Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: kinderen (page 1 of 42)

een lichte trilling

Je mag best ook, zei hij nog, een beetje reclame maken voor jezelf.
Ik neeg tot overgeven, van alles eigenlijk maar

vooral door een snotterig virus dat uit de kindermondjes steeg, nam
kleine slokjes water maar stond gewoon

iedereen te verkopen: als zij, er zaten een zestig vrouwen voor me
te knikken en twee mannen waren mee, dit boek

en dit, hooghoudend, zouden lezen, kwam alles weer goed. Het leek
sterk op de verhalen die mijn zusje en ik aan

de etenstafel verzonnen, alles om onze mamma op te vrolijken. De
kracht van literatuur, hoorde ik mezelf nog zeggen,

en vrouwenlevens elders en heus, wees ik naar die twee heren, u kunt
meegenieten. De leider van de club ging

na afloop zoenen, niet doen wilde ik nog roepen, en legde een enorm
boeket in mijn fietsmand. Dat gaf ik water terwijl ik sliep.

het hart groot

De volgende dag meldt zich een ander kind, die met interesse in
het verleden, en zegt waarom hij er niet bij was,

kan hij morgen? Hij wil ook gemist worden en een uitgebreider
nostalgischer tour dan die we elk weekend doen,

voor de lunch dacht hij aan wentelteefjes en misschien kan de was
dan ondertussen draaien. Hij neemt dezelfde

wegen al draagt hij daarbij een zonnebril en sinds kort de krullen in
een knotje bovenop, hij heeft geen ambitie en durf

is met falen verbonden en sowieso gaat hij nu niet vragen om opslag,
bovendien weet hij niet zeker waarom hij

aangenomen is. Hij stopt zijn bungelend oortje in het mijne en deelt
stapvoets de nieuwste muziek die allemaal

lijkt op de mijne en veilig thuis is hij als de online status dat zegt, zo
was hij gisteren rond 21.53 nog levend.

hoe lief tegelijkertijd

O, ik mis hem, ik mis mijn kind en het ons van vroeger zodra hij
de singel langsloopt en ik de zebra oversteek en de

andere kant opga, ik kijk niet om, ik mis hem als ik hoor hoe hij
opkomt voor zichzelf op het werk, dat zou hij

vroeger niet, ik ben trots dat hij de ambitie heeft en de durf, ik mis
hem als ik hem vertel over zijn oude stad, zijn

oude vader, we dwalen de zon in, hij zegt dat zijn broer meer in het
verleden geïnteresseerd is maar hij luistert,

vraagt en wijst, ik mis hem als ik zeg dat ik vaak over hem droom
zoals meer moeders dat doen over hun jongste,

hij heeft niets meer nodig heeft van mij dan de dank voor het eten en
het gezelschap, hij zet zijn bril af, de

ogen groot is hij opeens weer klein en helemaal van mij, veilig thuis,
zeggen we, het hart groot in onze handen.

koekje

Mijn kleinzoon legt het uit, sommige dingen zijn ‘pretend’ en
andere dingen zijn echt. Net zoals sommige woorden

in het Engels zijn en sommigen in zijn nieuwe taal. Hij kijkt
in een oneindige verte en knippert geen enkele

keer, zijn lange donkere wimpers liggen rond de grote donkere
ogen en terwijl zijn babybroertje nog wijst en ‘da’

roept, blijft er iets of heel veel blijkbaar in de verte verscholen.
Hij kan plotseling stilstaan of liggen te midden van

het speelveld terwijl hij nooit halverwege een zin ophoudt met
praten, ‘i think’ is het dan waarop een besluit

volgt dat zijn toekomst omvat. Torens vallen om ondertussen
en een auto landt op mijn neus, muziek klinkt uit

een boekje dat niet meer dichtgaat, vlinders maken schaduwen
op de vloer, hij schept ijs in alle smaken en voert me.

het kind met grote ogen

Langzaam dringt het tot ons door, de herhaling van kinderen
en ouders en het geheim dat we denken te

delen met het leven, fluisterend zoals mijn moeder dat vroeger
deed alsof het een roddel betrof over de buren, ze

was iets luider bij een vergrijp door mijn vader, en steunend
vanwege de zwaarte en onbegrip van al dat moois.

Een wonder bleef het en alle reden tot dankbaarheid, al moesten
haar dochters er soms wat bij verzinnen, had ze

ooit goed gekeken naar de buurkinderen en de geluiden niet
gehoord? Geschiedvervalsing zoals plaatjes in

een boek over het prille ontstaan, de afwezigheid van haar Heer
maar wel heel grote beesten die op aarde stampten, nee,

ze had haar vermoedens maar die zaten niet in die mysterieuze
afspraak die tussen ons in de ruimte hing.

de wereld nieuw

Even weet ik niet meer hoe oud ze is en hoe lang al ze niet
meer bij me woont, zelfs dat ze de moeder is van

mijn kleinzonen, ze lijkt nog precies zo als op haar eerste
schooldag of tegenover me aan tafel, het

kind met grote ogen dat me alles ging uitleggen en verklaren,
haar handen daarbij gebruikend. Bij dat verhaal

liet ze me min of meer verontrust achter, ze was te snel of
veel te ver en in ieder geval veel te slim. Dat

is zo gebleven. Ze daalt de universiteitstrappen af als ik haar
bel en ontmoet me bij de poort, ze had over

de slechte kwaliteit koffie geklaagd dus breng ik haar de goede,
ze moet wakker blijven en haar werk doen.

Over de studenten zegt ze dat ze zo vreselijk jong zijn. Op dat
moment weet ik alles weer. Haar smalle vingers wijzen.

nog een zonnetje

Onder tafel ben ik opeens veel te groot om me te verstoppen en
toch duurt het even voordat ik gevonden word.

Kletsende voetjes rennen langs me, ik schud wat aan het kleed
op tafel, geschater volgt na zijn vragen waar of ik

toch ben en het handje dat aarzelend alles opzij schuift. Opeens
ook wil ik helemaal nooit meer dat verstopplekje,

drukt het tafelblad op me, staan alle stoelen grimmig naar me te
kijken en weet ik niet meer hoe ik mezelf moet

terugvouwen om dan eindelijk weg te kunnen rennen. Gegiechel,
kleine armpjes om me heen, dan hij weer,

een bobbel achter het gordijn, plakkerige haartjes in een doos,
zogenaamd plat op de bank, adem inhouden. Dan

een aanloopje, armen wijd zoveel als ik van hem houd, achterover
vallen, nog een keer, this this this much.

zodat het leek alsof

De eerste vragen betreffen de nazaten die zo liefderijk en vaak
worden opgevangen, wat zijn ze toch leuk en

wat zal ik genieten nu ze in de buurt zijn, wat maakt het mij
jong en hoe goed staat het me. Als tweede

wordt bijna niet meer naar de staat van poëzie gevraagd, niet
meer naar de vanzelfsprekendheid van

het schrijven maar voetstoots wordt aangenomen dat het over
hen gaat nu, veel vaker althans. Een beetje

zoals ik de levens invul van de ouders die ik tegenkom in de
speeltuin en zeker weet welke pappa straks

vergeefs probeert een band met zijn zonen op te bouwen, welk
kind de schoolklas gaat terroriseren, welke

moeder promoveert op het moederschap alleen en welke oma
haar vocabulaire verkleint tot murmelende kooswoordjes.

een jengelend kind

Bovenop de schone, gestreken was twee gehaktballen, nog
dampend, in een plastic zakje met een knoop.

Tussen de overhemden een krantenartikel met opgewekte
strekking, ‘hoe er iets moois kan ontstaan in

een wasserette’, de sokken bij elkaar gezocht en verdeeld
over de hoeken, die met de gaten zal hij missen.

Bij de deur een glas water, geen zin in meer, even een lange
omhelzing, even quality time, even sharen.

Later een melding op het schermpje, iets van excuses en
houden van. Bij de ballen kocht hij iets

gezonds. Ik zeg hetzelfde, niet dat hij de eerste was in drie
dagen die iets tegen me zei of die ik

voelde, wel dat ik een dwaze vrouw geworden was die me
opdrong aan de eerste de beste. Niet, zei hij.

wit nog

Wat is je haar lang geworden, zou ze zeggen en even trekken
aan de onderkant, en ze zou staren naar een bijna

fatale combinatie van rood en oranje of een diep uitgesneden
shirt dat achterstevoren nog iets bedekte, ze

zou ook daar aan gaan trekken, ze zou haar ogen dichtknijpen
en even peinzen en dan over de kinderen beginnen,

waren ze alleen thuis en moest ik reeds de terugweg nemen,
hadden ze zelf inmiddels kinderen, was de

tijd zo snel voorbij gegaan, waarom had ik haar niet eerder
gebeld of was ze hardhorend en had ze nooit

opgenomen. Maar lieverd, zou ik zeggen, en andere koosnamen,
je hebt geen bereik, je bent al jaren heel ver

weg van me, je ging zonder te groeten, de kinderen moesten
huilen, weet je nog, maar ze wist van niets.

 

(In 2014 voltooide ik de gedichtenbundel ‘zij draagt alvast het wit‘,
opgedragen aan mijn mamma. Deze bundel is niet gepubliceerd.)

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑