Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: kinderen (pagina 1 van 35)

later kwamen daar de bijzonderheden bij

Als je hem lopend over straat tegen was gekomen, een
kleine jongen nog met uitpuilende broekzakken,

een pleister op de ene knie, losse veters en afzakkende
sokken, krullen ernstig in de war en ogen

van het waterblauwe, onpeilbaar diep water waarin
zwarte beesten allang verdronken waren, en

je afvroeg waar zijn moeder was en of hij geen vriendjes
had of wat het was dat hij verzamelde en

schatten noemde dat daar zo in zijn zijden gekoesterd
werd en of hij wel genoeg te eten kreeg, en op

gelijke hoogte met hem, zijn sproetjes tellend, bezorgd
hem dan staande hield, zei hij dat hij

uit Amsterdam kwam en vergat hij moedwillig de vier
straten achter hem en wist zeker zijn bestemming.

in familielijn opgeschoven

In mijn schoot kleine onderdelen die vanuit mijn handen
een voor een naar beneden vallen, daar

wat stoeien en dan in de fruitschaal geworpen worden en
wachten op hereniging, onherkenbaar bijna

dagen ze uit om in een andere volgorde aan elkaar gestikt
elders te gaan wonen. Eerst via het scherm

gekeurd worden door hem, vastgepakt zonder ze aan te
raken, met grote donkere ogen die vandaag

niet lachen maar schatten hoe de figuren passen in zijn
gebouwde wereld. Daar aangekomen rijden

ze over zijn mamma’s buik, vliegen uit de bocht bij haar
halslijn en verdwijnen in het zachte haar waar

zijn kriebelend handje hen vasthouden en weer terugvoeren
naar de grond waar ze in het tapijt vastlopen.

 

 

 

de geluiden bijna hoorbaar

Duidelijker dan welk woord ook, is het gekras in de
agenda van toen. Dom genoeg deed ik het in

potlood en zacht terwijl zijn pen, vloeiend in een van
de vertrouwdste handschriften, door de

pagina’s heen drukte zoals alles dat we deden in mijn
ziel gekerfd werd of in dat lijf dat zoveel jonger

zoveel soepeler was. Na twee weken hap ik naar adem
terwijl ik maanden van mijn dagboeken

kan verslinden. Hier sta ik stil bij elk gerecht, elke
afspraak, elk gewerkt uur (hij telt ze op), elke

ontmoeting, ieder kind, elke huilbui, vrijpartij, fietstocht,
speeltuin, vriendje, koosnaam (hij voor

mij), elke uitgaaf (hij telt ze op). De streep onder elke
rekensom is van hem, het kruisje erdoor van mij.

zelden werd je zo zacht gekriebeld

niet alleen op het achtergrondscherm maar elke woensdagochtend!

zelden werd je zo zacht gekriebeld

Het is geruststellend in haar keuken te beginnen
waar het gestolde beeld van mijn kleinzoon,

scharrelend tussen zijn autootjes en half lachend,
mij aankijkt vanaf het scherm. Het scheelt

te weten dat zij daar straks met haar dikke buik
tegen het aanrecht leunt voor de eerste

koffie en hem zijn ontbijt geeft, de geluiden bijna
hoorbaar van over zee en langs de vele

trappen, het tevreden murmelen en snoepen gevolgd
door de hectiek van aankleden, schoenen

zoeken, wagen naar beneden tillen, kind naar beneden
tillen, zichzelf, hakjes op de straatstenen, hand

in hand de eerste meters, omdat haar handje ooit de
mijne vasthield en ik dat nog voelen kan.

een welwillend ouder

We kennen de kinderen bij naam (Jayden, Aiden, Mark,
Lisa, etter, Marrrrrkkk hoewel de laatste ook de

vader kan zijn, het konijn of opa), we weten de locaties
van de bal (schoppen! Nee, niet daar!), hoe

graag ze blijft zitten en haar sigaretje rookt, scrollend
over haar toestel, we weten hoe laat er morgen

gespeeld wordt (nou doei hè) en voor het gemak weer
bij haar, hoe laatst de auto bijna het hek raakte

(godsklere, dat zal mij weer overkomen), het traliewerk
haar zorgvuldig gebruinde huid en Cheryrryl

insloot (de kat, pluimstaart, schoonmaakster, toevallig
langskomende buurvrouw) en hoe het

laatste worstje altijd op de barbecue blijft liggen maar hoe
zij heet, blijft onbekend. Niets schreeuwt naar haar.

nog een bezoekje

Het is opvallend hoeveel oninteressante mensen er in
één kamer passen terwijl zij in haar eentje

naast mijn bed staat in een droom waarin ik omgekeerd
in mijn ouderwets bed lig, de gehaakte sprei

op de grond gevallen, de kastanjetakken tikkend tegen
het venster, de deur met het ruitje op

een kier. Mijn jongste zoon staat volwassen op de gang
met een sigaar in zijn mond, hij heeft haar

duidelijk binnengelaten, en ik ben zo klein als toen. En
terwijl niemand in die ene kamer iets zei, babbelt

zij de oren van mijn hoofd terwijl ze daar blijft staan.
Ik moet dit onthouden, dacht ik en

opstaan maar terwijl ik dat deed, plotseling in gesprek
met honderd tegelijk, proefde ik de sigarenrook.

Het was zo’n heel dikke sigaar en de kleine kon rondjes
blazen met getuite lippen.

de verkeerde persoon

Ik probeer me te herinneren hoe vaak ik bij haar
kwam, de ongelukkige moeder van de een,

het rommelig huishouden, de ouderwetse wagen
waarin haar eveneens ongelukkig kind licht

schommelend aan haar voeten stond, en wanneer
ik haar voor het laatst zag. Later op

de avond meen ik dat ik haar een brief schreef nadat,
me schuldig voelde voor niet nog een bezoekje,

het ontbreken van de juiste woorden, het afslaan van
de wijn, het hoesten in haar rook, ik

google het kind. Zo zijn er meer die verdwenen van
het schoolplein. Vrouwen die voortijdig

en altijd het tekort wisten van die liefde die zo fel
en onbaatzuchtig door hun lijf trok.

het logboek van zijn onderneming

Omdat we een moment lang dachten, nee, zeker
wisten dat de wereld stil zou blijven staan,

wij naar beneden vielen, hij in stukken, ik heel
er achteraan, krijsend, is de rest van

de tijd een andere, nieuw en vreemd en slecht
passend. Ik probeer een andere volgorde,

zoals op handen lopen met het haar slepend over
de grond, een toetje in de ochtend, een

streep door mijn overvolle agenda, de zon in de
nacht. Was je erg bang, zullen we

morgen niet vragen, wil je alsjeblieft nooit, zullen
we morgen niet noemen, ook niet heb je wel

mijn naam bovenaan staan, weet ik wat ik moet
doen, ga je asje alsjeblieft nooit, nooit?

datzelfde 3 bij 2

We spaarden dezelfde details. Er waren boeken in hoge
zelf getimmerde kasten, de zijne eerst nog

aan de linkerkant terwijl de mijne rechts stonden terwijl
ze later zich aan elkaar uitleenden, er

waren langspeelplaten die op alfabetische volgorde in
een document vindbaar waren, ruimtes tussen

favoriete letters, er waren poezen, een, twee, drie die
hun jongen bij voorkeur op de traptreden

legden, er waren foto’s aan de muur die in de kleine
donkere kamer eerst te drogen hingen, knijpers

in de soms onherkenbare vrienden, er waren die vrienden.
Ons kind heeft een ruimte die geen altaren kent

of het moet de keuken zijn met brandschone, scherpe
messen en laden die glijden en geuren van toen.

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑