In het waterhuis hingen de paastakken ondersteboven voor de ramen,
het broodhaantje was al op voordat het Hosanna klonk,

soms lag er sneeuw nog in het park en soms knepen we onze ogen
dicht bij de zon achter het huis maar wat hetzelfde is

gebleven, is de tergende onzekerheid in ons hoofd of alles wel genoeg
is, of we met vijf hartige taarten toe kunnen, of we

toch niet nog wat slagroom moeten kloppen, of alle borden nog heel
zijn en belangrijker schoon, of we wel gele servetten

hebben en niet weer de keukenrol moeten overgooien, of alle stoelen
nog wel betrouwbaar zijn, of er geen kattenharen in de soep

drijven of een half muisje dat hij zo trots ving, of iedereen wel weet
hoe de boomhut soms lichtjes de andere kant op wiegt, in

ieder geval is allang bekend dat het niet om de chocolade gaat of de
eieren en is iedereen stil bij het Erbarme dich, mein Gott.