Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: leven (pagina 1 van 62)

hinderlijk persoonlijk

De buurvrouw hing met kerstbal en klok uren in het trapgat,
het huishoudtrapje als bewijs van haar bemoeizucht

en ijver, haar moed ongekend en alleen op hoogtijdagen in
het zicht terwijl de buurjongen van de laagste

vloer zijn brommers startte in de berging en de trap nam via
de houten loopplank, de buitendeur hing al

aan het touwtje uit mijn bovenste plank, en het donker instoof,
zijn vriendin achterlatend die het zware geval

niet in haar eentje op dezelfde manier beheerste en de tijdelijke
intrek van een door noodlot achtervolgde vrouw

daarnaast werd een blijvende. Haar vuilniszak stond nu voor
de zevende dag dreigend in de hal. Het

wachten is op de geur van kerstbrood en wildgebraad dat alle
menselijke uitwerpselen zoete gevoelens geeft.

de hindernissen

Een paar dagen zonder mensen, anderen dan de poppetjes
ver beneden op straat en hun dichtslaande autoportieren,
vroegtijdig afgestoken vuurpijlen en blaffende

honden, zonder gesprekken, aanwezigheid, tegenspraak en
geduld, als een weiland zonder beesten maar alleen met
laagtrekkende meeuwen of vallende zwaluwen

en regen dus natte aarde en geen uitzicht dan het zelfbeeld
in de huilende vensters, geen geluid dan het neervallen van
het water en geen beweging dan het meten van

de omringende muren aan de stappen van alleen jezelf, het
schilderij aan de ene, de foto aan de andere, het papier tussen
je vingers al bijna uit elkaar vallend van ouderdom,

verzet binnen de letters, als een herinnering een uitspraak
herhalend, dat van troost, dat van liefde, dat van toekomst,
dat van geheel, gebaar van voortgaan, wachtend

op de ster aan de hemel, het breken van het massieve zwart
dat andermaal het begin is tot daar een kind ketst tegen de
zachte wanden in je lijf en begint met praten.

de gewenste positie

Het onderwerp is uitgesleten zoals de handeling, glad als
een steen die te lang onder een miezerend straaltje

water heeft gelegen, met eenzelfde lichte glooiing waarmee
de rug overgaat in de bilpartij. Om te strelen

zo mooi en toch niet meer de begeerte opwekkend die het
vroeger deed. Ze ligt daar maar. Anderen

zien haar eerder, niet dat hij niet kijkt maar op het netvlies
staan voorgangers en niet eens keurig op een

rijtje en wat doet buurvrouw K. daartussen, zijn moeder of
het meisje in de melkwinkel van D., die nu

natuurlijk allang dood is. Alleen die beelden blijven, hij
schat zichzelf veertig of misschien twintig, kijk

hij had nog die enorme krullen en let op dat nonchalante
waarmee hij op haar ligt alsof ze er altijd zou zijn.

dat stukje tijd

Mevrouw N. blijkt niet dood, ze rolt de zaal binnen in een
glittertruitje en rode nagellak, handen gespreid op

haar aanzienlijke benen, het gezicht zo wit als een bepoederde
gravin uit de veertiende eeuw. Ze tilt

minzaam haar armen hoog als ik haar begroet maar aarzelt
een hand te geven en haar ogen zien iets heel

anders dan dat meisje dat versjes leest over een Goedheiligman
die schipbreuk lijdt en zijn mijter verliest. Ze

doet ze dus maar dicht en oefent het geluid van de storm, zo’n
boot vergaat niet zomaar, en de twee vrouwen

rondom haar doen al even snel mee. Het wordt heel gezellig
zo en niemand die vragen stelt, natuurlijk kan Sint

zwemmen en is het hun vader die zich verkleed heeft. Ze hebben
trouwens nooit cadeautjes gezien, zeker verzopen?

door de opening

Op een gegeven moment is de tijd op. Er verschijnt een in
zijn handen klappende meester op de stoep van

het grijze schoolgebouw en je propt je in de keurige lijn
die zich op het plein vormt en loopt naar

binnen. Zijn handen raken je in het voorbijgaan niet aan.
Gelukkig mag je weer iets leren, hoef je niet

met benen wijd knikkers op te vangen, voorovergebogen
handen in je rug te voelen en op je beurt te

springen, gelukkig hoef je niet nogmaals het slingerend
touw te ontwijken, achter die deur is het altijd

veiliger voor jou. Toch zou je nu de steeg in willen schieten,
achterop de fiets bij de grootste pestkop desnoods,

gaten willen vallen in je knieën om alleen maar te ontkomen
aan die markering in dat stukje tijd.

geoefend op uw naam

Hardop deed ik het vroeger en bij voorkeur in bad terwijl ik
me uitstrekte en dreef bovenop het hete water,

de geur en kinderstemmen door de spleet van de open deur,
een restant maaltijd, soms een hongerig dier.

Chronologisch en samenvattend en altijd geruststellend, althans
dat was het gevoel bij het terug horen van

mijn avonturen die door zachte stem en licht deinen in ieder
geval overleefd waren. Voors- en tegens,

zoals poses voor een raam terwijl ik afgedroogd op hem wachtte,
mijn silhouette, het huis donker, kleine

pufjes vanuit warme bedden, altijd een auto die stopte, een deur
die sloeg en zachtjes gegiechel in de gang. En toen,

zou ik later herhalen, deed ik dit. Nu schrijf ik het slechts, met
heel soms een liedje in de nog steeds donkere wereld.

op hoge lussen van een letter

Mevrouw K. die ook schrijven kon en in al haar roze
zachtheid is blijven steken, licht nasnikkend

en handen wrijvend, zal nooit meer bedanken voor mijn
stem. De plastic bloemen die aan de zijkanten

van haar rollator hingen, bungelen nu aan die van de heer
B. die niet gedacht had, zo zegt hij me,

zoveel van iemand te hebben kunnen houden, zo aan dit
einde van de rit. Ik mag gerust Kees zeggen

nu. Ik had zo geoefend op uw naam, zeg ik, ik op de
jouwe, zegt hij, en noemt me Sandra.

Vorig jaar stond ik op de zijkant van zijn hand; de pen
noteerde tevens de aantallen luisteraars terwijl

zij uit haar hoofd het versje uit haar jeugd citeerde: God
zou haar thuisbrengen, alleen wist ze niet wanneer.

een opstandige periode

Als hij mijn plaats in de tijd kwijt is en eigenlijk ook zijn
eigen markering in de tijdlijn en ik onbestemd

door zijn geschiedenis rol, is ook de toekomst een zwart
gat dat zonder knal weliswaar en al reeds

ontstaan een vorm van nadenken wordt, een meditatief
gebeuren als een muziekje onder wat tekst,

een juist woordje op hoge lussen van een letter, een wuivend
handje achter een gordijn als bij een ongeduldig

en nerveus optreden van een kind op een omgekeerde emmer
die voor een tijdelijk maar wiebelend

succes zorgt en waarvoor de knuffelbeesten in het gras hard
stampen, sissen en applaudisseren; nu

nog een koprol en een buiging en we zijn al klaar voor alle
dagen van week, jaar en leven.

alleen ik

Opdat niemand verdwijnt, liggen we lijf in lijf. Opdat niemand
valt, liggen we wang tegen wang. Om niet

verloren te zijn, houden we elkaars hand. Soms controleren we
de ogen: staan ze wijd open, dan zijn we bang als

een kind, er schuilt iets in het donker dat ons verslindt, zijn ze
gesloten, dan dromen we ons veilig. Vannacht

was mijn jonge ik, getooid met het paarsblauwe haar uit een
opstandige periode, veranderd in mijn moeder

maar haar kon ik rustig laten liggen. Gisteren was het lijf een
uiteengereten versie van mijn dochter terwijl

haar kinderen zachtjes zwaaiden voor het raam van mijn huis
in het dorp dat ooit langer dan een lint zich

kronkelde onder onze voeten. Blijkbaar hield iemand me even
niet zo goed vast, mijn beide handen los, mijn wang koud.

ze weten zondermeer wat er speelt

Bij de huizen die ik passeer, zie ik mijn eigen adem nog kringelen
uit het badkamerraampje samen met de rook uit het

gestookte hout, de stoom van het troostende bad, de warmte van
een levenslange liefde; de geluiden uit de keuken

klinken nog, de geuren hangen blijvend in de voegen alsook de
misverstanden, verwijten, wensen, het speeksel, zaad,

het tranenvocht. Opgenomen door de tijd geeft ze nu pas betekenis
aan al die landverhuizingen, constructies, medestanders,

deze herinnering alsof het gisteren was. Tegelijk met het orgelspel
uit de kerk die ik passeer, hoor ik deuren slaan, het

getrippel van kattenpoten op de trap, de claxon van mijn vader als
teken van vertrek, vragen uit een naburig huis.

Er is een kind dat buiten wil spelen. Ook zie ik mezelf vergeefs
aanbellen bij mijn eigen voordeur om te smeken of zij mag.

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑