Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: schrijven (page 1 of 58)

een ketting in de knoop

Nu kinderen vrij zijn, niet meer in optocht voorbij dit raam trekken,
redacteuren hun bootje uit de haven sturen en met

één hand de onderrug van hun vrouw kriebelen, verslaggevers de
hoeveelheid lucht beschrijven in een plastic krokodil,

spelend aan hun voeten, interviewers alleen het gehalte Sangria
meten of het effect van de zon, horen schrijvers

losgelaten te worden, in ieder geval in keuze van onderwerp en tijd.
Geen deadlines dan een vaag gebaar naar een

voorbije zomer, een straks, een veilig thuiskomen, een temperatuur
onder nul. Er zijn er die natuurlijk doen alsof:

geen ijsjes in de aanbieding, geen fleurig zonnehoedje, geen loom
langstrekken, geen luieren. We krijgen de ligstoelen

niet in elkaar, hunkeren naar stamppotten, negeren het zweet en
voelen ons, als altijd, misplaatst in ogenblik en ruimte.

zodat het leek alsof

De eerste vragen betreffen de nazaten die zo liefderijk en vaak
worden opgevangen, wat zijn ze toch leuk en

wat zal ik genieten nu ze in de buurt zijn, wat maakt het mij
jong en hoe goed staat het me. Als tweede

wordt bijna niet meer naar de staat van poëzie gevraagd, niet
meer naar de vanzelfsprekendheid van

het schrijven maar voetstoots wordt aangenomen dat het over
hen gaat nu, veel vaker althans. Een beetje

zoals ik de levens invul van de ouders die ik tegenkom in de
speeltuin en zeker weet welke pappa straks

vergeefs probeert een band met zijn zonen op te bouwen, welk
kind de schoolklas gaat terroriseren, welke

moeder promoveert op het moederschap alleen en welke oma
haar vocabulaire verkleint tot murmelende kooswoordjes.

“Je wordt deelgenoot en dat is iets dat onder je huid kruipt”

Een recensie nog van de bundel Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid

van de andere kant

Dichter T. meent dat er niets feestelijks is aan de vorige strofen,
het blauw dat over de straten vloeit, het hevig

toeteren van een dode vader en het oi van een vermeende vriend
alsook de heimwee naar een ingrijpen van

hogerhand, en gelijk heeft hij. Hoewel je nog even kunt denken
aan verkleedpartijen en andere aflopen, films

waaruit zo’n beeld bewaard blijft en dus traktatie in een donkere
koele zaal en verjaardagen met popcorn, ik

noem maar wat. Gelukkig is vandaag alles weer in orde, klopt een
titel weer met de inhoud en onthouden wij u

en hem de droom die bewees dat alles nog erger kan, dat is diep
in de nacht altijd zo. In de koele kleurloze ochtend

zoeken vogels hun weg, staan klamme lijven weer naast het bed
en wijden zich aan hun taak: alles kloppend maken!

de werkelijkheid is de bladzijde

Bij het opstaan zijn mijn knokkels zwart alsof ik nu al typend
door grafiet ben gerold, een ambachtsman die tussen

rook en zware geluiden zijn dag begint. Ik veeg mijn handen
aan elkaar af en verzin het gruis. Zo

liggen er bij hem op tafel oorbellen terwijl er geen vrouw was,
niemand die bewijzen moest dat ze de eerste was

van die dag, en raad ik hem goed te zoeken onder de bank, er
zal een lijk liggen misschien. Het kofferdeksel

van de groene Citroen is ondertussen onvindbaar terwijl het
zojuist nog aan de auto hing, open voor

vertrek en vakantiebestemming, een iets te jeugdige bestuurder
kruipt voor me over de route. In een droom

trok er een optocht voorbij het huis en frituurde ik vellen deeg,
wachtend tot ik zwaaien kon naar een bekende.

het wil geen tekst

Ik las uit je boek en liep langs je laan waar alle bomen dunne
stammetjes waren en huizen elkaar opeens in de

kamers konden zien, en ik stelde je opnieuw voor aan de lezer
en allemaal dachten ze dat je misschien familie was

van die aardige man op de hoek die een winkel dreef in elektronica?
Of ook dat je tussen hen zat en ze jou allang kenden

maar niemand herinnerde zich de verhalen of de volle wuivende
takken uit eerdere jaren, zelfs niet toen ik de foto’s

die jij scheef en snel tussen de bladzijden had geplakt, in de hoogte
hield terwijl mijn duim en vinger op jouw ogen

drukten zodat je tenslotte zou knipogen of een beetje huilen, weer
zou leven kortom terwijl alleen het zien van

die armoedige beplanting je het einde zou aankondigen, van jezelf,
de beschaving, het ons en de vogels.

alleen de zwarte strepen

Vroeger was het antwoord nog stoutmoedig, ietwat vilein en
vol gespeelde overtuiging, nu is er bij voorbaat een

excuus, een knieval naar de tijd, een omslachtig gebaar al blijft
de inzet even hoog, voorspelbaar ook en zo

typisch vrouwelijk. In beide gevallen wordt er meewarig bijna
geglimlacht, we gunnen haar ook wat, ze is

lekker bezig, ach en kijk. Aangenomen wordt dat het nu rusten
wordt in een kabbelend stroompje, hier en

daar een bal redden of een verdwaalde badgast, het fluitje van
een cent, de uit het zicht verdwenen

horizon. Het tegendeel zou ernstig zijn, zielig ook, ongewenst
en zorgelijk alsof alles gepakt is voor de reis en

zij haar schoenen nog zoekt of opeens misselijk blijkt, de proviand
uiteraard al op, de kaart tot vliegtuig gevouwen.

doelgericht

Alsof het de rode verf is die ik in mijn krullen spoelde, de massa
optilde en zo behoedzaam liggen ging en toch de volgende

ochtend verwachtte de lakens rood te vinden, zo drapeer ik het
lijf rond zijn laatste ingreep, de deken daar

bovenop, en denk aan schaduwen maar dan in kleur en leeglopen
maar dan op een verkeerde manier en de

witte was roze. Ik denk aan de vrouwen die mij hielpen en die
vroegen of ze in mijn verhalen zouden voorkomen

een volgende dag, hun handen sterk en warm, een moederschoot
tegen mijn uitstekend been, als altijd een

zoon daar aan het voeteneind, te jong en te knap om serieus te
worden genomen, en hoe ik hen toeschreef

de hoofdstukken over te slaan om meteen in de dichtste bomenrij
terecht te komen en het blikkerend zonlicht op de afrit.

aflopende lengtes

Het verlaten van de vorm zou misschien, hoe willekeurig
gekozen ook, hetzelfde betekenen als het zich

vrijaf geven, de opdracht wegvegen van het bord en de vieze
vingers aan de broek schoonpoetsen en dan met

lege boodschappentas een andere wijk in de stad te nemen.
Het wachten is alleen op het oversteken, een

nieuw filiaal binnen te gaan, een gesprekje te beginnen met
een onbekende caissière die eenzelfde glimlach

bezit en evenveel geduld, het is alleen maar goed om verder
te lopen, enzovoorts. Zelfs hierover is

nauwelijks nagedacht. Op een ochtend staan we daar, kennen
geen witregels meer, geen heilig getal, slingeren

alles naar beneden, er is een aanbiedingenbak, en komen
beladen met korting uit in het midden of

zoiets.

uitgeklopt en opgevouwen

Dit keer had de dichter een zusje die mijn hand hield terwijl
ik hem naar het vervolg vroeg, had hij nu werkelijk

meer succes en was het gelukt zijn werk over de grenzen te
verkopen, ik deed alsof ik van niets wist en

al zijn berichten niet gezien had, en hoe was zijn nieuwe etage
in de stad, terwijl zij maar kneep en kneep zodat

ook haar vragen werden gesteld maar ze schreef niet, zei ze,
ze paste slechts op hem. Ook hij nam mijn hand

en zo liepen we, het had niets te maken met mijzelf noch
met alles wat ik daarvoor bedacht had en

alleen de aflopende lengtes van onze lijven hielden een versje
in zich en toch werd ik wakker met

dat beeld van drie mensen die een kant opliepen in de stad
en elkaar voor wat dan ook behoedden.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑