Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: pappa (page 1 of 14)

symbolen uit een andere tijd

Met zijn bril op tafel huilt hij zonder geluid te maken, wrijft
in zijn ogen, laat het haar vallen, kijkt mij aan terwijl

mijn armen te kort blijven, mijn lijf keurig rechtop. Ik heb geleerd
niets te bevestigen, niet dit verdriet, niet dit zijn.

Chronologisch, zeg ik en dwing hem het verhaal af en het duurt
lang voordat hij bij haar uit bed valt, haar lijf

koud. Hij huilt niet om wat er gebeurde maar om wat hij niet deed.
Hij had nog, en dit en dat en hij heeft nooit en

niet voor haar is dit schuldgevoel maar voor zichzelf. Ik vertel hoe
ik bij mijn stervende mamma in bed kroop, een

vogeltje in een roze dekentje, dat helpt, of hoe ik nu veel vaker aan
mijn vader denk dan daarvoor. Later pas

herinner ik me welke mannen nog meer huilden en waarom en of
ik meer vormen van geruststelling kende dan dat ene.

vogels vallen

Allerlei dieren rollen zich in de sneeuw op de stookplaats van
mijn vader, het achterste stukje land dat

afbreekt boven de rest van de wereld. Ik breng ze water met de
kruiwagen, het pad vol as, mijn moeder die me

roept maar onzichtbaar is, de God uit mijn jeugd afwezig. Bijna
voel ik de warmte van het vuur, eigenlijk

ben ik bang voor de beesten. Die droom wordt gevolgd door
een andere, ik noteer ze maar kan ze terughalen

zonder die aantekeningen te lezen, het is als het geschreeuw
door de dunne wanden heen, bloemen van stof

die bewegen en in de nacht zich openen. In de ochtend een grauw
gelaat, soms de details van zijn avontuur, vaker

het stof van zijn dolen door de hel, niemand kon de dorst van mijn
vader lessen noch hem vertellen hoe hij lopen moest.

hoe ik mezelf moet terugvouwen

Dames de B. en Z. zitten in de hal al te wachten, handen in hun
schoot. Mevrouw de B. zou later zeggen dat ze geen

idee had waarop maar ‘zij daar’, wijzend op mevrouw Z., nam
haar zomaar mee en gelukkig ook maar, stralend heeft

ze het over gezelligheid en de enkele goede dag die ze heeft,
vandaag! Na een kwartier moet ze huilen, het

is allemaal niet meer zoals het was en dat gaat gepaard met lange
uithalen, open mond en wegzakken in haar stoel.

Je moet je focussen, zegt mevrouw K., op dat wat wel leuk is en
dat doet de hele groep, ogen bijna dicht of priemend

in mijn open boek en ik doe natuurlijk hetzelfde. Het zijn mijn
vrienden geworden, ze kennen mijn vader, de heer

T. weet zelfs hoe het huis eruit zag waarin ik woonde voordat
ik dat deed en mevrouw V. deelt met mij haar kind.

ergens doet iemand open

Om bijna bovenin te wonen, tussen de kleinste bladeren en het
lichtste groen, de ijle witte flarden in de lucht

bereikbare stroken land, mee te doen met het gekwetter van vogels,
opgetild en voorzichtig neergezet, wachttoren en

verblijf. Vanaf de kijkgaten het overzicht, door de openingen de
geur van toen, alsof dat wat beneden ligt nog altijd

bereikbaar is maar het gekrioel van beesten niet meer zichtbaar
en het gestruikel over de wortels, het zacht achterover

vallen, het volgen van de voetstappen, overbodig. In een droom
de ontmoetingen, hoe daar ergens mijn vader

wacht, zoals hij dacht, mijn mamma, zoals zij hoopte, gekke schilder
W. tussen zijn portretten, dat was de afspraak, of

de rode kater, de waakhond en meisje J. maar voorlopig wakker
van geen enkel vertrek weten en niets beloven.

een enorm zwart gat

De heer A., die naast me zit en van wie af en toe de hand op
mijn arm verschijnt, noemt een naam die mij

de huiskamer terugbrengt en mijn moeder die vlak op het
radiotoestel haar favoriete taal hoort, zwaar

christelijk en met bulderende stem, doorsneden met lijzig gezang,
dik als het pluche dat over de tafel liep. Daar

zitten ook de andere leden van de groep, de heer T. met zijn voet
in een teiltje, mevrouw V. met een ketting in de

knoop en mevrouw De H. met alle koekjes van het schaaltje. Als
mamma verdwijnt, komt mijn vader die nonchalant

ons achterin zijn auto stopt, de bochten neemt als een held, het
picknickkleed, zwart/wit geblokt, uitspreidt

langs de route en iedereen laat raden naar merk en kleur van de
voorbijganger. Mevrouw De H. voert de vogels.

het feestartikel

Hij staat op de vluchtheuvel bij het kruispunt waar iedere fietser
door het rode licht rijdt en draagt een nauwsluitend

blauw pak met capuchon die half over zijn gezicht valt en roept
oi als ik voorbij kom en ik kijk om, schrik, en kijk

weer voor me en denk dat kan niet want hij is dood en ik hoor
mezelf roepen, geen oi maar iets veel harders, ik

heb mijn moeder nodig, nu! Dat hij dood is, goed, maar dat hij
daar nu staat in dat enge pak dat als plastic blikkert

en over zijn hoofd gegoten lijkt, dat oi, dat omkijken van mij!
Mijn moeder reageert evenwel niet en de nacht

is te warm om weer in slaap te vallen. Ze zou gewoon langs
kunnen komen hoewel misschien van de

andere kant en mijn vader zou hinderlijk claxonneren en zonder
meer de stoepen nemen, het blauw zou zich uitspreiden.

alsof het echt maar heel even duurt

In de herhaling zit het ongemak, het verdriet ook. Terwijl hij
net als toen hij een kind was, de zelfgemaakte pizza’s

belegt met geduld en fantasie en vooral heel veel, vormt zich
de aanklacht die dezelfde is die ik mijn vader

oplegde. Wat moet je met een vriend als je een vader nodig hebt?
Een teveel aan liefde vergroot de schade eerst, dan

beperkt zij die. Goedmoedig slaat hij op mijn schouder zoals
hij zijn eten deelt maar ik word steeds kleiner

en niet alleen door zijn torenhoge lengte die hij overigens van
dezelfde man heeft. Gelukkig erft ook

nonchalance en afwezigheid over, een verkeren in de wolken
hierboven bij voorkeur of een honger die altijd

voorlopig weer gestild wordt. Bovendien vergeet hij alles zodra
hij het gedeeld heeft, alleen ik doe dat niet.

diepteonderzoek

Terwijl ik op de ene plek mijn vader beschrijf in een wel heel
bijzondere entourage van herinnering en verzinsel,

wens en eerbetoon, lees ik op een andere plaats zijn werk. Ik
sjouw boodschappentassen met mappen van leer,

de dure fotoalbums die mijn moeder altijd aanschafte, waarin
hij alle schrijfsels plakte, weliswaar met dezelfde

verkeerde lijm als waarmee ik mijn collages maakte dus met
vlekken van ouderdom en gele rare bobbels maar

op volgorde en alsnog voorzien van een haaltje, sterretje en als
overal met zijn naam, soms voluit, soms alleen Sp

en beginnend met alleen de S. U weet wel, zegt de redactie daar,
wie wij ermee bedoelen. We overdrijven wat, hij

en ik, en ik sla even hard op tafel en herzie een passage, een
tere omstandigheid dit onderkomen van ons.

de plek

Of het genoeg is, weten we niet. We kennen onze honger onderweg
maar we stappen zo stevig door dat we nauwelijks toekomen

aan de rijk belegde boterhammen, bovendien heeft alles zich van
plaats verwisselend door onze cadans, er is

alleen nog de knoop in het plastic zakje. Wellicht kijken we niet eens,
er hangt iets over onze rug dat vergroeid lijkt met ons

lijf. Zo schrijven we ook niets over dat wat we zien: we vinden een
kat terug, verwaarloosd en nat, er staat een paard zonder

benen in een omheind veld, de kinderen zijn er maar zijn ze allemaal
van ons en mijn vader wijst wapperend een bocht aan maar

blijft achter. Ik kom langs het ouderlijk huis en kan mijn ene been niet
voor het andere plaatsen, zet mijn eigen beeld stop, er

ratelt iets. Natuurlijk is het genoeg, het is van een hoeveelheid die
ontroert en minuten lang terugkomt, gistend in je buik.

nu natuurlijk allang dood

Aan het bureau van mijn vader waar de grote zilveren knoppen
de zware, diepe laden bewaakten waarin hij zijn

leven bewaarde samen met wat paperclips, een stempel met
zijn onmogelijke maar indrukwekkende en zeker

illustrerende handtekening, nooit zag ik meer zo’n reuze zwier
terug, een half bewaarde borstplaat, vermoedelijk

een te gulzig gebroken hart, zijn vulpen en potjes inkt, daaronder
de jaarcijfers, het kerkenblad en een getekend

grafiekje waarin iets helemaal bergafwaarts ging, vergezeld met
uitgemergelde koeien en een dwars konijn, wordt

niet aan zijn oeuvre gewerkt, nog niet, maar aan de nalatenschap
van mezelf blijkbaar. De webmaster van M. is zo

vriendelijk mij wegwijs te maken zoals hij dat jaren daarvoor
al deed in een ander grijs gebied, we komen thuis!

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑