Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: schrijven (page 1 of 57)

alleen de zwarte strepen

Vroeger was het antwoord nog stoutmoedig, ietwat vilein en
vol gespeelde overtuiging, nu is er bij voorbaat een

excuus, een knieval naar de tijd, een omslachtig gebaar al blijft
de inzet even hoog, voorspelbaar ook en zo

typisch vrouwelijk. In beide gevallen wordt er meewarig bijna
geglimlacht, we gunnen haar ook wat, ze is

lekker bezig, ach en kijk. Aangenomen wordt dat het nu rusten
wordt in een kabbelend stroompje, hier en

daar een bal redden of een verdwaalde badgast, het fluitje van
een cent, de uit het zicht verdwenen

horizon. Het tegendeel zou ernstig zijn, zielig ook, ongewenst
en zorgelijk alsof alles gepakt is voor de reis en

zij haar schoenen nog zoekt of opeens misselijk blijkt, de proviand
uiteraard al op, de kaart tot vliegtuig gevouwen.

doelgericht

Alsof het de rode verf is die ik in mijn krullen spoelde, de massa
optilde en zo behoedzaam liggen ging en toch de volgende

ochtend verwachtte de lakens rood te vinden, zo drapeer ik het
lijf rond zijn laatste ingreep, de deken daar

bovenop, en denk aan schaduwen maar dan in kleur en leeglopen
maar dan op een verkeerde manier en de

witte was roze. Ik denk aan de vrouwen die mij hielpen en die
vroegen of ze in mijn verhalen zouden voorkomen

een volgende dag, hun handen sterk en warm, een moederschoot
tegen mijn uitstekend been, als altijd een

zoon daar aan het voeteneind, te jong en te knap om serieus te
worden genomen, en hoe ik hen toeschreef

de hoofdstukken over te slaan om meteen in de dichtste bomenrij
terecht te komen en het blikkerend zonlicht op de afrit.

aflopende lengtes

Het verlaten van de vorm zou misschien, hoe willekeurig
gekozen ook, hetzelfde betekenen als het zich

vrijaf geven, de opdracht wegvegen van het bord en de vieze
vingers aan de broek schoonpoetsen en dan met

lege boodschappentas een andere wijk in de stad te nemen.
Het wachten is alleen op het oversteken, een

nieuw filiaal binnen te gaan, een gesprekje te beginnen met
een onbekende caissière die eenzelfde glimlach

bezit en evenveel geduld, het is alleen maar goed om verder
te lopen, enzovoorts. Zelfs hierover is

nauwelijks nagedacht. Op een ochtend staan we daar, kennen
geen witregels meer, geen heilig getal, slingeren

alles naar beneden, er is een aanbiedingenbak, en komen
beladen met korting uit in het midden of

zoiets.

uitgeklopt en opgevouwen

Dit keer had de dichter een zusje die mijn hand hield terwijl
ik hem naar het vervolg vroeg, had hij nu werkelijk

meer succes en was het gelukt zijn werk over de grenzen te
verkopen, ik deed alsof ik van niets wist en

al zijn berichten niet gezien had, en hoe was zijn nieuwe etage
in de stad, terwijl zij maar kneep en kneep zodat

ook haar vragen werden gesteld maar ze schreef niet, zei ze,
ze paste slechts op hem. Ook hij nam mijn hand

en zo liepen we, het had niets te maken met mijzelf noch
met alles wat ik daarvoor bedacht had en

alleen de aflopende lengtes van onze lijven hielden een versje
in zich en toch werd ik wakker met

dat beeld van drie mensen die een kant opliepen in de stad
en elkaar voor wat dan ook behoedden.

een spaaractie

De haast waarmee was jarenlang een gretigheid en koortsachtig
verlangen terwijl het nu steeds meer een bewijs

voert van bestaan, noodzaak, inzet en betekenis die alleen door
onszelf gegeven wordt en dus niet bestaand is.

Het maakt de zomer reeds voorbij, de lucht grauwer dan gisteren,
de handelingen stroever, stijver zelfs het

gevoel daarbij. Alsof iets stolt, afkoelt op het aanrecht en je met
je vinger nog even de hitte test en de veerkracht

en dan niet meer proeft maar het product in een plastic bakje duwt,
stapelt en vergeet terwijl op de wanden van

het doosje wasem verschijnt en lucht naar buiten moet. Morgen is
de inhoud slap, niets sist als je het deksel licht en

bezoekers schudden wellicht nee, uiteindelijk eet je zelf alles en
had je dat beter meteen kunnen doen.

bloesem en boerenerf

Even te wachten maar waarop, iets dat buiten het weten om
op de stoep plaatsneemt maar nog niet naar

binnen wil, iets dat fleemt en bedelt maar nooit genoegen
neemt, dat niets dat uit de ruimte opeens bovenop

zit of misschien dat alles dat nooit volledig is, nalaat en zich
afkeert van. Uitstel. De lucht oogt vriendelijk,

dotjes van wolken, vogels onzichtbaar in uitgevouwen bomen,
verdere bewoners afwezig nog, alleen een

stationair draaiende auto drie straten verder. Voordeelaanbiedingen
bij de kassa straks, een stroom toeristen rond onze

enige attractie, een bibliotheekboek klem in de daarvoor gemaakte
gleuf, een kerkklok die teveel slaat, altijd

iemand de weg kwijt, het enige verzet de foute verwijzing naar
het juiste centrum en de gniffel daarna.

slechts een afgeleide van

Misschien passen ze in zijn houtkachel, een voor een, zoals mijn
administratie daarin verdween hoewel niet zonder zijn

accordering, kritiek kwam altijd tijdens, achteraf had geen enkele
zin, ik stelde me zo voor dat hij nog wat op- en

aftrok en staartdelingen maakte alvorens net zoals hij dan sommige
jaren zou debiteren en anderen stiekem achterover zou

drukken en ergens in een vochtvrij vat onderin het ruim zou bewaren.
Ik zou er dan niet meer zijn. Jaren had ik

met tassen vol heen en weer gelopen of ook wel liften aangenomen
van dubieus allooi, steekwagentjes, vorkheftrucks,

de plaatselijke vuilnisdienst, om mezelf compleet daar neer te leggen
tussen het hout en de kranten en de oude boeken die

ongelezen voor het juiste vuur zorgden en vuur zorgt voor warmte
dus over betekenis hoefden we helemaal niet te klagen.

afgeschreven alvorens

We vullen het voor elkaar in, horen iets dat niet gezegd is en
lezen tussen de regels door, het misverstand is dat

we geloven dat we gelijk hebben, we wisten het immers altijd
al. Een droom duurt vaak nog langer, de ochtend

schudt met moeite de figuren van je af, je speelt nog een halve
dag een ontsnapping na die ternauwernood

en jammerlijk alleen voor die nacht gold, helden zijn ongewenst
in het daglicht, je hijgt alleen maar. Buiten adem

begint het echte leven. Denken dat zij hetzelfde zouden doen,
hoorbaar en opnieuw. Nog twee zinnen en je hebt

een verklaring, er was gewoon een geluid dat storend was, een
vuilnisbak die omviel tegen een gierende auto die

zestig mensen vervoerde met hoge snelheid en enorm plezier, je
had je ritje gemist, de bak tolde nog wat na.

alsof er een kinderjurkje klaar hangt

Juist omdat jij het niet bent, ontvang je dagelijks deze portie, dit
deel van denken, dit kleine gebaar dat

als automatisme uit ijverige handen volgt, dit vrouwelijk goed,
haastig uitgetrokken en op de trap achtergelaten.

Zeker omdat jij het niet bent, raap je het op en probeert het aan
te trekken, het geeft mee, de stof rekbaar, de

naden zichtbaar en sterk, de vlekken oplosbaar of uitgeknipt simpel
verholpen, de kleur wisselend met het zonlicht of

alleen herkenbaar in het donker. Omdat jij het niet bent, pas je alles
draaiend in de spiegel, je paradeert koket

voor jezelf, je trekt het geheel in je eigen vorm en holt in de andere
richting de treden af. Je vergeet niet de deur te

openen, de straat voor je een lange rechte streep waarop je nog
sneller kunt, je hijgt nauwelijks, schaduw ontbreekt.

alsof er een kinderjurkje klaar hangt

13 jaar weblog vandaag! 13 jaar iedere dag een gedicht!

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑