Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: de wereld

alsof we dat allemaal zijn

Heeft u wel eens besloten te stoppen met nadenken, niet alle
associaties te maken tezelfdertijd, het idee dat

geluk voor de simpele is aangehaald en nagelaten uw best te
doen en lukte u dat – en nu typ ik hier niet het

verderfelijke vraagteken en ik noem geen termijn waarin noch
geef ik u enkele tips die bij nader inzien net zo

slecht werken als de vierentwintig stappen waarbinnen u uw
nieuwe en zoveel gunstiger gemoedstoestand had

kunnen bereiken, ai; raad die u noch ik ooit zouden opvolgen
omdat we helemaal nergens willen komen en zeker

niet in een bepaalde toestand, alleen soms een kleine pauze
verlangen van dat alsmaar werkend brein en dit

bij voorkeur tijdens een Pinkstercrisis waarin tongen van vuur
toch op ons neerdalen en ons eindelijk dronken maken.

het scheve land

Op de hoeken van de deken legde ze haar pumps en voorzichtig
zat ze daar, keurig, alles overziend, ontspannen en

toch meteen tot ingrijpen bereid terwijl hij in het midden van
de zwart-witte blokken languit met zijn ogen dicht

de hemel bestudeerde maar gewoon in slaap was. Ze nipte aan
haar beker koffie, peuzelde aan een koekje, tuurde

in de verte terwijl wij heel dichtbij waren, achter een twee bomen
misschien, zo bepaalden zij beiden hun eigen

afstand. Na even werd de deken dan uitgeklopt en opgevouwen,
het proviand in de tas, haar kleding rechtgetrokken,

hij kreukelig achter het stuur, zij met haar schoenen aan rechtop
achter het glas, wij achter dezelfde boom maar

dan achterin, verzinnend hoe wij kwijt waren of hoe de wereld
begon na de punten van de deken.

de achterdeur

Overgebleven is een herinnering: steun zoekend tussen de
duizenden op het plein is er geen hand nodig maar de balans
tussen het ene lijf en het andere, zacht

zwiepend van links naar rechts en voor en achter, niet kunnen
zien wat er vooraan gebeurt maar een golfje voelen dat daar
begint en dan langzaam naar achteren schuift,

een knikje van een hoofd, een knieval voor een ander, keurig
opgevangen in het leger van mensen dat ongeordend toch in
het gelid staat en afwacht tot de bazuinen klinken.

Een ijle stem gaat een gil vooraf, iets op rijm weerkaatst een
in haast geroepen verdriet, als plotselinge regenval de handen
boven het hoofd, wiegend bijna en voor even

een geheel, dan weer uit elkaar vallend in de straten rondom,
geef ons twee minuten en we zijn weer weg, niet geroken geur
van bloemen, niet geroken lucht van dood maar

onrust en haast en thuis willen komen en de deur open vinden
en naar binnen rennen en onder de tafel willen schuilen en
niet meer voelen dan dat ene gedeelde moment.

 

Amsterdam, 4 mei 2012

vaak was het een combinatie

Je zit aan het ontbijt en twijfelt aan nog een eitje of iets met roze
vlokjes erin, het is warm en dampt, er past dat

broodje bij dat verloren nog in een mandje ligt, je kunt ook gerust
nog wat van dat versgeperste sap inschenken dat

even later tussen het bloed van de tafel drupt en op de grond zich
vermengt tot een ongewenste verfkleur waarmee

overigens niets te kleuren valt. Je zou geen honger meer hebben
en sowieso geen moeite willen doen al die

metalen scherfjes uit het gerecht te plukken of de vingerkootjes
willen tellen die zomaar rechtop in

de traktaties staan, het was een enorm kabaal net nadat je je keuze
had gemaakt, je ging voor de

havervlokken en de geitenmelk, dat was per slot van rekening een
stuk gezonder, je dacht dat je nog heel wat tijd had.

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑