Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: leven (page 1 of 70)

symbolen uit een andere tijd

Met zijn bril op tafel huilt hij zonder geluid te maken, wrijft
in zijn ogen, laat het haar vallen, kijkt mij aan terwijl

mijn armen te kort blijven, mijn lijf keurig rechtop. Ik heb geleerd
niets te bevestigen, niet dit verdriet, niet dit zijn.

Chronologisch, zeg ik en dwing hem het verhaal af en het duurt
lang voordat hij bij haar uit bed valt, haar lijf

koud. Hij huilt niet om wat er gebeurde maar om wat hij niet deed.
Hij had nog, en dit en dat en hij heeft nooit en

niet voor haar is dit schuldgevoel maar voor zichzelf. Ik vertel hoe
ik bij mijn stervende mamma in bed kroop, een

vogeltje in een roze dekentje, dat helpt, of hoe ik nu veel vaker aan
mijn vader denk dan daarvoor. Later pas

herinner ik me welke mannen nog meer huilden en waarom en of
ik meer vormen van geruststelling kende dan dat ene.

onze beste plek

Mevrouw de B. zegt dat ze al jaren wacht op een woning, ze
wil weer zelfstandig zijn maar ze krijgt de kans niet meer,

laat me je dit vertellen, zegt ze elke keer schel en steekt dan van
wal met een droef verhaal. Mevrouw V. zegt,

onverwacht fel, dat ze nu maar eens ophouden moet, bekijk het
van een andere kant, zo slecht is het hier toch niet

en wijzend op de groep rond hen benadrukt ze de vriendschap
en het vertrouwen dat opgebouwd is. De B.

staart over mij heen naar buiten. Het gaat onweren, zegt ze en
dat is het laatste voor die middag. Ik word er

niet goed van, zegt mevrouw V. mij in vertrouwen, die negatieve
houding. Zelf hoop ik iedere keer dat er geen

enorme huilbui komt, dat ze haar kleren aanlaat en mij de zinnen.
Jij bent in ieder geval droog over, zegt de heer T.

dit keer geen eigen verzinsel

Ze had zich wel eens over het graf gegooid van de man die zij
het meest miste, ze zei het terwijl ze in haar gebakje

prikte en op zoek leek naar nog een verborgen kers of hoe het
allemaal tegelijk in haar mond zou passen, en

beweerde geen voorkeur te hebben voor deze smaak. Ik dacht
aan kruisjes slaan en misschien op één knie

bekennen hoe vaak ik hem vergeten was, de regen van de steen
afvegen en de bloemen recht en kijken dan

welk graf vers was en welke teksten anderen droegen en het
gehuil horen misschien tijdens de plechtigheid.

Ze had nog een hapje genomen en schoof toen het schoteltje
opzij. Ik neigde tot het fatsoeneren van het

hoopje zoet maar ze legde haar hand over de mijne en noemde
de zeven stadia van rouw of waren het er negen?

een scherp gevoel van tijd

Mijn deelneming naar een adres dat ik nooit mocht gebruiken,
waarvan de voordeur slechts een keer geopend werd

om mijn cadeautjes naar buiten te gooien, te schelden en het
bonzend geluid te reproduceren dat bij ongewenste

inmenging hoorde. Als ik mijn best doe komt het telefoonnummer
vanzelf naar boven, mensen onthouden de gekste

dingen, het sproetje rechts op de grootste borst of hoe haar eten
allemaal op een lepel werd geschoven en ze toch

nog morste. Ik noem op de enveloppe een hele familie en vouw
dit keer geen eigen verzinsel, geen vliegtuigje, er is

geen gedenkteken dan de standaard kaart, licht glimmend en met
een grashalm in een verlaten duin en mijn naam

is volledig, het handschrift zelfs bijzonder net. Nog steeds denk
ik vooral aan haar en woont hij elders blijkbaar.

keurig afgesloten

Ze hoorde mijn stem een keer, ergens op de achtergrond, en had
gezegd hoe jong ik klonk, de lijn zonder ruis blijkbaar,

en hij had gezegd ‘ja jong’, niet sexy, uitdagend, manipulatief
of altijd in zijn hoofd en ik had gedacht aan dat

‘jong zijn’ dat bijna ongemerkt voorbij ging. Nu staat er alleen
een berichtje op dat kleine scherm dat zichzelf zwart

omlijst, ze is overleden, heeft hij getypt, gisteren. De woorden
veel te groot voor dit kleine medium, ik zie geen

vogels vallen van een denkbeeldige lijn, mijn kleinzonen grijnzen
zodra ik niets doe, de wereld is onbestaanbaar

en tegelijkertijd de beste verblijfplaats. Ik denk niet aan hem, ik
denk aan haar en hoe vaak ze weggedrukt is,

verruild en verplaatst, gerustgesteld en besproken en hoe ik nooit
haar heb horen schreeuwen dat ik altijd jong bleef.

ergens doet iemand open

Om bijna bovenin te wonen, tussen de kleinste bladeren en het
lichtste groen, de ijle witte flarden in de lucht

bereikbare stroken land, mee te doen met het gekwetter van vogels,
opgetild en voorzichtig neergezet, wachttoren en

verblijf. Vanaf de kijkgaten het overzicht, door de openingen de
geur van toen, alsof dat wat beneden ligt nog altijd

bereikbaar is maar het gekrioel van beesten niet meer zichtbaar
en het gestruikel over de wortels, het zacht achterover

vallen, het volgen van de voetstappen, overbodig. In een droom
de ontmoetingen, hoe daar ergens mijn vader

wacht, zoals hij dacht, mijn mamma, zoals zij hoopte, gekke schilder
W. tussen zijn portretten, dat was de afspraak, of

de rode kater, de waakhond en meisje J. maar voorlopig wakker
van geen enkel vertrek weten en niets beloven.

de ruimte om ons heen

We zouden beter moeten weten, zegt iemand op straat. De zin
stijgt naar boven als een ballon zonder touwtje, de rest

van het gesprek staat misschien op een briefje in het roze ding,
buiten bereik van iedereen. Wat, denk ik,

en wie zijn we? Een fietser buigt zich over een kind voorop,
een man scheldt op een langzame hond, de

achterbuurvrouw rookt haar honderdste sigaret, er is een auto
die niet wil starten. In het trappenhuis de lucht van

gebraden vlees. Vliegtuigen lijken lager dan ooit te hangen en
blikkeren tussen roerloze bomen, tuinen zijn

op slot, terrasstoelen opgestapeld, er hangt een jurkje aan een
hek. Er wordt langdurig gebeld, ergens doet iemand

open. Beter dus dan we nu doen en met z’n allen en gisteren
eigenlijk al, liever nog vandaag.

hij fluit wellicht

De temperatuur zal in die kamer het meest stijgen. De ramen
geblokkeerd door de automatische zonneschermen,

dicht vanwege dreigende tochtstromen, de deur afsluitend, de
hitte vanuit vestjes en vale bruine rokken, de

dikke wollen sokken van de heer B. die wel in sandalen steken
maar verder geen zomer betekenen, het kleur op

kleur verschijnen van mevrouw Z. die met één been onder tafel
schuift en altijd pijnlijk botst, het verband van

de heer T. dat van zijn plaats komt en jeukt en uit het decolleté
van A. die elke maandag zo lief is de koffie te doen.

Om dan te praten over vroeger, het hooiland te missen en het
donker bier, de ruimte om ons heen, het strootje tussen

de tanden en de armen onder ons hoofd of hoe we ontsnapten aan
een bui die reeds dagen over onze velden hing.

ruim voor de eerste lichtflits

Op zijn foto’s wappert de was, er kraait een haan, zij is bij voorbaat
verraden, een hond slingert van een zandpad, de

zon is zwak nog, de horizon zichtbaar en recht. Hij doet zijn best.
Er zijn winkels met de inhoud op straat, hotelkamers

die open staan en een opgeruimde indruk maken, de zon klimt, de
schaduwen komen. Er is een oud mannetje dat

grijnst, de hond komt terug, zijn hand zal losse gebaren maken
ergens buiten beeld, hij fluit wellicht. Dan volgt

een opgemaakt bord met een vork ernaast, zij lijnt natuurlijk, en
een tinkelend glas, de ingrediënten appt hij later

net zoals de waardering. Er is een cijfer voor alles. Nooit vouwt
iemand het wasgoed, niemand slacht de haan,

misschien dat hij nu, met die ene hand die over is, via haar knie naar
boven klimt, net voordat hij met een klik zichzelf neemt.

op de tast

Omdat er altijd een keuze is, vond ze dat alles dat daarna kwam
haar eigen schuld was. En alles dat ervoor zat

ook. Ze had geleerd niet te treuzelen en dus kende ze soms niet
alle mogelijkheden voordat ze besloot en had

ze eenmaal besloten, dan wist ze later echt niet meer waarom.
Het was kortom een puinhoop in haar en

vaak dacht ze alleen maar daaraan of hoe ze dat in een keer kon
veranderen en voorgoed. Ze klom op

de toren van Z. maar had hoogtevrees en ze lag op de rails van
D. maar dat was bijzonder ongemakkelijk.

Toen kwam iemand die haar zou helpen en hartjes tekende op
haar ramen, daar koos ze echt niet voor, ze

was geen deler. Ze deed haar vingers in haar oren en liet het huis
ontploffen, alles dat daarna kwam was haar eigen schuld.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑