zijn

mamma ook in dat kleine speelgoedautootje was gaan zitten, it
was really, really funny, zie ik onszelf opstapelen

binnen deze muren en ons lanceren naar een volgende wereld,
als we hard genoeg schudden krijgen we immers snelheid.

bloesem en boerenerf

Even te wachten maar waarop, iets dat buiten het weten om
op de stoep plaatsneemt maar nog niet naar

binnen wil, iets dat fleemt en bedelt maar nooit genoegen
neemt, dat niets dat uit de ruimte opeens bovenop

zit of misschien dat alles dat nooit volledig is, nalaat en zich
afkeert van. Uitstel. De lucht oogt vriendelijk,

dotjes van wolken, vogels onzichtbaar in uitgevouwen bomen,
verdere bewoners afwezig nog, alleen een

stationair draaiende auto drie straten verder. Voordeelaanbiedingen
bij de kassa straks, een stroom toeristen rond onze

enige attractie, een bibliotheekboek klem in de daarvoor gemaakte
gleuf, een kerkklok die teveel slaat, altijd

iemand de weg kwijt, het enige verzet de foute verwijzing naar
het juiste centrum en de gniffel daarna.

staartdelingen

Reuring na afloop, 13 april, foto Conny Lahnstein

staartdelingen

Het terugfietsen deed aan vroeger denken, de straat verlaten,
de stad nog net niet helemaal donker, de geluiden

intiem, de geur van bloesem en boerenerf, een zomer die eraan
kwam, een terras waarop je nog net elkaars ogen

kon zien, het eindeloze van toen. Bijna neem ik de route naar
het oude huis en al haar bezoekers, de fiets

door de voordeur, het ene licht in de keuken of kom ik langs
de gracht en tussen de kerken waar ooit zo

hartstochtelijk werd gezoend en zomaar ben ik in de tuin van
het hofje en buk onder de struiken. Weer

is het thuiskomen het belangrijkste maar ook in de handelingen
vooraf, herken ik vroeger. Een vergadering, een

afspraak delend tegenover elkaar en tekeningen in de kantlijn
van mijn papieren, een handdruk, de koffie lauw.

slechts een afgeleide van

Misschien passen ze in zijn houtkachel, een voor een, zoals mijn
administratie daarin verdween hoewel niet zonder zijn

accordering, kritiek kwam altijd tijdens, achteraf had geen enkele
zin, ik stelde me zo voor dat hij nog wat op- en

aftrok en staartdelingen maakte alvorens net zoals hij dan sommige
jaren zou debiteren en anderen stiekem achterover zou

drukken en ergens in een vochtvrij vat onderin het ruim zou bewaren.
Ik zou er dan niet meer zijn. Jaren had ik

met tassen vol heen en weer gelopen of ook wel liften aangenomen
van dubieus allooi, steekwagentjes, vorkheftrucks,

de plaatselijke vuilnisdienst, om mezelf compleet daar neer te leggen
tussen het hout en de kranten en de oude boeken die

ongelezen voor het juiste vuur zorgden en vuur zorgt voor warmte
dus over betekenis hoefden we helemaal niet te klagen.

slechts een afgeleide van

‘Alle talenten komen aan bod, ‘zei Richard. ‘Ik begeef me nu misschien op glad ijs, maar mijn mening over dichters en kunstenaars in het algemeen luidt: op uw eigen terrein bent u onverslaanbaar, zeker; maar daarbuiten….tja….kan men niet te veel verwachten. En ik zou niet graag willen dat iemand weinig van mij verwacht.’

Uit The voyage out, Virginia Woolf, vertaald tot De uitreis door Barbara de Lange

lichtvoetig

De warmte van de zon, achter glas veelal, is slechts een afgeleide
van de warmte van zijn lijf, half ontkleed vaak en

ergens in zijn paradijs waar hij ongezien verdwaalt maar nog wel
op mijn beeld staat, net niet te lang om

het fragment door te branden maar wel zo uitnodigend dat iedere
keer het stukje film door mijn handen gaat, of hij,

binnengehaald vanuit die herinnering. Ook met ogen dicht is de
huid voelbaar, sissend op het melkwit van mijn

bestaan, schroeiend tegen mijn onderdelen die opeens overal lijken
te liggen, de geheime plek delend, schuilend later

in de vrijplaats van het verleden. Bij wolken, wind en waan is er
soms die lichtflits of heldere rand, een teken dat

hij zal verschijnen, hoog boven me zal uit torenen en grinnikend
tot herovering besluit, zijn stralen tot in mijn botten.

het belang van de kwestie

Om voordat de benen over de rand geslagen worden nog even het
lijf te strekken, uit te proberen, tegen te houden tot

ook het hoofd voelt waar het ligt en het hart daar ergens en de hand
te verplaatsen naar de leegte en de lucht te voelen door

de open deurspleet en de vogels te horen en de aarzelende geluiden
van het starten van de straat, alsof er regen komt

terwijl het grijs doelloos hangt en een kat van balkon naar balkon
springt en alles bovenop de inhoud komt van

teveel nadenken en overvolle dromen en plannen die half gemaakt
nog het misschien in zich dragen, daarna pas

de vloer aan te tikken alsof het de balustrade is waarop men oefent,
onbevreesd en herhaaldelijk, en dan lichtvoetig

maar beschaamd voor het uitstel en nog even talmend bij de laatste
sprong zich realiseert dat het slechts zeven minuten later is.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑