Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: pappa (pagina 1 van 13)

nu natuurlijk allang dood

Aan het bureau van mijn vader waar de grote zilveren knoppen
de zware, diepe laden bewaakten waarin hij zijn

leven bewaarde samen met wat paperclips, een stempel met
zijn onmogelijke maar indrukwekkende en zeker

illustrerende handtekening, nooit zag ik meer zo’n reuze zwier
terug, een half bewaarde borstplaat, vermoedelijk

een te gulzig gebroken hart, zijn vulpen en potjes inkt, daaronder
de jaarcijfers, het kerkenblad en een getekend

grafiekje waarin iets helemaal bergafwaarts ging, vergezeld met
uitgemergelde koeien en een dwars konijn, wordt

niet aan zijn oeuvre gewerkt, nog niet, maar aan de nalatenschap
van mezelf blijkbaar. De webmaster van M. is zo

vriendelijk mij wegwijs te maken zoals hij dat jaren daarvoor
al deed in een ander grijs gebied, we komen thuis!

alleen een verzinsel

Er stond een witte fiets in de voortuin van het vorige huis,
onbeheerd, modern en simpel en pas toen

ik fietsen ging, merkte ik de stang tussen mijn benen. Ook
ik liet hem onbeheerd achter tot iemand me zei

dat dit de fiets van mijn vader was, dat hij met opzet daar
had gestaan en dat het een teken was dat ik

hem moest vinden, zoeken had ik niet eerder gedaan. Ik
wilde zeggen dat ik toch allang een vader had

gehad en hoe het dan met mijn moeder zat maar ik kocht
een ketting en legde het ding vast. De tuin

overigens veranderd in een fietsenstalling alsof het een
schoolplein was en iedereen met tegenzin

naar school, stiekem rokend en het verkeerde vriendje
knuffelend, de struiken uiteen geduwd.

in de kast

Pratend over ze zie ik hoe ze aan tafel schuiven alsof ze
niet al jaren geleden verdwenen. Zij heeft

rode wangen en een koud neusje, hij schuilt diep in zijn
kraag, verbaasd alsof we hem bevrijd hebben

zonder dat hij riep of klaagde over de omstandigheden.
Ze praten mee, proeven iets, gaan daarna weer,

we zien hen op de rug na en al zouden we willen, niets
haalt hen voorgoed terug, het lukt zelfs niet

te vragen om meer, vaker, langer. Het gesprek duurt een
jaar, op een afgesproken tijd komen we erin

terug, tot zo lang zijn het flarden die als mist boven het
weiland hangen. Hij drijft de beesten in de stal,

zij hangt ondanks alles de was buiten, wij durven bijna
niet van het erf af, er drijft een vlieg in de melk.

mezelf misschien

Omdat ik mijn vader heb horen gillen door het dunne behang,
de ramen klepperend door te tochtstroom, de takken

van de kastanjes roffelend het spookbeeld vergezellend, de
nacht het inktzwarte duister dat boven de velden

bleef hangen, mag ik zelf schreeuwen, mijn schoenen door
de kamer werpen, de bijbel vanonder het

kussen verliezen, de greep op hun handen met een botte bijl
doorklieven, de lakens bevuilen, het kind

kwijtraken. In de beklemmende stilte daarna vonden we alles
terug, hij kauwde traag zijn ontbijt, de kopjes

thee lauw maar recht in hun schoteltje, de gordijnen open, de
deur van het slot, de route langs het water van

hetzelfde aantal kilometers, wind tegen. Het duurde alleen wat
langer alvorens mijn moeder haar mantelpakje vond.

je wordt niet groter dan ooit

Dat pietluttige herkent hij, zegt hij, er is meer, zeg ik.
Dat weet hij wel. Nu wij samen aan

tafel zitten en elkaar niet echt aankijken, zien we hoe
onze vader opstaat, bruusk het laken

bij de punten pakt en het servies meeneemt, de scherven
bij de kruimels in de tuin. En nonchalant,

zeg ik. Dat ook, zegt hij. Soms hekel ik mezelf omdat
mijn manier van schrijven dezelfde is.

Dat overdrevene, weet je wel, dat vloeibare, dat gemak
waarmee. Hij knikt. Bij toeval had hij laatst

nog eens wat brieven gelezen, niemand is zo vlijtig met
zijn eigen administratie geweest. Pas

dan denk ik dat niemand een beter onderwerp is voor
een volgend boek. Precies, zegt hij.

een flard van de blauwe stof

Met wenkbrauwen die aan een staatshoofd uit dat onbegrijpelijke
land doen denken en aan mijn grote vader die,

hoewel hij nooit schreef in een verkeerde tijd geboren te zijn of
te liggen in een greppel zoals ik dat deed, zomaar

over de steppe jaagt alsof hij alsnog, en in een versje van troïka,
sneeuw, sporen van bloed en de naam Wladimir

zijn rol speelt, en hier aanwezig is, lijkt het alsof alles mij al is
verteld. Foto’s vanuit een vroeg Londen, de

jaren dertig, landelijke wijken met tuintjes die aflopen in een water
waar mijn dochter haar was spoelt, kinderen in wit

gesteven jurkjes en broeken tot op de knie en dichteressen met mijn
naam met lange gezichten en grote neuzen die zo

op de hoes van Sad Eyed Lady of the Lowlands voor mijn terugkeer
hadden kunnen zorgen, zwijgend zorg dragend voor.

(naar aanleiding van What you did not tell, Mark Mazower)

het achterland het uitzicht

Strijkend langs de kleine groene blaadjes van mijn kruidentuin,
op zoek naar de gaten makende, gulzige onverlaat, houd

ik alleen de geur aan mijn vingers over en daarmee de herinnering
aan mijn mamma die op haar knieën in het groentebed lag,

haar klompjes onder haar rokken geschoven, en met het schilmesje
de ingrediënten afsneed voor de soep of de

gevulde vleestomaten die uit elkaar spatten in de oven alvorens ze
op ons bord kwamen, en ik huil zomaar omdat

naast deze heerlijkheden al het andere meekomt: zomers die in
de achtertuin gevierd werden, ver uit het zicht van

de dorpsbewoners, beesten die hun warmte aan ons afstonden en
met de bek in onze hand meeliepen, een vader die –

ach, alles was daar nog, en ik zelf, ik zelf, en het land onbegrensd
en voor altijd van ons, licht wuivend en geurend.

niemand mag er mee

In de beddensprei haakten zich gekleurde beesten van
allerlei vorm en grootte die langzaam zich

verspreidden richting zijn hoofd terwijl daarboven over
het plafond een gelatineachtige massa probeerde

zich los te laten, bijna drupte op zijn lijf, en de muren
nauwer om hem heen sloten, steeds dichterbij

kwamen alsof hij, bijna misselijk, zijn ogen stijf hield
terwijl hij zijn benen over de rand van het

enorme bed gooide maar nergens de vloer vond en met
heel lange poten zelf het dier leek waar hij

het bangst voor was, losgelaten door grijnzende engelen
met vorken hooggeheven langs gezichten

waarbinnen gaten al het redelijke vervingen, zijn vingers
opeens de klauwen van het nachtelijk monster.

Zoiets gebeurt, zei de zuster geruststellend in de ochtend,
en haalde twee van de vier pillen uit zijn bakje.

het gordijn omhoog

De tekst vergrotend die onder zijn handen ligt, turend
naar de tekeningen die hij rond de kantlijn

verzamelt, hem horen zuchten boven zijn werk, dan
opkijkend naar de verten ingeperkt door

de straat voor hem en hoe vaak zij langs fietste, zijn
vingers verschuivend vlekken makend van

de inkt, de inhoud van zijn heimwee want afwezigheid
bestond in al zijn handelingen maar ook

in de hare, zie ik eindelijk dat wat hij me echt zei en
dat wat hij verzweeg. Alleen al het handschrift

brengt me zijn vertrouwen en het antwoord op zijn
herhaalde vraag: of ik gelukkig was?

Voordat ik kon lezen draaide ik het om, de beesten op
papier immers half dood en uitgemergeld.

 

mijn vader schrijft en tekent in het gastenboek bij een expositie van mij in Purmerend, 2007, boven de tekst van mijn moeder en onder die van een andere bezoeker

 

de cirkels steeds wijder

Even ben ik terug in de koele keuken van het ouderlijk
huis waar mijn wangen tegen de tegeltjes rustten,

mijn handen gevouwen in mijn schoot, mijn ogen stijf
dicht, schimmen om me heen die de staat van

God door de ramen heen verklaarden, mijn vader die altijd
beweerde dat de bui reeds overgetrokken was

en mijn mamma die steevast telde en de maan ontwaarde
en ook als toen is de genade de vrede en stilte

achteraf, het ruisen van regen door de opengezette deur,
de geur van nieuwe zomers en herstel, de

zucht van hem, een boterham of alleen de kaas, en haar
theorieën of hoe luchten weer helder werden, leeg

totdat er opnieuw iets was dat ik verkeerd deed en waar
ik voor gestraft zou moeten, zo wist ik zeker.

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑