Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: vrouwen (pagina 1 van 10)

de gewenste positie

Het onderwerp is uitgesleten zoals de handeling, glad als
een steen die te lang onder een miezerend straaltje

water heeft gelegen, met eenzelfde lichte glooiing waarmee
de rug overgaat in de bilpartij. Om te strelen

zo mooi en toch niet meer de begeerte opwekkend die het
vroeger deed. Ze ligt daar maar. Anderen

zien haar eerder, niet dat hij niet kijkt maar op het netvlies
staan voorgangers en niet eens keurig op een

rijtje en wat doet buurvrouw K. daartussen, zijn moeder of
het meisje in de melkwinkel van D., die nu

natuurlijk allang dood is. Alleen die beelden blijven, hij
schat zichzelf veertig of misschien twintig, kijk

hij had nog die enorme krullen en let op dat nonchalante
waarmee hij op haar ligt alsof ze er altijd zou zijn.

met tegenzin

Het weer is te slecht, zei ze, je kunt beter daar blijven terwijl
het koud noch nat was, niets dreigde, de lucht zelfs

bedrieglijk leeg en zij een zomerjurkje droeg waarin nauwelijks
nog de kreukels, ze had alleen maar

het hoofd hoeven uitsteken en door de opening om in de stof
te glijden die dansend langs haar ging. Hij

zei niets. Er zou altijd een waarschuwing volgen zoals moeders
die maken of de man op de radio die waterstanden

opdreunde, filevorming, omleidingen en hoe hoog de maan en
hij zou iedere keer rekening houden met

de temperatuursomslag in haar lijf. Zij nam een vest uit de kast
en deed alsof het herfst was, ze droeg binnenshuis

een muts, ze stapte in laarzen rond alsof de zondvloed gekomen
was terwijl hij op het droge naar de zwaluwen keek.

hoe oranje rood wordt

Ze hadden geen uitzonderlijke lijven, geen verblindende
schoonheid, ze waren niet jong en hun jurken

hingen doelloos om hen heen maar taal liet hen slingeren
om elkaars heupen, voeten wrijvend tegen

elkaar, haar dat glanzend omlaag viel, lippen stukgebeten,
herkennen tot het laatste moment. Niet

mee te kunnen daar en toen, spijt voor niet getoonde moed,
op de bank met een veldboeket waarvoor je

niet eens meer bukkend over de aarde naar haar toe kon.
Kamers die grenzend aan elkaar alleen

openden bij een klop op de deur, handen onder tafel, het
gesprek altijd afwendend, kijk hoe bijzonder die

ander is. De mooiste voor haar, altijd jong voor haar, het
laatste woord altijd voor haar, ook nu.

alleen maar jassen

Denkend dat hij goed voor me is, herhaalt hij dat ik goed
voor mezelf moet zijn, wie doet het anders,

roept hij. Ik dacht nou ja, misschien, jij. Terwijl hij adviseert,
samenvat alvorens ik uitspreek,

onderbreekt alvorens ik durf, lopen de tranen over mijn
wangen, leun ik tegen het

zachte van mijn stoel, donker al, naakt in al mijn zijn, zoveel
herfst buiten, zoveel bladeren onder mijn

slippende hak, zoveel eikels onder de fietsband, wegspringend
ploffend, takjes waar ik schrikkend overheen ga.

Ik loop naar de kapstok, trek mijn jas aan, vochtig nog en
stop bijna mijn blote voeten weer in de laarzen,

durf ik dag te zeggen en weg te gaan, zegt hij dat ik duidelijk
moet zijn in mijn afspraken, alle.

trage opvattingen

Het zijn de moeders die hun zonen claimen en uitroepen
dat hij nooit in staat zou zijn tot, hij heeft

wat problemen misschien maar ze zijn voorbij, er ligt
niets onder zijn kussen, zijn voedsel was vol

vitaminen en ze heeft altijd haar best gedaan, niemand
kent hem beter dan zij. Terwijl de zonen

allang voortvluchtig zijn, dekt zij de tafel nog en trekt
het laken recht, ze praat tegen hem, alleen

zij begrijpt hem en hoewel ze weet, ergens ver in haar
lijf, dat hij nooit wat terugzegt omdat hij

nooit echt thuis is, hangt ze zijn winterjas alvast klaar
en verwisselt de foto’s in het lijstje, hij

is immers zoveel groter gegroeid. Bij het stofzuigen houdt
ze steeds even halt voor zijn glimlach en lacht terug.

wat ik nu precies met kunst doe

Er zou nu een verhandeling moeten komen over het
wurgend moederschap, het ongrijpbaar

proces dat mannen wegzetten als bloeden van het hart
dat bij haar waarschijnlijk ook een andere

vorm heeft dan bij hem, we vermoeden een vierkantje
ergens halverwege. Er zou iets kunnen

volgen over de mooiste kunst ook, we verontschuldigen
ons nog een beetje en toegegeven, sommigen

giechelen irritant maar wachtend op een nieuw lid van
de volgende generatie is dat alles

toegestaan. Alles voelt als toen, doktersafspraak tot
natte bedden, witte vrouwen op verende

gympen, uitzicht op de ingang waar mannen nieuwe
voorraden leveren, een gesmoorde kreet.

 

alsof alles mij al is verteld

Ze noemden haar Klein Botje omdat ze in haar schort
het geluk beentje droeg dat ze ooit achter in

de tuin opgegraven had en sindsdien nooit meer vergat,
het liefst het schoongewassen ding in haar

hand hield, de rechter, zodat ze met links groette zoals
ze al schreef, een beetje onhandig en verlegen.

Ze geloofde echt dat ze zonder dat geluk niets kon en
zeker voortijdig zou verdwijnen al leek dat

niet eens het allerergste dat zou kunnen gebeuren. Ze
lachten haar uit. Voor mij legde ze

heel even dat ding op tafel en streek met een vinger
over de vorm. Haar oude hand haakte zich

links in de mijne en kneep lichtjes. Daarna borg zij het
kleinood en wachtte tot iemand haar haalde.

drie pilaren resteerden

Ze heeft het productieproces gestopt, zegt ze bijna
plechtig, ze hoeft nu alleen nog maar

in haar hoofd het beeld op te slaan, het wordt niet
meer geprint, vermenigvuldigd of

uitgedeeld, het heeft geen map nodig of kast, geen
nummer en geen prijs. Het is een

fase, denkt ze, maar zo vergenoegd en triomfantelijk
ze erbij zit, zal het voor altijd zijn, hoe

heerlijk eens niet verstandig te zijn. Net nog rolden
de uren over tafel waarin ik mijn

ontwikkeling schets, ik probeer met mijn handen alle
hoeken van de tafel te bereiken en binnen

een bepaalde tijd. Zomaar wil ik alleen maar taartjes
eten en morsen op het bekraste blad.

streepjes over het beeld

Of ik al gestopt was met werken, vroeg de vrouw tegenover
me, en wat of ik bedoelde

met dat het rook buiten naar de laatste dagen van de zomer?
Ze gaf me de weersvoorspelling, haar

vakantieplannen, twee kinderen, een man die opeens thuis
zat, en hoe ze vrij genomen had vandaag,

natuurlijk niet om eindeloos in een treincoupé tussen het
weiland en een dorp vast te zitten terwijl

het seizoen wisselde. Ze hield van thrillers, zei ze, had ze
mij gelezen? Ik doe het vooral voor mezelf,

antwoordde ik en wist hoe ik een niemandsland zou maken
tussen het wijkend licht en het zwarte

gat waarin wij zaten met trekkende regen, slepende voetstappen,
gillende vogels en de geur van bederf.

de opdrachtgevers

Liggend op een zonovergoten strand zonder het zand
te voelen, stoelpoten in hoogte verstelbaar,

zouden ze zijn kwaliteiten bespreken. Met een vingerknip
de verfrissingen bestellend, tegen elkaar

tikkend, zouden ze zijn bewegingen samen laten vallen.
Ondoordacht waren ze en toch typisch

die van een vreselijk man, strammer nu en harder en zo
volkomen uit de maat. Ze zouden zich

gelijktijdig omdraaien, afgestemd zuchten zoals toen,
elkaars rug insmeren met beschermingsfactor 69,

verder gaan over zijn mankementen en de blijkbaar nog
aanwezige figuranten. Ze dachten aan

uitzonderingen zoals zij, ze vielen beslist in de smaak,
en knorden toen ze in slaap vielen, tegelijk.

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑