Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: leven (pagina 1 van 61)

hoe oranje rood wordt

Ze hadden geen uitzonderlijke lijven, geen verblindende
schoonheid, ze waren niet jong en hun jurken

hingen doelloos om hen heen maar taal liet hen slingeren
om elkaars heupen, voeten wrijvend tegen

elkaar, haar dat glanzend omlaag viel, lippen stukgebeten,
herkennen tot het laatste moment. Niet

mee te kunnen daar en toen, spijt voor niet getoonde moed,
op de bank met een veldboeket waarvoor je

niet eens meer bukkend over de aarde naar haar toe kon.
Kamers die grenzend aan elkaar alleen

openden bij een klop op de deur, handen onder tafel, het
gesprek altijd afwendend, kijk hoe bijzonder die

ander is. De mooiste voor haar, altijd jong voor haar, het
laatste woord altijd voor haar, ook nu.

weke delen

Vandaag reizen we over de grote rivieren, morgen binnen
de vierkante meters van ons bestaan alhier, ons

leven is het noodlot, zegt hij, en soms ontsnap je eraan. Elke
dag gaan er mensen dood, de kamer

een rouwkamer, zwart mijn kleding, is er nu nooit een nuance
in die kleur, vraagt hij en niets

heeft te maken met jou. Het tempo aangepast, doe ik de attracties
aan. Er zal een traktatie volgen, hij

is vrijgevig binnen die grenzen, heimwee hoef je niet te voelen
als je maar een dagje weg bent. Het is niet dat

wat we onderweg zullen zien, het is wat hij hier aanwijst: die
deur piept, die lamp wankelt, daar komt een plank

zodat ik nog meer kan stapelen, onder hem ligt mijn lijf en
ginder zijn hoofd en het hart kan in de kast.

ze heeft altijd haar best gedaan

Er zijn wat gunstige omstandigheden als korte stralen
zon tussen kletterende buien waarin we precies

van de ene hoek naar de andere kunnen fietsen, hem
thuis treffen en de vragen kunnen stellen:

waarom brabbelen er geen kinderen vanuit zijn regels,
struikelen we niet over het speelgoed, mogen

we niet vertederd raken vanwege de late komst van de
prinsjes, zwijgt hij nu al zoveel jaren. Er

zal koffie zijn en luisteren aan deuren en ik zal ijverig
noteren wat er in die stilte ligt. Hij zal

proberen het te verbieden. Als je verzen gekenmerkt
worden door verlies, kun je moeilijk opeens

met veel plezier bezit aankondigen dat niet eens echt
van jou is maar toevallig in je kasteel huist.

nadat de nacht overgaat in de ochtend

Alles wat keurig verzameld en opgebouwd voor veiligheid
moest zorgen, orde ontstaan uit afstand en

afwijzing, keurige lijnen op het witte bord in de werkkamer,
valt in elkaar, uit handen, bibbert over

het scherm en loopt uiteen in trage opvattingen over vrijheid,
een andere wereld, hem. Zodra hij deze

kamers verlaat, deze boomhut die tegen de hemel geplakt de
stilte vangt, schudden de bomen tegen deze

vensters, kraken de takken, spreiden de bladeren zich nogmaals
uit alvorens te vallen, raast de wind, moeten

de natte muren gestut worden en deuren van sloten voorzien.
Nauwelijks wordt er gewerkt, van ver

horen we scheepstoeters, kerkklokken, loeiende beesten, auto’s
die botsend zich boren in elkaar, een gillende vrouw.

bestaan

Het warmste plekje is afgesloten, verstopt achter been en
heup, opgeworpen halverwege, tegen handen die

verder zoeken, nieuwsgierigheid, herhaling, gewenning
en andere dwingende factoren zoals liefde. Het

harde bot houdt het zachte vlees tegen, wijkt eerst nadat
de nacht overgaat in de ochtend, vakantie, zegt

ze, een onzin belofte natuurlijk. Er moet koffie komen en
lawaai vanuit de straat, een liedje, eindelijk

een goede reden. Dan draait hij zich, duwt zich tegen haar
aan en op en vloeit zich uit in haar luisterend

loom gebaar, eerst dan is het donker geweken. Hoezo vrij,
zegt hij, er moet wel gewerkt worden maar

het ritme waarin blijft zomers, gedachteloos, ver weg en
zonder terugkeer, lege agenda’s en hart.

uit de toon

De ontluistering huist in het bovenste gedeelte waar onder
het dak de muur rozerood verloopt, een paar

portretjes scheef de glorie van weleer bevatten boven scheur
en vochtvlek, een schakelaar geen functie meer

heeft en kabels afgesneden als losse lichaamsdelen in een
duistere hoek hangen. Over het dakraam glijdt

een barst, een gordijn hangt nog vol stof, stoelen staan altijd
klaar boven op elkander maar het geluid van beneden

nodigt uit tot het snel verlaten van deze ruimte. Het feest is
twee verdiepingen lager, de warmte uit de jassen

dampt na, de glazen rinkelen, de schalen passen in gekromde
armen, gebogen wordt voor haar inhoud, handen

liggen op schouders, lippen krijgen nieuwe kleur, gegiechel
bij het aangeheven lied, iemand reikt tot de zoldering.

vele letters onzichtbaar in alle pogingen elkaar te begrijpen

Om wakker te worden en nooit meer het geluid te horen
van haar kleine kletsende voeten op

de gang, het ongeduldig springen tegen de deur, zingend
vragen welke dag het is en wanneer ze nu

mag, vandaag toch, ja, om nooit meer te kunnen slapen
omdat die ochtend nooit meer komt, elke

dag het verdriet, het gekmakend wurgend gemis aan elk
geluid om haar heen. Een blauw regenjasje

aan de kapstok, ze wilde zonder jas, het was warm nog,
het zonnetje uit de tekening voor pappa,

als altijd een stukje brood vergeten op het bordje, een
appel met een hap eruit, ben ik niet

de allerliefste, jij de mooiste mamma. Om nooit meer wakker
te worden omdat je nooit meer slaapt.

monsterlijke kleinoden

Het zich aanbieden blijft: soms geheel in stijl en totaal
overtuigd, soms als achtergebleven gebaar,

een toetje dat ver na houdbaarheidsdatum achter uit de
koelkast komt. Vaak op kniehoogte, dan

weer groter dan tevoren, eerst na een grapje, later uit
pijnlijk ernstige bedoelingen, berekend

en uit angst voor bederf. Altijd is afwijzing inbegrepen,
onderdeel van het herhalen, deel van

het vrede stichten, aanslag op de lepel die als laatste in
een rommelige bestekbak opgetild met

kracht de zoete inhoud splijt, bergen waartussen een
straaltje saus zich voordoet als bron, en

voor de open mond zich omdraait en sporen trekt over
een verbaasd gezicht dat zich later likt.

de bedoeling

Was het vroeger nog iets om de tegenpartij over te halen,
een man bereid tot een maal en meer, luisteraars

te sussen en een minnaar naar dromenland te verhuizen,
tegenwoordig zijn het baby’s van halve meters

die hun hoofdje draaien naar de windrichting die mijn
stem meebrengt. Terwijl zijn broer de

handjes voor zijn ogen slaat en tussen twee vingers zijn
lange wimpers duwt en ik mijn hoofd in mijn

shirt verberg om dan heel langzaam tevoorschijn te komen
zodat hij lachend mij begroet, beweegt deze

kleine een pink, een mondhoek en zijn mamma. Er wordt
meer gelachen dan toen, zelden zat ik op mijn

hurken en deed een kikker na, een poes, mezelf misschien.
Zomaar is de bedoeling duidelijker.

dat gemak waarmee

Alsof ons niets gebeurd was, niets zou kunnen gebeuren
meer, zo vouwden we ons op en in

elkaar, hielden ons vast, draaiden om onze as, hingen met
al onze zwaarte aan het laken en sprongen met

gemak in een al klaarliggend weiland, waar pas gemaaide
stroken gras nat nog aan elkaar kleefden.

Daarna renden we als kleine kinderen weg….zul je het
mooi vinden als ik zoiets schrijf?

Het was misschien altijd wel de bedoeling dat er nog meer
woorden zouden volgen. Ons was nu eenmaal

niets gebeurd terwijl alles in de lijnen van ons gezicht staat
gegroefd en de seizoenen los laten als

de zwarte vogels die je bevrijdde uit je handen. Maak daar
maar weer poëzie van, zeg je, ik ren niet meer.

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑