Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: schrijven (page 1 of 59)

Spaan 4

Pom

niet teveel maar op de juiste momenten

Bij het vertrek hing ze haar oorbellen in de lamp boven tafel.
Ze bungelden nog wat na. Het was hetzelfde

als in de vroege morgen, opschrijven wat naar boven kwam,
om daarna veilig de deur uit te kunnen. Er

was een teken dat achterbleef, een bewijs dat soms moeizaam
geleverd werd, een foto van haarzelf op

een nat bankje buiten, voeten die ze voor zich uitstak, soms
alleen een glimmende neus van een schoen.

Ze rekte zich voor het juiste effect. Bij terugkomst trof ze die
volgorde aan: zachtjes wiegden daar

de attributen, zowel voet als sieraad terwijl de woorden vast in
hun omgeving stonden. Ze wist niet wat het

eerst gelezen werd: dat ze grote voeten had, een aparte smaak
of dwangmatige handelingen en iets teveel gevoel.

Spaan 3

Pommerdepom pom

ergens in het land

De heer T. is opnieuw afwezig. Terwijl de heer B. zijn bril afzet en
zo beter kan luisteren, beweert hij, zwaai ik naar hem,

hij zegt dat hij zijn ogen niet van me af kan houden, maar de schrijver
die ik opnieuw voorlees, herkent hij niet. Niemand

weet meer wie die man in tropenkostuum is, twee brillen op zijn neus
en het huis vol vooroorlogse waar, niemand

weet meer het gezicht op de omslag, het kind met de bruine ogen en
niemand zegt meer jaja als ik herhaal hoe lastig hij was

maar hoe lief tegelijkertijd, voor mij, zeg ik. De blaadjes vallen, zegt
de een. Ik begin opnieuw. Ze gaan helemaal op

in het verhaal en toch zullen ze volgende week niet meer weten wat
dat verhaal was. Schreef u zelf ook niet, vraagt

mevrouw de Z., dat kunt u ook een keer doen. Neem het in beraad,
zegt de heer P.  Hij is nieuw, dat kun je merken.

Spaan 2

Op de Pom

een ongezonde gewoonte

In de paar minuten dat het langer duurt voordat het scherm haar
dagelijkse stand aanneemt, de iconen oplichten, het

licht gesnor me doet herinneren aan de kat, breekt een milde angst
uit dat het nooit meer gebeurt: nooit

zal ik nog doen wat ik elke dag doe, de start van een dwangmatige
handeling. Een apparaat aarzelt waar ik al

klaar zit, handen geheven en de adelaarsblik reeds geworpen terwijl
het lijf altijd nog wat hangt tegen de slaap aan,

verlangt naar de dromen en het warme onderkomen of een ochtend
als bij een logeerpartij, iemand die koffie voor me maakt,

nog een aai geeft, even op me ligt, praat over zijn moeder of een
politieke verwikkeling in A. Zes tellen later

en deze zinnen zijn reeds gemaakt, ergens tussen die streling en
dat bezoek van de wereld en de eerste koffie.

Spaan Special 1

Spaan Special 1 op de Pom

 

 

mijn veiligheid

Zij denkt dat ze een bijdrage levert aan de bevrijding van de vrouw,
de gelijkheid der seksen, mondig taalgebruik en

vooruitgang in het algemeen, door lichaamsdelen te benoemen die
in willekeurige volgorde gestreeld, geslagen en

gebruikt worden. De lezer denkt dat hij bevrijd is en past toe in de
praktijk. Waar zij nog probeert haar zin te laten

kronkelen, kirrend van genot, is hij hardhandig de score aan het
bijhouden en streept de kandidaten af.

Van groeiproces is geen sprake, van mededeelzaamheid ook niet,
modern is het allang niet meer en zeker niet

vrijmakend. Haar ontluisterende gewoontes zijn ook niet van haarzelf,
ze denkt slechts aan commercieel gewin en zeker

is zij niet degene die met plezier de leiding neemt in het spel noch
houdt van de uiterste grenzen in taal.

alsof het een roddel betrof

Op een gegeven moment moet ik naar voren komen, in welke
gedaante dan ook. De zon drijft me naar buiten,

de afspraak ook, maar mijn hoofd rolt binnen nog van de ene
hoek naar de andere en mijn lijf laat haar

vochtplekken achter op de muren, de stoelen waarop ik zat en
verschoof, de deuren piepen nog van mijn uitstel.

Avond is het als ik langs de huizen ga. De mensen staan in de
rij voor een kus en een drankje, ik sluit me

aan, spreek een paar woorden, zit op een omgekeerde tafel en
ga in gesprek maar al die tijd mis ik mijn

veiligheid, mijn thuis, mijzelf. Daar ben ik me bewust van al
die vormen. Aller charmants kleed ik me op

mijn verschijnen maar bloot zweef ik langs, iemand knipoogt,
een ander roept me na, een derde brengt me mijn hoofd.

het kind met grote ogen

De komende vier dinsdagen op de Pom!

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑