Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: leven (page 1 of 67)

bloesem en boerenerf

Even te wachten maar waarop, iets dat buiten het weten om
op de stoep plaatsneemt maar nog niet naar

binnen wil, iets dat fleemt en bedelt maar nooit genoegen
neemt, dat niets dat uit de ruimte opeens bovenop

zit of misschien dat alles dat nooit volledig is, nalaat en zich
afkeert van. Uitstel. De lucht oogt vriendelijk,

dotjes van wolken, vogels onzichtbaar in uitgevouwen bomen,
verdere bewoners afwezig nog, alleen een

stationair draaiende auto drie straten verder. Voordeelaanbiedingen
bij de kassa straks, een stroom toeristen rond onze

enige attractie, een bibliotheekboek klem in de daarvoor gemaakte
gleuf, een kerkklok die teveel slaat, altijd

iemand de weg kwijt, het enige verzet de foute verwijzing naar
het juiste centrum en de gniffel daarna.

lichtvoetig

De warmte van de zon, achter glas veelal, is slechts een afgeleide
van de warmte van zijn lijf, half ontkleed vaak en

ergens in zijn paradijs waar hij ongezien verdwaalt maar nog wel
op mijn beeld staat, net niet te lang om

het fragment door te branden maar wel zo uitnodigend dat iedere
keer het stukje film door mijn handen gaat, of hij,

binnengehaald vanuit die herinnering. Ook met ogen dicht is de
huid voelbaar, sissend op het melkwit van mijn

bestaan, schroeiend tegen mijn onderdelen die opeens overal lijken
te liggen, de geheime plek delend, schuilend later

in de vrijplaats van het verleden. Bij wolken, wind en waan is er
soms die lichtflits of heldere rand, een teken dat

hij zal verschijnen, hoog boven me zal uit torenen en grinnikend
tot herovering besluit, zijn stralen tot in mijn botten.

het belang van de kwestie

Om voordat de benen over de rand geslagen worden nog even het
lijf te strekken, uit te proberen, tegen te houden tot

ook het hoofd voelt waar het ligt en het hart daar ergens en de hand
te verplaatsen naar de leegte en de lucht te voelen door

de open deurspleet en de vogels te horen en de aarzelende geluiden
van het starten van de straat, alsof er regen komt

terwijl het grijs doelloos hangt en een kat van balkon naar balkon
springt en alles bovenop de inhoud komt van

teveel nadenken en overvolle dromen en plannen die half gemaakt
nog het misschien in zich dragen, daarna pas

de vloer aan te tikken alsof het de balustrade is waarop men oefent,
onbevreesd en herhaaldelijk, en dan lichtvoetig

maar beschaamd voor het uitstel en nog even talmend bij de laatste
sprong zich realiseert dat het slechts zeven minuten later is.

eerst als Lola het goedvindt

Tegenover mij overweegt ze haar mogelijkheden, er is er maar
een eigenlijk. Ze draait haar gezicht naar het raam

en staart terwijl haar vingers friemelen aan haar mobiel en soms
trekken aan de kabeltjes in haar schoot. Ter

afwisseling schudt ze af en toe met haar haar van links naar rechts
maar ze weet dat het niet baat, ze blijft hopeloos

onzeker, te laat, ongeschikt en afgeschreven alvorens, ze ziet het
voortdurend in het raam weerspiegeld. Misschien

heeft haar broer vanmorgen bij het ene hapje dat ze nam iets over
gulzigheid gezegd of haar moeder commentaar geleverd

op de scheuren in haar broek die bij haar van boven naar beneden
lopen in plaats van overdwars, misschien plaste de

hond over haar schoen, de dag mislukt voordat ze begon en deze
coupé vol mensen alleen maar grinnikende tegenstanders.

de vlekken oplosbaar

Niet de zee te hoeven noemen meer. Geen grapjes over gebieden
die buiten bereik liggen omdat we niet kunnen zwemmen.

Geen reisjes onder al dat water door, niet opnoemen hoe het Fries
van onze moeder eigenlijk het buitenlands is van

de taal van mijn ene kind, niet de ernst van de kleinzoon waarmee
hij vertaalt, niet wuiven naar de lucht omdat zij

daar vliegt en helemaal niet denken aan hoe zij uit beeld verdwijnt,
nooit meer de haperende telefoonlijn of het vervormen

van haar stem, alles net een seconde later dan zij het uitspreekt. Nooit
meer voorzichtig vragen of er nog meer water

bij komt, bij de wijn dan graag, of huilend van gemis uit het raampje
kijken van de overvolle slangen die vies en krijsend

uit hun holen kronkelen. Voortaan knuffels op mijn schoot en zonen
hijsen op mijn heupen zoals ik dat vroeger deed.

 

 

een versnapering

In de ochtend lijkt alles eenvoudig, je hoeft alleen maar je benen
over de rand van het bed te slaan terwijl je in de nacht

nog probeert tegen de wanden op te klauteren om uit het wak te
blijven. In de stilte van de morgen is de lucht nog

grijs, licht dampend, hier en daar een roze streep boven rode
dakpannen alsof er een kinderjurkje klaar hangt

en jij voor altijd jong. Verderop het zachte blauw dat bijna al het
grijs kleurt en bomen die straks zullen buigen met

vriendelijke knikjes, alles om je door te laten, een reisje in het
rond. Alles doet het, je armen, hoofd en ogen, je

bent de vogel die het lied fluit hoog boven je, de rook van het
vliegtuig tussen roze en blauw, de knipperende

lantaarnpaal die is blijven branden, het opgetrokken gordijn, de
kat in het voorste tuintje, het verhaal als melodie.

alsof het echt maar heel even duurt

In de herhaling zit het ongemak, het verdriet ook. Terwijl hij
net als toen hij een kind was, de zelfgemaakte pizza’s

belegt met geduld en fantasie en vooral heel veel, vormt zich
de aanklacht die dezelfde is die ik mijn vader

oplegde. Wat moet je met een vriend als je een vader nodig hebt?
Een teveel aan liefde vergroot de schade eerst, dan

beperkt zij die. Goedmoedig slaat hij op mijn schouder zoals
hij zijn eten deelt maar ik word steeds kleiner

en niet alleen door zijn torenhoge lengte die hij overigens van
dezelfde man heeft. Gelukkig erft ook

nonchalance en afwezigheid over, een verkeren in de wolken
hierboven bij voorkeur of een honger die altijd

voorlopig weer gestild wordt. Bovendien vergeet hij alles zodra
hij het gedeeld heeft, alleen ik doe dat niet.

een brief uit de toekomst

Misschien is het een droom. Zo een waarbij je met een flits en
knal ontwaakt, verbijsterd om dat wat je achterlaat en

dat wat je aantreft, het bed wanordelijk zonder een tastbare
bezoeker, deuren klepperend open, de geur

van vers gezette koffie zonder een spoor van broodkruimels op
de tafel, je eet trouwens geen brood op dat tijdstip.

Er was een zoektocht waarbij je uiteindelijk op de hoek van een
straat een grote man de hand schudde alsof je

na jaren op familiebezoek ging bij de boeren in je moeders land,
handen die gemolken hadden waren extra stevig.

Er was een reuze baby die je op een aanrecht legde, strijkend
over zijn blijkbaar pijnlijke buik, hij huilde.

Er was het zeker weten wat je ging doen als je groter was, dat ook
maar nogmaals, misschien was dat alleen in je slaap.

een heel bloemenveld

Er is een brief uit de toekomst, een jaartal dat al ingehaald is en
achterwege, we zijn onszelf voorbijgelopen en niets

is gegaan zoals hij stelde. Even lijkt het alsof hij stiekem mijn
huis binnen is gegaan en die brief tussen de oudere

epistels heeft geschoven als een bewijs achteraf van goede intentie
en aanwezigheid. Ik had niets gehoord, ik

herinner me niet dat hij zachtjes deed. Er is geen laatste brief.
Van sommigen maak ik een beeld dat ik doorstuur,

een kennismaking met de achterblijvers, het handschrift in al zijn
zwierig dansen onbekend. Niemand bleef zo lang

op als ik om de berichten onder de asbak te vinden, glad te strijken,
tegen het licht te houden. Het was nacht. Bijna

is het alsof ik opnieuw tegen hem aanlig, geen gevlij maar onderdeel
van een moedwillige poging het leven te beheersen.

een struikelende haast

Nooit gedragen jurken hangen te wachten in een gesloten kast
alsof het meisjes zijn die op een eerste kus hopen.

De een giechelend alsof ze bijna van de hanger glijdt, licht
gekreukt van zichzelf, de ander strak en

keurig alsof ze nadenkt alvorens te dromen. Er is een die alleen
maar rood opgloeit, een ander die met paarse rand

een heel bloemenveld laat uitkomen, ook rollen er stippen uit
het hout vanachter de deuren, ze bonken zachtjes

tegen de panelen. Van de een is een los draadje uit de mouw
zichtbaar, de ander een kleine scheur onder de oksel.

Een heeft een ruisend lange rok die zich nestelt tegen de bodem
terwijl een ander heel brutaal en uiterst koket

pronkt met een verderfelijke lengte alsof tegen de moeder de
tong wordt uitgestoken. Zij draagt alleen maar zwart.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑