Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: zijn (page 1 of 59)

symbolen uit een andere tijd

Met zijn bril op tafel huilt hij zonder geluid te maken, wrijft
in zijn ogen, laat het haar vallen, kijkt mij aan terwijl

mijn armen te kort blijven, mijn lijf keurig rechtop. Ik heb geleerd
niets te bevestigen, niet dit verdriet, niet dit zijn.

Chronologisch, zeg ik en dwing hem het verhaal af en het duurt
lang voordat hij bij haar uit bed valt, haar lijf

koud. Hij huilt niet om wat er gebeurde maar om wat hij niet deed.
Hij had nog, en dit en dat en hij heeft nooit en

niet voor haar is dit schuldgevoel maar voor zichzelf. Ik vertel hoe
ik bij mijn stervende mamma in bed kroop, een

vogeltje in een roze dekentje, dat helpt, of hoe ik nu veel vaker aan
mijn vader denk dan daarvoor. Later pas

herinner ik me welke mannen nog meer huilden en waarom en of
ik meer vormen van geruststelling kende dan dat ene.

een geheime voorraad

Een man in de stiltecoupé vraagt hoe of dat nou voelt en een
onzichtbare maar duidelijk aanwezige vrouw

antwoordt nauwgezet, bovendien is iedereen met die vraag bezig,
lijkt het, het gonst en krioelt van ongewenste

intimiteit en het uitzicht, een hangende regen boven industrie en
verlaten beesten, wordt erdoor beperkt. Met ogen

dicht kom ik niet verder. In dit kleine vertrek voel ik me de jongste,
een indringer ook, er is een enkel meisje dat

met minirok bruine dijen toont terwijl ze kauwend op de maat van
muziek uit haar koptelefoon over haar mobiel scrolt, de

overigen zijn samen op pad, delen het proviand na de eerste bocht,
het routeplan op schoot, een in beweging en

uiterlijk, het regenpak puilt uit de tas, de voorzichtigheid is dezelfde
als van de buren, een echt antwoord is het niet.

een andere kant

Soms geloof ik dat het niets uitmaakt wat ik voorlees zoals het niet
uitmaakt hoe jong ik ben en of mijn shirtje opkruipt en

de tekeningen op mijn lijf laat zien, de heer T. heeft er twee, of mijn
bril rechtstaat en of ik wel mascara op mijn wimpers

heb. Zo moet ik elke keer weer het wafeltje van de heer B. met een
grapje afslaan, straks verslik ik me nog, en

herhaalt hij zich in het doel van de traktatie, in zijn dressoir moet een
geheime voorraad liggen. Soms is het de eetgroep

van veertig jaar geleden, even hongerig en door elkaar pratend tot
de pan op tafel komt, soms is het mijn familie, mijn

pappa zwaait met de autosleutel, we gaan straks een ritje maken, het
kleed spreidt zich gemakkelijk uit in het weiland,

soms ook zijn het mijn vrienden, zich omhoog hijsend in deze boomhut
en vragend naar de betekenis van de kunst aan mijn wanden.

onze beste plek

Mevrouw de B. zegt dat ze al jaren wacht op een woning, ze
wil weer zelfstandig zijn maar ze krijgt de kans niet meer,

laat me je dit vertellen, zegt ze elke keer schel en steekt dan van
wal met een droef verhaal. Mevrouw V. zegt,

onverwacht fel, dat ze nu maar eens ophouden moet, bekijk het
van een andere kant, zo slecht is het hier toch niet

en wijzend op de groep rond hen benadrukt ze de vriendschap
en het vertrouwen dat opgebouwd is. De B.

staart over mij heen naar buiten. Het gaat onweren, zegt ze en
dat is het laatste voor die middag. Ik word er

niet goed van, zegt mevrouw V. mij in vertrouwen, die negatieve
houding. Zelf hoop ik iedere keer dat er geen

enorme huilbui komt, dat ze haar kleren aanlaat en mij de zinnen.
Jij bent in ieder geval droog over, zegt de heer T.

dit keer geen eigen verzinsel

Ze had zich wel eens over het graf gegooid van de man die zij
het meest miste, ze zei het terwijl ze in haar gebakje

prikte en op zoek leek naar nog een verborgen kers of hoe het
allemaal tegelijk in haar mond zou passen, en

beweerde geen voorkeur te hebben voor deze smaak. Ik dacht
aan kruisjes slaan en misschien op één knie

bekennen hoe vaak ik hem vergeten was, de regen van de steen
afvegen en de bloemen recht en kijken dan

welk graf vers was en welke teksten anderen droegen en het
gehuil horen misschien tijdens de plechtigheid.

Ze had nog een hapje genomen en schoof toen het schoteltje
opzij. Ik neigde tot het fatsoeneren van het

hoopje zoet maar ze legde haar hand over de mijne en noemde
de zeven stadia van rouw of waren het er negen?

groter dan anders

Dat wat ik doe is nog steeds oefening, hier staat het, kijk maar.
Ik schrijf niet echt over liefde of verlangen of het

uitblijven van dat alles, ik spring over afspraken en vergeefsheid
heen, loop met een boogje langs alle

attributen, gooi ballen in de lucht en vergeet ze te vangen, ach als
je maar je best doet, zou iemand zeggen.

Dat wat ik doe is nog steeds niet mijn best, luister maar, hier komt
het. De zinnen die me laat invallen en op

een geel briefje op tafel geplakt worden, staan niet erg gelukkig te
zijn in het gedicht van de ochtend en toch

perfectioneer ik ze niet. Ik ben de dichters zat. Hangend over de
eigen handen is de volgorde willekeur.

Alles is een smeekbede en toch ook weer niet. Schrijven is omgaan
met mezelf, wakker worden met een boodschap.

boven de rest van de wereld

Op een dag zat hij aan tafel en wees naar de kast er tegenover,
de deur piepte en ik liet de inhoud zien. Een van

de schriftjes nam ik uit de volgorde en hij las voor, jaartal niet
noemend, wel de onrust die ik ervoer. Zijn

grote hand lag op mijn woorden zoals die op mijn arm lag of
op mijn rug, licht duwend, en zijn mond bewoog

even traag als bij het afscheid nemen. Dan bladerde hij verder
en nam nog een zin en pakte ik uit de volgende rij

een ander exemplaar. Hij at nooit aan die tafel en nam nooit
plaats tussen anderen en ook zei hij nooit

of iets goed was of af, de stem bleef van eenzelfde diepte. Het
leek alsof hij samenvatte wat een leven lang

onzegbaar bleef. Dan stond hij op en leek groter dan anders,
bewoog die hand en die mond en liet de deur open.

keurig afgesloten

Ze hoorde mijn stem een keer, ergens op de achtergrond, en had
gezegd hoe jong ik klonk, de lijn zonder ruis blijkbaar,

en hij had gezegd ‘ja jong’, niet sexy, uitdagend, manipulatief
of altijd in zijn hoofd en ik had gedacht aan dat

‘jong zijn’ dat bijna ongemerkt voorbij ging. Nu staat er alleen
een berichtje op dat kleine scherm dat zichzelf zwart

omlijst, ze is overleden, heeft hij getypt, gisteren. De woorden
veel te groot voor dit kleine medium, ik zie geen

vogels vallen van een denkbeeldige lijn, mijn kleinzonen grijnzen
zodra ik niets doe, de wereld is onbestaanbaar

en tegelijkertijd de beste verblijfplaats. Ik denk niet aan hem, ik
denk aan haar en hoe vaak ze weggedrukt is,

verruild en verplaatst, gerustgesteld en besproken en hoe ik nooit
haar heb horen schreeuwen dat ik altijd jong bleef.

dat bijna te lang durend moment

Het was beslist geen zweven, toch zat er even uitstel in de
beweging alsof inderdaad nagedacht was of moest

worden, de handen geplaatst konden en het gezicht afgewend
en de ogen gesloten, dat vooral. Van te voren

leek er een lasso geworpen om de benen, de rest nog vrij maar
niet meer in staat tot, en alles kwam met een

enorme klap zo onder mijn raam terecht terwijl toch gewoon
de voordeur genomen was, keurig afgesloten.

Een man kwam aanfietsen en zei dat ze niets aan hem had, hij
bleef staan zonder af te stappen en had het over

gebrek aan diploma’s maar ze kon beter haar broek uitdoen,
dat wist hij wel. Zou u denken, zei ze nog, verlegen

met de situatie. Ze was al opgestaan, controleerde in gedachten
alle onderdelen en groette hem. Ze fladderde.

hoe ik mezelf moet terugvouwen

Dames de B. en Z. zitten in de hal al te wachten, handen in hun
schoot. Mevrouw de B. zou later zeggen dat ze geen

idee had waarop maar ‘zij daar’, wijzend op mevrouw Z., nam
haar zomaar mee en gelukkig ook maar, stralend heeft

ze het over gezelligheid en de enkele goede dag die ze heeft,
vandaag! Na een kwartier moet ze huilen, het

is allemaal niet meer zoals het was en dat gaat gepaard met lange
uithalen, open mond en wegzakken in haar stoel.

Je moet je focussen, zegt mevrouw K., op dat wat wel leuk is en
dat doet de hele groep, ogen bijna dicht of priemend

in mijn open boek en ik doe natuurlijk hetzelfde. Het zijn mijn
vrienden geworden, ze kennen mijn vader, de heer

T. weet zelfs hoe het huis eruit zag waarin ik woonde voordat
ik dat deed en mevrouw V. deelt met mij haar kind.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑