Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: vrouwen (pagina 1 van 9)

hoe de figuren passen in zijn gebouwde wereld

Ze claimt de dood en wie hij meenam als onderdeel van
een niet bestaand geheim en loopt

met zichzelf onder de arm, als eerste altijd aanwezig bij
de grote afwezige, als enige

uitverkoren tot begrip, kennis en wijsheid, de grote gebaren
terwijl ze veel kleiner is dan

dit alles bij elkaar, geen weet heeft van het ware verhaal,
de persoon niet kende, zichzelf slechts

troost. De afspraak die niets anders inhield dan een selectieve
waarheid, is alleen met haarzelf, hologig

blijft ze achter, wat dansend rond een lege boom terwijl ze
naar boven reikt, al bijna het vertrek aanraken

kan en zegt dat ze zingt en hij haar horen zal. Waarschijnlijk
is het jaloezie die haar beschrijft en grote haast.

een welwillend ouder

We kennen de kinderen bij naam (Jayden, Aiden, Mark,
Lisa, etter, Marrrrrkkk hoewel de laatste ook de

vader kan zijn, het konijn of opa), we weten de locaties
van de bal (schoppen! Nee, niet daar!), hoe

graag ze blijft zitten en haar sigaretje rookt, scrollend
over haar toestel, we weten hoe laat er morgen

gespeeld wordt (nou doei hè) en voor het gemak weer
bij haar, hoe laatst de auto bijna het hek raakte

(godsklere, dat zal mij weer overkomen), het traliewerk
haar zorgvuldig gebruinde huid en Cheryrryl

insloot (de kat, pluimstaart, schoonmaakster, toevallig
langskomende buurvrouw) en hoe het

laatste worstje altijd op de barbecue blijft liggen maar hoe
zij heet, blijft onbekend. Niets schreeuwt naar haar.

in één kamer

Terug te reizen naar waar het begon, waar de duinenrij
in zee zakte, doperwtjes naast een rand rijst in

een sausje dreven, kleuren verliepen als een oude wond,
je niet wist waaraan je je bezeerd had. Het huis

een bovenwoning in een straat waarin je verdwaalde
eerder, de kat zwart en hoog vanaf een kast

springend, je zus je vriendinnetje, alles een geheim dat
gemakkelijk onthouden kon. Het weer zonnig,

de auto snel, de taal die van een willekeurig toerist, de
geluiden uit een disco langs de snelweg.

Op het toilet een giechelend overleg, de zaak beklonken,
zij de een, ik de ander, zacht doen voor

elkaar, de ramen beslagen, de ochtend misplaatst, de rest
van het leven uiterst volwassen en hongerig.

nog een bezoekje

Het is opvallend hoeveel oninteressante mensen er in
één kamer passen terwijl zij in haar eentje

naast mijn bed staat in een droom waarin ik omgekeerd
in mijn ouderwets bed lig, de gehaakte sprei

op de grond gevallen, de kastanjetakken tikkend tegen
het venster, de deur met het ruitje op

een kier. Mijn jongste zoon staat volwassen op de gang
met een sigaar in zijn mond, hij heeft haar

duidelijk binnengelaten, en ik ben zo klein als toen. En
terwijl niemand in die ene kamer iets zei, babbelt

zij de oren van mijn hoofd terwijl ze daar blijft staan.
Ik moet dit onthouden, dacht ik en

opstaan maar terwijl ik dat deed, plotseling in gesprek
met honderd tegelijk, proefde ik de sigarenrook.

Het was zo’n heel dikke sigaar en de kleine kon rondjes
blazen met getuite lippen.

de verkeerde persoon

Ik probeer me te herinneren hoe vaak ik bij haar
kwam, de ongelukkige moeder van de een,

het rommelig huishouden, de ouderwetse wagen
waarin haar eveneens ongelukkig kind licht

schommelend aan haar voeten stond, en wanneer
ik haar voor het laatst zag. Later op

de avond meen ik dat ik haar een brief schreef nadat,
me schuldig voelde voor niet nog een bezoekje,

het ontbreken van de juiste woorden, het afslaan van
de wijn, het hoesten in haar rook, ik

google het kind. Zo zijn er meer die verdwenen van
het schoolplein. Vrouwen die voortijdig

en altijd het tekort wisten van die liefde die zo fel
en onbaatzuchtig door hun lijf trok.

de kat haar staart

Er zijn geheime bestanden die geopend zich meteen weer
sluiten, het beeld op zwart, een kort plofje in

het aangesloten apparaat, een prullenbak die daadwerkelijk
haar inhoud verslindt, een bijtend monstertje dat

lachend vermaalt, er zijn onlogische combinaties van letters,
cijfers en leestekens waarachter namen schuilen

uit een verlaten wereld, herinneringen die ondeelbaar koud
voor ons staan, er zijn tijdelijke constructies,

noodoplossingen voor een dreinend kind, verzonnen mantra’s
die nooit eerder werden opgezegd, hoor maar

hoe het niet echt klinkt, en nog zijn er verrassingen die niet
werkbaar zijn, haar hoofd even op mijn schouder,

de zomer onverklaarbaar buiten, de dag opeens weer geëindigd
in zwevende handen boven een toetsenbord.

(de raadselen achter de schermen van Meander nog steeds niet
opgelost)

bloemenschikken in een vaas

Er is een dichter die zegt ‘laat me eens naar je kijken’
alsof ik een afspraakje ben zonder naam, een

eersteling in een rij mogelijke kandidaten voor een
droomeiland in de zon, een oplossing,

het probleem onvergeeflijk, een bijzonder exemplaar
vervolgens waaraan mijn moeder het woord

‘apart’ koppelt zoals ze dat bij elk gerecht en elke
creatie deed, ik draai nog net niet op

mijn tenen rond maar ik lach wel zoals men van mij
verlangt. ‘Hmmm’ zegt de dichter, ‘daar

ben je dan’ en opnieuw is het alsof ik in het schap lag
en afgeprijsd mijn waarde bewijs, alleen

voor mannen misschien, in een ander shirtje wellicht,
tegen de ochtend en voordat ik buk.

een dag uitstel

Ze zegt dat ze best vaak aan mij denkt, zo in het
voorbijgaan van de klanten langs haar loket, die
ene waarvan ze precies begrijpt waarom,

nou ja en waarmee ze dan iets deelt, meer dan de
vereiste papieren en gegevens, en hoe ze dan net
iets meer achteroverleunt en hoopt

op koffie die langskomt, goed heet en met extra
suiker waarna ze op het scherm nog eens controle
houdt op het leven en de activiteiten van

en een beetje jaloers op de vrijheid is en een beetje
bezorgd ook over die situatie en hoopt op het beste,
ook voor haarzelf en dan, veel later, als

ze thuis is en de was draait en haar kind slaapt en
alleen de apparaten reageren op haar zachte toets,
verzint zij zich kunstwerken en boeken

en levens en mannen die blijven en geluk en volle
koelkasten en een beetje aardige collega en een jurk
waarin tien pond minder, lente brengt.

weet je nog hoe

Opnieuw lag ik op mijn knieën en voor hem en opnieuw
vroeg hij zich af wat ik deed en hoewel hij zich

niet zou verzetten, hoe kon hij ook, hij was verdwenen
door de zijdeur, voetstappen holden nog na,

en even warm was als altijd, zijn hand alleen niet door
mijn haren of even op de schouder als een

uitgestelde klop, zijn vingers niet hakend in mijn hals en
nergens meer de kracht dan uit zijn lendenen,

het gezicht niet langer de grimas van pijn die ik nooit zo
begreep of hoe dood aan hetzelfde gekoppeld werd,

ik, daar, zo nederig gebukt, dacht hij alleen aan hoe hij
met goed fatsoen zijn oponthoud zou

kunnen verklaren aan de eerste belanghebbende partij die
toevallig niet meer zo ver haar mond openen kon.

echt alleen voor hen

Hetzelfde boek, dezelfde lezer, andere markeringen in tijd en
plaats, andere aanduidingen, dezelfde

gretigheid, dezelfde moeite de enorme omvang in de hand te
houden, wisselen van het linker naar de

rechter. Een opdracht in potlood, twee briefjes halverwege, het
een van een kind uit de beginjaren, het gezin uit

het tweede deel, de ander een rijmpje voor de Sint, overgebleven
snoepgoed, waarschuwingen kinderlijk lachend

en niets van de man uit het eerste deel. Andere zegswijzen, een
nieuwe conclusie, een samenvatting die eerst

nog niet gegeven kon worden, een dode moeder, een overspelig
feit, een kind zo trouw, een beheersbaarheid,

ballen in de lucht, nog altijd het idee dat de act een andere is als
die van haar, nochtans dezelfde.

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑