Zoals mijn moeder een ring legde in het veld en daarna met haar
scherp oog afdrukte, zo plaatste zij mijn vader in
het struikgewas, een dier op afroep, een vogel net laag overgevlogen.
Haar rangschikken was een kunst apart, zijn lijf
paste nauwelijks, bleef daar gewoon verwonderd staan, een beetje
spottend met de elementen rondom. Zo komen we
elkaar plotseling tegen. Het is nacht. Zijn haar licht op, zijn voeten
wijzen de weg, zijn hand is in de mijne. Hij vraagt
naar geluk en liefde, hoeveel woorden en in welke vorm, of het over
hem gaat, zijn plaats aan tafel, wijst naar de kast waarop
een stapel papieren ligt, gaat lezen en zucht. Hij komt er niet in voor,
klaagt hij. Zoals mijn moeder ordende, zo gooit hij als een
kind de vellen in de lucht en brengt alles in de war, hij drinkt uit de
kraan en gaat door de achterdeur weer weg, vleugels zwart.
Reacties door alja
vaak ongewild
dank Frank
het verkeerde perkje
bij alles dat W. vertelt, zegt hij 'maak daar maar ...
hoe lief tegelijkertijd
dank Leonore
de 2e column voor de site van Pom Wolff
Hij is er nog, speelt piano en leest! Dank voor ...
mijn veiligheid
ik houd in alle opzichten meer van het suggestieve, x