Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: zijn (page 1 of 53)

bloesem en boerenerf

Even te wachten maar waarop, iets dat buiten het weten om
op de stoep plaatsneemt maar nog niet naar

binnen wil, iets dat fleemt en bedelt maar nooit genoegen
neemt, dat niets dat uit de ruimte opeens bovenop

zit of misschien dat alles dat nooit volledig is, nalaat en zich
afkeert van. Uitstel. De lucht oogt vriendelijk,

dotjes van wolken, vogels onzichtbaar in uitgevouwen bomen,
verdere bewoners afwezig nog, alleen een

stationair draaiende auto drie straten verder. Voordeelaanbiedingen
bij de kassa straks, een stroom toeristen rond onze

enige attractie, een bibliotheekboek klem in de daarvoor gemaakte
gleuf, een kerkklok die teveel slaat, altijd

iemand de weg kwijt, het enige verzet de foute verwijzing naar
het juiste centrum en de gniffel daarna.

lichtvoetig

De warmte van de zon, achter glas veelal, is slechts een afgeleide
van de warmte van zijn lijf, half ontkleed vaak en

ergens in zijn paradijs waar hij ongezien verdwaalt maar nog wel
op mijn beeld staat, net niet te lang om

het fragment door te branden maar wel zo uitnodigend dat iedere
keer het stukje film door mijn handen gaat, of hij,

binnengehaald vanuit die herinnering. Ook met ogen dicht is de
huid voelbaar, sissend op het melkwit van mijn

bestaan, schroeiend tegen mijn onderdelen die opeens overal lijken
te liggen, de geheime plek delend, schuilend later

in de vrijplaats van het verleden. Bij wolken, wind en waan is er
soms die lichtflits of heldere rand, een teken dat

hij zal verschijnen, hoog boven me zal uit torenen en grinnikend
tot herovering besluit, zijn stralen tot in mijn botten.

het belang van de kwestie

Om voordat de benen over de rand geslagen worden nog even het
lijf te strekken, uit te proberen, tegen te houden tot

ook het hoofd voelt waar het ligt en het hart daar ergens en de hand
te verplaatsen naar de leegte en de lucht te voelen door

de open deurspleet en de vogels te horen en de aarzelende geluiden
van het starten van de straat, alsof er regen komt

terwijl het grijs doelloos hangt en een kat van balkon naar balkon
springt en alles bovenop de inhoud komt van

teveel nadenken en overvolle dromen en plannen die half gemaakt
nog het misschien in zich dragen, daarna pas

de vloer aan te tikken alsof het de balustrade is waarop men oefent,
onbevreesd en herhaaldelijk, en dan lichtvoetig

maar beschaamd voor het uitstel en nog even talmend bij de laatste
sprong zich realiseert dat het slechts zeven minuten later is.

voor alle partijen

In een lentegroen hokje zit een ijverig ambtenaar met zwetende
handen te vernemen wat het poëzieklimaat in zijn,

ons stadje A. is. Misschien is dat wel kenmerkend voor het stadje
en voor het gevraagde klimaat: het begin van een

nieuwe periode waarin alle mogelijkheden nog op uitkomen staan
vermits het hem en zijn partij gegeven is en het

onbekende van een toestand voor een man die beslissingen mag
nemen waar vooral cijfers de doorslag geven. Heb ik,

vraagt hij, om een onderhoud gevraagd of deed hij dat? Het was
het laatste, een datum die steeds opgeschoven werd

naar het belang van de kwestie, ook dat is typerend. De vrouw
tegenover hem is bevlogen, constateert hij, er gaat

een raampje open. ‘U bent in uw eentje? Geen bestuur, vrijwilligers
of denktank? Maar het lijkt zo professioneel!’ Het

voelt niet als een compliment, daarna doen we – ik en mezelf –
nog harder ons best. We houden van de herfst.

afgeschreven alvorens

We vullen het voor elkaar in, horen iets dat niet gezegd is en
lezen tussen de regels door, het misverstand is dat

we geloven dat we gelijk hebben, we wisten het immers altijd
al. Een droom duurt vaak nog langer, de ochtend

schudt met moeite de figuren van je af, je speelt nog een halve
dag een ontsnapping na die ternauwernood

en jammerlijk alleen voor die nacht gold, helden zijn ongewenst
in het daglicht, je hijgt alleen maar. Buiten adem

begint het echte leven. Denken dat zij hetzelfde zouden doen,
hoorbaar en opnieuw. Nog twee zinnen en je hebt

een verklaring, er was gewoon een geluid dat storend was, een
vuilnisbak die omviel tegen een gierende auto die

zestig mensen vervoerde met hoge snelheid en enorm plezier, je
had je ritje gemist, de bak tolde nog wat na.

eerst als Lola het goedvindt

Tegenover mij overweegt ze haar mogelijkheden, er is er maar
een eigenlijk. Ze draait haar gezicht naar het raam

en staart terwijl haar vingers friemelen aan haar mobiel en soms
trekken aan de kabeltjes in haar schoot. Ter

afwisseling schudt ze af en toe met haar haar van links naar rechts
maar ze weet dat het niet baat, ze blijft hopeloos

onzeker, te laat, ongeschikt en afgeschreven alvorens, ze ziet het
voortdurend in het raam weerspiegeld. Misschien

heeft haar broer vanmorgen bij het ene hapje dat ze nam iets over
gulzigheid gezegd of haar moeder commentaar geleverd

op de scheuren in haar broek die bij haar van boven naar beneden
lopen in plaats van overdwars, misschien plaste de

hond over haar schoen, de dag mislukt voordat ze begon en deze
coupé vol mensen alleen maar grinnikende tegenstanders.

uit hun holen

Mevrouw E. zit anderhalf uur in de tuinzaal op een activiteit
te wachten die niet komt, net voordat we tot een

volgende keer zeggen schuifelt ze naar binnen en voegt zich
verontwaardigd tussen ons maar ook hier is ze

niet op de juiste plek, niemand die haar kent. De gastvrouw
duwt haar zachtjes naar buiten en gaat op zoek,

alleen mevrouw Z. schudt haar hoofd. Op haar schoot zit Lola,
de namaak poes die zelfs haar bekje kan openen en

miauwt, haar oogjes rolt en spint. Eerst als Lola het goedvindt,
kunnen we beginnen. De heer B. doet

een heel zacht geluidje tussen spinnen en huilen in en maakt
zijn excuses, ik weet niet, zegt hij tegen niemand

in het bijzonder, of jullie wel blij zijn met mijn gezelschap. De
zon schijnt overweldigend maar dat is in de tuinzaal.

alsof er een kinderjurkje klaar hangt

Juist omdat jij het niet bent, ontvang je dagelijks deze portie, dit
deel van denken, dit kleine gebaar dat

als automatisme uit ijverige handen volgt, dit vrouwelijk goed,
haastig uitgetrokken en op de trap achtergelaten.

Zeker omdat jij het niet bent, raap je het op en probeert het aan
te trekken, het geeft mee, de stof rekbaar, de

naden zichtbaar en sterk, de vlekken oplosbaar of uitgeknipt simpel
verholpen, de kleur wisselend met het zonlicht of

alleen herkenbaar in het donker. Omdat jij het niet bent, pas je alles
draaiend in de spiegel, je paradeert koket

voor jezelf, je trekt het geheel in je eigen vorm en holt in de andere
richting de treden af. Je vergeet niet de deur te

openen, de straat voor je een lange rechte streep waarop je nog
sneller kunt, je hijgt nauwelijks, schaduw ontbreekt.

een versnapering

In de ochtend lijkt alles eenvoudig, je hoeft alleen maar je benen
over de rand van het bed te slaan terwijl je in de nacht

nog probeert tegen de wanden op te klauteren om uit het wak te
blijven. In de stilte van de morgen is de lucht nog

grijs, licht dampend, hier en daar een roze streep boven rode
dakpannen alsof er een kinderjurkje klaar hangt

en jij voor altijd jong. Verderop het zachte blauw dat bijna al het
grijs kleurt en bomen die straks zullen buigen met

vriendelijke knikjes, alles om je door te laten, een reisje in het
rond. Alles doet het, je armen, hoofd en ogen, je

bent de vogel die het lied fluit hoog boven je, de rook van het
vliegtuig tussen roze en blauw, de knipperende

lantaarnpaal die is blijven branden, het opgetrokken gordijn, de
kat in het voorste tuintje, het verhaal als melodie.

alsof het echt maar heel even duurt

In de herhaling zit het ongemak, het verdriet ook. Terwijl hij
net als toen hij een kind was, de zelfgemaakte pizza’s

belegt met geduld en fantasie en vooral heel veel, vormt zich
de aanklacht die dezelfde is die ik mijn vader

oplegde. Wat moet je met een vriend als je een vader nodig hebt?
Een teveel aan liefde vergroot de schade eerst, dan

beperkt zij die. Goedmoedig slaat hij op mijn schouder zoals
hij zijn eten deelt maar ik word steeds kleiner

en niet alleen door zijn torenhoge lengte die hij overigens van
dezelfde man heeft. Gelukkig erft ook

nonchalance en afwezigheid over, een verkeren in de wolken
hierboven bij voorkeur of een honger die altijd

voorlopig weer gestild wordt. Bovendien vergeet hij alles zodra
hij het gedeeld heeft, alleen ik doe dat niet.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑