Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: vrouwen (page 1 of 12)

grote voeten

Een vrouw voert een uur een gesprek met haar hond, hij staat
waarschijnlijk in het verkeerde perkje of rukt

een vuilniszak open en speelt met de inhoud, misschien plast
hij weer tegen buurman’ s auto en heeft ze geen

zin in de verdediging, het ligt trouwens niet aan hem maar aan
haarzelf, hij werd gewoon groter dan gedacht

en zij steeds kleiner. Zo gaat het met meer zaken: kinderen eten
veel meer dan zij gewend was, het trapportaal

is veel viezer in een straaltje zonlicht, tegen hem liegen wordt
elke keer moeilijker en lachen daarbij doe

je nu eenmaal niet. Op het werk roddelt de nieuwe kracht en het
is beslist over haar en niet één ochtend

start haar brommer normaal, ze maakt zelfs niet genoeg vaart om
dat paaltje te raken dat zo hinderlijk op het voetpad staat.

vooruitgang in het algemeen

Bij voorkeur hing ze over het hekje bij de glijbaan en rolde haar
sjekkies met één hand terwijl we over het leven

spraken en roddelden over de pappa’s van de vriendjes van onze
kinderen. Ze bleef altijd langer op het plein hangen

alsof ze wist wat ze bij thuiskomst zou aantreffen en de weg er
naar toe te lang was. Ik herken je, zegt ze nu,

aan je stem, zomaar schuift ze tussen mijn oude vrienden en laat
zich voorlezen en de confrontatie dat iemand van

mijn leeftijd daar al woont en zich de versjes van Annie vandaag
laat herhalen, is enorm. Onherkenbaar heeft ze

een fase overgeslagen, eentje waarin ik nog loop en naar huis kan
en met boek open de lengte van mijn voordracht kies,

mezelf ken in al mijn handelingen en de heer B. tegen zijn schouder
tik als hij zegt dat we deze temperaturen moeten dulden.

op papier was alles duidelijker

In de stationshal neemt hij wat afstand, zij kletst met een andere
man die haar zojuist op haar kop heeft gegeven omdat

ze, grapje, zegt ze, vlak achter hem door de poortjes ging. Ze lacht
te hard, hij geneert zich. Op het perron

leunt ze even zwaar tegen hem aan, nee, hij hoeft geen koffie, en
brood heeft ze ingepakt in haar rugzakje. In

het museum zie ik ze weer, zij praat te luid en wijst en hij staat te
ver om het schilderij goed te bekijken. Zij vindt

het enig zo met hem, hij is vrij nu dus het kan, dit deden ze vroeger
ook, zo gezellig met z’n twee en hij denkt aan

de rust op kantoor en hoe hij alleen maar tijdens het eten hoefde
te knikken, niet vergeten haar kookkunst te prijzen,

en dan de volgende ochtend weer kon dromen van reizen met de
kantinejuffrouw die in geen geval paars droeg.

niet dit zijn

Zij die altijd zo verstandig was, dacht op een dag te kunnen vliegen,
een kind op het dak van het schuurtje in de achtertuin,

en het liefst over de geiten heen die rond de boomstam stonden en
de auto van haar vader op het pad en dan langs

de kerktoren met de haan die nooit kraaide. Ze was bloot en heel
licht met armen die zwaaiden en benen die

zich als een kampioen zwemmer openden en sloten en haar haar
volgde haar als een lint, ze had alvast gewonnen, het

halve dorp stond haar na te kijken, iedereen wilde hetzelfde maar
alleen zij paste op die schuur en in die tuin.

Ze was ook helemaal niet bang om te springen hoewel ze misschien
een volgende keer de toren zelf zou moeten nemen maar

als ze haar ogen dicht hield was afstand relatief en val versus tijd
een opgave uit haar wiskundeboek die ze feilloos maakte.

onze beste plek

Mevrouw de B. zegt dat ze al jaren wacht op een woning, ze
wil weer zelfstandig zijn maar ze krijgt de kans niet meer,

laat me je dit vertellen, zegt ze elke keer schel en steekt dan van
wal met een droef verhaal. Mevrouw V. zegt,

onverwacht fel, dat ze nu maar eens ophouden moet, bekijk het
van een andere kant, zo slecht is het hier toch niet

en wijzend op de groep rond hen benadrukt ze de vriendschap
en het vertrouwen dat opgebouwd is. De B.

staart over mij heen naar buiten. Het gaat onweren, zegt ze en
dat is het laatste voor die middag. Ik word er

niet goed van, zegt mevrouw V. mij in vertrouwen, die negatieve
houding. Zelf hoop ik iedere keer dat er geen

enorme huilbui komt, dat ze haar kleren aanlaat en mij de zinnen.
Jij bent in ieder geval droog over, zegt de heer T.

dit keer geen eigen verzinsel

Ze had zich wel eens over het graf gegooid van de man die zij
het meest miste, ze zei het terwijl ze in haar gebakje

prikte en op zoek leek naar nog een verborgen kers of hoe het
allemaal tegelijk in haar mond zou passen, en

beweerde geen voorkeur te hebben voor deze smaak. Ik dacht
aan kruisjes slaan en misschien op één knie

bekennen hoe vaak ik hem vergeten was, de regen van de steen
afvegen en de bloemen recht en kijken dan

welk graf vers was en welke teksten anderen droegen en het
gehuil horen misschien tijdens de plechtigheid.

Ze had nog een hapje genomen en schoof toen het schoteltje
opzij. Ik neigde tot het fatsoeneren van het

hoopje zoet maar ze legde haar hand over de mijne en noemde
de zeven stadia van rouw of waren het er negen?

keurig afgesloten

Ze hoorde mijn stem een keer, ergens op de achtergrond, en had
gezegd hoe jong ik klonk, de lijn zonder ruis blijkbaar,

en hij had gezegd ‘ja jong’, niet sexy, uitdagend, manipulatief
of altijd in zijn hoofd en ik had gedacht aan dat

‘jong zijn’ dat bijna ongemerkt voorbij ging. Nu staat er alleen
een berichtje op dat kleine scherm dat zichzelf zwart

omlijst, ze is overleden, heeft hij getypt, gisteren. De woorden
veel te groot voor dit kleine medium, ik zie geen

vogels vallen van een denkbeeldige lijn, mijn kleinzonen grijnzen
zodra ik niets doe, de wereld is onbestaanbaar

en tegelijkertijd de beste verblijfplaats. Ik denk niet aan hem, ik
denk aan haar en hoe vaak ze weggedrukt is,

verruild en verplaatst, gerustgesteld en besproken en hoe ik nooit
haar heb horen schreeuwen dat ik altijd jong bleef.

hoe ik mezelf moet terugvouwen

Dames de B. en Z. zitten in de hal al te wachten, handen in hun
schoot. Mevrouw de B. zou later zeggen dat ze geen

idee had waarop maar ‘zij daar’, wijzend op mevrouw Z., nam
haar zomaar mee en gelukkig ook maar, stralend heeft

ze het over gezelligheid en de enkele goede dag die ze heeft,
vandaag! Na een kwartier moet ze huilen, het

is allemaal niet meer zoals het was en dat gaat gepaard met lange
uithalen, open mond en wegzakken in haar stoel.

Je moet je focussen, zegt mevrouw K., op dat wat wel leuk is en
dat doet de hele groep, ogen bijna dicht of priemend

in mijn open boek en ik doe natuurlijk hetzelfde. Het zijn mijn
vrienden geworden, ze kennen mijn vader, de heer

T. weet zelfs hoe het huis eruit zag waarin ik woonde voordat
ik dat deed en mevrouw V. deelt met mij haar kind.

op de tast

Omdat er altijd een keuze is, vond ze dat alles dat daarna kwam
haar eigen schuld was. En alles dat ervoor zat

ook. Ze had geleerd niet te treuzelen en dus kende ze soms niet
alle mogelijkheden voordat ze besloot en had

ze eenmaal besloten, dan wist ze later echt niet meer waarom.
Het was kortom een puinhoop in haar en

vaak dacht ze alleen maar daaraan of hoe ze dat in een keer kon
veranderen en voorgoed. Ze klom op

de toren van Z. maar had hoogtevrees en ze lag op de rails van
D. maar dat was bijzonder ongemakkelijk.

Toen kwam iemand die haar zou helpen en hartjes tekende op
haar ramen, daar koos ze echt niet voor, ze

was geen deler. Ze deed haar vingers in haar oren en liet het huis
ontploffen, alles dat daarna kwam was haar eigen schuld.

bij hem ook

Voor de telefoon was in zijn zwembroek nauwelijks plaats en
bovendien kon hij zo niet gaan zwemmen, er

verschenen bobbels op vreemde plekken en hij moest nu juist
niet gaan opvallen, zodoende waren er uren

verstreken alvorens hij haar kon berichten. Ze moest dat toch
begrijpen. Bij haar lag dat ding gewoon

op tafel, ze had minder verplichtingen dan hij, zo was dat nu
eenmaal. Op het toilet had hij soms een haastige

boodschap ingetoetst, zijn darmen speelden op, en ook wel na
de maaltijd als de kinderen even loom als hun

moeder in de hangmatten lagen en zachtjes wiegden, eten in de
zon maakt moe. Zij verzonnen sprookjes, hij

leefde er een, nou ja, tussen bepaalde tijden dan. Het werk ging
altijd door. Zo noemde hij de ander: werk.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑