Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: schrijven (page 1 of 54)

andere bewijzen

Het vers lijkt nooit leger dan nu de velden wit berijpt zijn,
aan elkaar grenzen zonder bedoeling, de mensen

thuishouden, de lijven huiverend van extra lagen voorzien.
Juist nu is het overzicht loos, strekt zich

van duin tot straat, rolt zich zonder begin en eind voor deze
voeten, mist zin en betekenis. Te koud zonder

jou. Waar het over ging, het warme plukje adem in een wolkje
boven je mond, de kleverige handpalm, de

gunstigste temperatuur net onder je krullen in je hals, is niet
meer te meten, ik haal de wintertruien uit

de kast. Het wachten is op gunstiger tijden. Morgen misschien
rijgen deze regels zich weer om jou zodat

een ieder zich kan warmen. Morgen misschien bereikt de zon
een hoger punt en vult de kamers van je hart.

alle partijen vals

Opnieuw een goede recensie!

een innig goede vriend

Een ochtend de gordijnen open te schuiven als niemand het
nog ziet, het grote bloot onzichtbaar, het

vel nog niet wit oplichtend, ruiten nog vol regen, bomen als
staketsels van gebouwen roerloos bijna en

geluiden nog nergens en dan vanuit het bed langzaam dingen
duidelijk zien worden. Contouren in je kamers die

een voor een onthullen wat zij waren, gisteren nog, vlagen
koude lucht spelen met de attributen, een

auto zet zich bijna in beweging op de vensterbank, iets of
iemand sluipt door je vertrek, de ochtend die

steeds groter wordt. Dan af te tellen hoelang nog, misschien
tot de smalle strook licht nog net de route tekent

naar je werktafel, deze beweging achter het scherm bijna al
oplost in die van de grote wereld die ontwaakt.

geen andere boodschap

 

Nog een recensie van de bundel Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid.

diepteonderzoek

Terwijl ik op de ene plek mijn vader beschrijf in een wel heel
bijzondere entourage van herinnering en verzinsel,

wens en eerbetoon, lees ik op een andere plaats zijn werk. Ik
sjouw boodschappentassen met mappen van leer,

de dure fotoalbums die mijn moeder altijd aanschafte, waarin
hij alle schrijfsels plakte, weliswaar met dezelfde

verkeerde lijm als waarmee ik mijn collages maakte dus met
vlekken van ouderdom en gele rare bobbels maar

op volgorde en alsnog voorzien van een haaltje, sterretje en als
overal met zijn naam, soms voluit, soms alleen Sp

en beginnend met alleen de S. U weet wel, zegt de redactie daar,
wie wij ermee bedoelen. We overdrijven wat, hij

en ik, en ik sla even hard op tafel en herzie een passage, een
tere omstandigheid dit onderkomen van ons.

ons hart

Het bed is niet alleen het onderkomen voor slaap en dromen,
spoken en lijken, lust en verleiding, de lakens

absorberen niet alleen zweet, vocht, klamme handelingen maar
ook de woorden die ik, niet hardop meer, achter

elkaar formuleer tot bijtend verzet, revolutie zelfs. In de ochtend
volgt dan de tegemoetkoming, de uitleg of een

verzachtend wijsje maar de strijd is aangegaan tussen mijn eigen
zachtheid en die van het beddengoed, tussen de

stroom frisse lucht van buiten waarin nu een brandende geur van
vuurpijl en geraakte vuilniszak, tussen het half

ontwaken van de bewoners daar om heen, de nachtdieren die nog
schreeuwen. In de ochtend komt het aan op

moed en handelen, overtuiging, het schudden van handen of weren
van losgeraakte delen, met hoge stappen achterlaten.

als kind misschien

Mijn zoon vraagt of ik hem goed kende, die dichter die dood
was nu, want we appen waar we waren en ik zei

ik liep over een terrein dat 33 voetbalvelden groot was want
ook dichters gaan dood en hij zei ‘o jee’, nee,

antwoordde ik, hij liet zich niet kennen, alleen in zijn gedichten
dan. Is dat iets goeds of iets verkeerds, vroeg mijn

kind, en ik zei dat het net zoiets was als bij ons. Hij wist zonder
meer wat ik bedoelde. Er is niemand die deelt in

mijn zijn tenzij ik het opschrijf in 7 x 2 regels. Hoe is het daar,
vraag ik, want alle drie kinderen zitten al weken

in het buitenland en hij onderzoekt de levensvatbaarheid van
een relatie. Ik ben al bijna terug, zegt hij, en ik

ga niet nog eens. Dat wordt schrijven dan, noem ik, en geef
een liedje door van die middag, hij appt ons hart.

tien minuten voor aanvang

Bij een van die ontmoetingen had zijn stem over de akkers
geklonken, de gronden van mijn vaders, en had hij

zijn armen uitgespreid, nog even gedacht dat hij vliegen kon.
Bij een andere probeerde hij alleen maar

rechtop te staan, dat vliegen was een grapje, maar hij lachte
niet. Ik dacht hoe ik als kind misschien maar

nee, hij was al weg, vond mijn huis jaren later, zat in de bonte
stoel en keek. Liefdevol, was een woord,

compassie uiteraard, akkers ook. Aarzeling was een handeling,
bedachtzaamheid zeker, mist over de velden

hetzelfde. Ik stelde me de beesten voor en de natte snuiten in
mijn hand en hoe hij op me wachten zou, niet

met open armen maar gewoon zoals poëzie een noodzaak was
en ochtenden als deze en ontmoetingen als toen.

 

(voor Joop Scholten, 26 februari 1942-21 december 2018)

elke dag Kerst

Er zijn eindes die helemaal openliggen als een braak stuk grond
aan de andere kant van het dorp, men treft er ’s nachts

alleen maar honden aan en in de ochtend vuilniszak, vlaggetje en
restanten van een instant maal, niet opgewarmd.

Er zijn aflopende zaken die in een kast geborgen als een te goed
afgesloten voorraad opeens over elkaar rollen en

voor je voeten belanden, even verbaasd als jij en er zijn er die
voordat ze moeten beginnen al bekend zijn, een

afgestreken lucifer bij een vuurpijl die door een zuchtje wind uit
gaat. Toch zijn er dingen die nooit eindigen en die

evenzeer verrassen, ergeren, verontrusten, zich herhalen en hoewel
vaak genegeerd opnieuw inhoud hebben. Prikkeldraad

om het terrein waarin met een tang een opening is gemaakt waaraan
een stukje stof wappert met een bekend patroon.

tot hij weer bij zichzelf uitkwam

Heeft u wel eens een dichter bemind op een andere wijze dan
na het wakker worden haar tot u te nemen, haar

van boekenplank tot schoot, van dicht naar open, van nieuw
naar beduimeld, tot u te nemen? Heeft u haar

vergeven en geciteerd, gevouwen en uitgescheurd, bekrast
en bevlekt maar ook onder u genomen, gekeerd,

geschud, gekust alsof zij opnieuw tot leven moest komen en
daarbij gewenst dat haar verzen alleen maar voor

u zouden zijn? Dat zij haar mond open zou doen en zou gaan
zingen bijvoorbeeld en u de regels en niet

alleen die verbuigingen zou herkennen als eerste pagina van
haar oeuvre zodat u zou bedelen om haar signatuur

ergens op uw welwillend lijf? Uw minnaar horen voordragen
dat de wereld wacht op u en u alleen?

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑