Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: schrijven (page 1 of 56)

de terugweg

Veel gaat ook over het verleden, zegt de dichter tegenover mij,
toch? Vandaag zou ze jarig zijn, denk ik alleen maar,

zou ze met rode wangen en een volle koelkast net doen alsof
dat niet belangrijk was, geen cadeautjes willen en

teleurgesteld zijn als ze er niet waren, haar taartpunt delend en
met muizenhapjes etend. Liefde? Probeer ik nog,

dood? Hij buigt zich verder over tafel, het ene oog naar buiten,
het andere op mijn glas. Zij zou nog meer

kleuren, haar schoenen gingen eindelijk uit, het jasje misschien
dat al half open stond. Hoe kun je iemand bereiken,

vraagt de man tegenover mij, als je haar niet kenbaar maakt, als
je haar ons niet voorstelt, als je niet uitlegt dat

ze jarig zou zijn geweest of hoe ze at? Stilzwijgend schuif ik haar
mijn bordje toe en probeer haar jasje te passen.

elke keer dat we eigenlijk iets anders willen

Zonder uitleg worden mijn gedachten nauwelijks begrepen dan
door een enkeling. Bij de beloofde beterschap van

gisteren, is de verwijzing naar de aanslagpleger voor de meesten
verdwenen, niet bestaand, zoals bij de zwarte vogels

van de dag daarvoor de meerderheid aan lente denkt en mijn
behoefte daaraan, terwijl het verwijst naar de aanslag

in U. Ik wil nooit iets uitleggen, ik roep altijd dat u het moet
voelen en zo niet, jammer dan, voor u, niet voor mij.

Eens kwam, na een optreden, een meneer uit het publiek naar
mij toe en zei, heftig knikkend, hetzelfde misbruik

meegemaakt te hebben, ja toch, vroeg hij maar er was geen sprake
van enig vergrijp. Dat is er nu ook niet, u bent vrij in

wat u ervan wilt denken, natuurlijk. Maar vooral geniet ik mijn
eigen vrijheid, groter dan welk misverstand dan ook.

de kraaien blijven zwart

Zoals altijd staat de titel er al, een beetje te wachten en zelfs
licht te zuchten, stel ik me voor, nieuwsgierig naar

welke woorden en wendingen de schrijver een volgende dag
zal aangeven. Misschien proberen ze onderling van

plaats te wisselen of stiekem het zwart in felrood te veranderen,
wegvliegen zou natuurlijk ook gemakkelijk kunnen

na eerst tegen het raam te tikken waarachter zij mij vermoeden
of om voedsel te bedelen terwijl ze charmant

hun evenwicht houden op de waslijn. Later zijn ze wellicht niet
ingenomen met het avontuur onder hen, krijsen

vergeefs, het wasgoed heeft wapperend hun plaats bezet. Zelfs
de schrijver zag vanmorgen liever een

fris ruikend bont geheel uit het raam maar haar jurken zijn zwart
en haar gedachten houdt ze vandaag binnen.

geen ruimte om zijn werk nog te doen

Ooit waren we schrijvers. In de brievenbus lag zijn bijdrage,
de enveloppe gevouwen uit het ontwerp van die

week, vijf en zeventig cent voor een postzegel om de serieuze
poging te benadrukken, onder zijn zwierige hand

een tekening als symbool voor liefde en trouw en moed vooral.
Lang lag er een lint omheen, geknoopt met

dezelfde toewijding zoals ze later gladgestreken werden, deze
bewijzen. Hij wist niet of hij tot een boek zou komen.

Ooit waren we lezers. Onder de asbak mijn antwoord, op elke
traptree een aanwijzing, tot boven het bed toe

schetsen van een gezamenlijk leven. Misschien, zo zeiden we
tegelijkertijd, was dit werk een poging om aan

de waarheid te ontkomen, dat je eerst iets moest verzinnen,
bedoelden wij, voordat je iets zeker wist.

moeiteloos inhalen

Een schrijver plaatst zijn verhaal een tiental jaren voor ons,
hoewel het even lijkt of het gisteren was, de cijfers

vertrouwd en de gebeurtenis evenzeer. De uitgever verdedigt
de keuze door te stellen dat zo het onderwerp

altijd waar is, niet getoetst kan worden omdat het nog moet
gebeuren, en de schrijver uit zorgvuldigheid

handelt. Je kunt je afvragen hoe dat dan is bij je eigen dagboeken,
weet je dat ze gelezen gaan worden, gevonden

allereerst en ken je dan het effect? Aan een woord herken je je
eigen gedrag, de droom van toen, de stilte

waarin, het is net als die cijfers uit dat nog komende jaar, alles
valt samen in een herinnering die opgebouwd uit

eigen verzinsels mogelijk klopt maar misschien ook wel alleen
jezelf toebehoort, je verdedigt niets.

in het geheim

De snelheid waarmee ik lees en me niet herinner, de naam
van de schrijver, het jaar waarin zij vertrokken,

wat ik nu eigenlijk deed op die avonden in het waterhuis,
de een de gretigheid tegen het verspillen, het

ander de uitkomst van de hoeveelheid leven of gewoon het
aantal jaren dat. Heel even soms tilt

het hoofd zich op en denkt na, herhaalt een zin of twee, kijkt
naar de foto op de omslag, bekijkt nadrukkelijk

de titel, bladert terug naar de kleine inhoudsopgave of het
voorwoord, om dan weer terug te keren naar

dat verhaal. De stilte is een voorwaarde tot beiden. Net zoals
het schrijven in die vroege ochtend, is het lezen

voorbehouden tot bepaalde uren: de avond krult zich lang
door de pagina’s in mijn schoot en hart.

overwegingen van andere aard

‘Iedereen stond stiekem op en voerde de beesten.’ Wat moet
ik met zo’n zin? Waarom neurie ik een flard van

een top 40 hit uit een voorbije zomer waarop ik toen niet danste
en maak ik nu een beweging erbij? Ik kraste

vannacht op de werktafel een heel andere zin, weliswaar over
het boodschappenlijstje maar nog leesbaar, ‘Alle

vrouwen kregen bloemen’. In de nacht nam ik een slok water,
deed een plas, rolde weer de warmte in en

herinnerde me dat ik zelden bloemen kreeg, althans niet van
mannen want die hoorden nog bij die zin, en dat

de veestapel in de achtertuin altijd klagend de honger bezong.
Soms komen de woorden in het geheim bij

elkaar, uiteindelijk springen de beesten misschien op het ritme
van de muziek en is het nog steeds zomer.

het bestaan van engelen

Niets erger dan de verbinding verliezen zonder dag te zeggen,
zonder te zwaaien en kusgeluiden te maken,

zonder bijna tranen in de ogen, zonder wegfloepen van het
beeld, alles naar het midden gezogen en tot

het laatste lichtpuntje even zichtbaar nog. Vergelijkbaar met
het beginnen zonder te schrijven of weg te gaan

zonder dit te melden, de dag leeg als de datum, geen tastbaar
bewijs van aanwezigheid, geen thuiskomst

ook. Het eerste is per ongeluk, te wijten aan de techniek die
elke afstand moet overbruggen, het tweede is

van minder belang zijn, een ochtend waarop je vergeten raakt,
een nonchalance waarmee je de hoek omvliegt,

niemand immers die je nazwaait, nog iets aanbrengt, achterop
springt, zelfs niet je wiel plagerig tegenhoudt.

de aan onderhoud onderhevige

Dat ik dan achterover zou vallen op zijn bed bovenop een
nest jonge muisjes want als hij muizen heeft,

wonen ze natuurlijk ook daar, en niet zou klimmen op een
stoel en zou gillen maar liefdevol ze

toedekte en lachte en zou kirren van schattig en hoe lekker
warm ze daar lagen en dan opzij zou rollen

en in zijn krullen de beestjes zou zien lopen, heuvel op en
af, een ware speeltuin van plezier. Hoe op

deze gedachten te komen terwijl de plek niet eens open is,
er een roestig hek staat om de attracties, regen

over de toestellen sijpelt als zweet over mijn lijf, het nacht
is nog en dromen niet alleen fantasieën zijn maar

brokjes uit de dag ervoor zoals dit gedicht zich ophangt aan
een enkele regel of woord van gisteren.

vage bijgeluiden

Zoals mijn moeder in mijn dagboek kon lezen, verregaande
conclusies trok uit mijn gevoeligheden, zo

kunnen mijn kinderen, op datum zelfs, mijn staat van zijn
illustreren met de afleveringen van dit blog.

Kon ik een nieuwe schuilplaats vinden voor haar onrust, zij
weten waar ze me zoeken moeten, kon zij

als tegenmaatregel de frutsels op mijn vensterbank een centimeter
verschuiven, deze verklaren simpelweg niets

te begrijpen. Nu komen ze bijna nooit hier langs maar zoals ze
een bepaald muziekstuk in herinnering brengen met

een bepaalde game, doen ze dat bij een woord en een man, kruipen
tussen mij en de ongelukkige bezoeker, trekken

wat narrig aan zijn lijf en sommeren boze geesten tot verlaten.
Zo heb ik vaker aan hen gedacht dan aan menig ander.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑