Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: liefde (page 1 of 30)

het hart groot

De volgende dag meldt zich een ander kind, die met interesse in
het verleden, en zegt waarom hij er niet bij was,

kan hij morgen? Hij wil ook gemist worden en een uitgebreider
nostalgischer tour dan die we elk weekend doen,

voor de lunch dacht hij aan wentelteefjes en misschien kan de was
dan ondertussen draaien. Hij neemt dezelfde

wegen al draagt hij daarbij een zonnebril en sinds kort de krullen in
een knotje bovenop, hij heeft geen ambitie en durf

is met falen verbonden en sowieso gaat hij nu niet vragen om opslag,
bovendien weet hij niet zeker waarom hij

aangenomen is. Hij stopt zijn bungelend oortje in het mijne en deelt
stapvoets de nieuwste muziek die allemaal

lijkt op de mijne en veilig thuis is hij als de online status dat zegt, zo
was hij gisteren rond 21.53 nog levend.

hoe lief tegelijkertijd

O, ik mis hem, ik mis mijn kind en het ons van vroeger zodra hij
de singel langsloopt en ik de zebra oversteek en de

andere kant opga, ik kijk niet om, ik mis hem als ik hoor hoe hij
opkomt voor zichzelf op het werk, dat zou hij

vroeger niet, ik ben trots dat hij de ambitie heeft en de durf, ik mis
hem als ik hem vertel over zijn oude stad, zijn

oude vader, we dwalen de zon in, hij zegt dat zijn broer meer in het
verleden geïnteresseerd is maar hij luistert,

vraagt en wijst, ik mis hem als ik zeg dat ik vaak over hem droom
zoals meer moeders dat doen over hun jongste,

hij heeft niets meer nodig heeft van mij dan de dank voor het eten en
het gezelschap, hij zet zijn bril af, de

ogen groot is hij opeens weer klein en helemaal van mij, veilig thuis,
zeggen we, het hart groot in onze handen.

koekje

Mijn kleinzoon legt het uit, sommige dingen zijn ‘pretend’ en
andere dingen zijn echt. Net zoals sommige woorden

in het Engels zijn en sommigen in zijn nieuwe taal. Hij kijkt
in een oneindige verte en knippert geen enkele

keer, zijn lange donkere wimpers liggen rond de grote donkere
ogen en terwijl zijn babybroertje nog wijst en ‘da’

roept, blijft er iets of heel veel blijkbaar in de verte verscholen.
Hij kan plotseling stilstaan of liggen te midden van

het speelveld terwijl hij nooit halverwege een zin ophoudt met
praten, ‘i think’ is het dan waarop een besluit

volgt dat zijn toekomst omvat. Torens vallen om ondertussen
en een auto landt op mijn neus, muziek klinkt uit

een boekje dat niet meer dichtgaat, vlinders maken schaduwen
op de vloer, hij schept ijs in alle smaken en voert me.

de wereld nieuw

Even weet ik niet meer hoe oud ze is en hoe lang al ze niet
meer bij me woont, zelfs dat ze de moeder is van

mijn kleinzonen, ze lijkt nog precies zo als op haar eerste
schooldag of tegenover me aan tafel, het

kind met grote ogen dat me alles ging uitleggen en verklaren,
haar handen daarbij gebruikend. Bij dat verhaal

liet ze me min of meer verontrust achter, ze was te snel of
veel te ver en in ieder geval veel te slim. Dat

is zo gebleven. Ze daalt de universiteitstrappen af als ik haar
bel en ontmoet me bij de poort, ze had over

de slechte kwaliteit koffie geklaagd dus breng ik haar de goede,
ze moet wakker blijven en haar werk doen.

Over de studenten zegt ze dat ze zo vreselijk jong zijn. Op dat
moment weet ik alles weer. Haar smalle vingers wijzen.

iedereen wilde hetzelfde

Hij legde het gedicht in haar stoel en vertrok. Het was in de tijd
dat ze weinig las behalve haar eigen woorden en ze

begreep niets van het werk. Ze kende de naam niet, ze voelde
alleen een loodzware betekenis en trok haar

conclusies. Ze zagen elkaar daarna zeker twee weken niet meer.
Als je jong bent duren twee weken lang. Nu

zou ze de dagen niet meer tellen, meteen alle bundels van die
dichter in huis halen, op zoek gaan naar de verschillen

in haar eigen werk, en hem terugschrijven. Op papier was alles
duidelijker, zwaarder ook. Er zat geen

sprongetje in de afstand tussen hen, geen muziekje dat hinderlijk
in je oren bleef, geen klamme hand die

de hare hield en toch zei het alles: ze haalde hem terug. Ze dacht
toen nog dat liefde in de regels lag.

symbolen uit een andere tijd

Met zijn bril op tafel huilt hij zonder geluid te maken, wrijft
in zijn ogen, laat het haar vallen, kijkt mij aan terwijl

mijn armen te kort blijven, mijn lijf keurig rechtop. Ik heb geleerd
niets te bevestigen, niet dit verdriet, niet dit zijn.

Chronologisch, zeg ik en dwing hem het verhaal af en het duurt
lang voordat hij bij haar uit bed valt, haar lijf

koud. Hij huilt niet om wat er gebeurde maar om wat hij niet deed.
Hij had nog, en dit en dat en hij heeft nooit en

niet voor haar is dit schuldgevoel maar voor zichzelf. Ik vertel hoe
ik bij mijn stervende mamma in bed kroop, een

vogeltje in een roze dekentje, dat helpt, of hoe ik nu veel vaker aan
mijn vader denk dan daarvoor. Later pas

herinner ik me welke mannen nog meer huilden en waarom en of
ik meer vormen van geruststelling kende dan dat ene.

nog een zonnetje

Onder tafel ben ik opeens veel te groot om me te verstoppen en
toch duurt het even voordat ik gevonden word.

Kletsende voetjes rennen langs me, ik schud wat aan het kleed
op tafel, geschater volgt na zijn vragen waar of ik

toch ben en het handje dat aarzelend alles opzij schuift. Opeens
ook wil ik helemaal nooit meer dat verstopplekje,

drukt het tafelblad op me, staan alle stoelen grimmig naar me te
kijken en weet ik niet meer hoe ik mezelf moet

terugvouwen om dan eindelijk weg te kunnen rennen. Gegiechel,
kleine armpjes om me heen, dan hij weer,

een bobbel achter het gordijn, plakkerige haartjes in een doos,
zogenaamd plat op de bank, adem inhouden. Dan

een aanloopje, armen wijd zoveel als ik van hem houd, achterover
vallen, nog een keer, this this this much.

zodat het leek alsof

De eerste vragen betreffen de nazaten die zo liefderijk en vaak
worden opgevangen, wat zijn ze toch leuk en

wat zal ik genieten nu ze in de buurt zijn, wat maakt het mij
jong en hoe goed staat het me. Als tweede

wordt bijna niet meer naar de staat van poëzie gevraagd, niet
meer naar de vanzelfsprekendheid van

het schrijven maar voetstoots wordt aangenomen dat het over
hen gaat nu, veel vaker althans. Een beetje

zoals ik de levens invul van de ouders die ik tegenkom in de
speeltuin en zeker weet welke pappa straks

vergeefs probeert een band met zijn zonen op te bouwen, welk
kind de schoolklas gaat terroriseren, welke

moeder promoveert op het moederschap alleen en welke oma
haar vocabulaire verkleint tot murmelende kooswoordjes.

een jengelend kind

Bovenop de schone, gestreken was twee gehaktballen, nog
dampend, in een plastic zakje met een knoop.

Tussen de overhemden een krantenartikel met opgewekte
strekking, ‘hoe er iets moois kan ontstaan in

een wasserette’, de sokken bij elkaar gezocht en verdeeld
over de hoeken, die met de gaten zal hij missen.

Bij de deur een glas water, geen zin in meer, even een lange
omhelzing, even quality time, even sharen.

Later een melding op het schermpje, iets van excuses en
houden van. Bij de ballen kocht hij iets

gezonds. Ik zeg hetzelfde, niet dat hij de eerste was in drie
dagen die iets tegen me zei of die ik

voelde, wel dat ik een dwaze vrouw geworden was die me
opdrong aan de eerste de beste. Niet, zei hij.

met mijn pen maak ik een opening

Zijn geur zit onder mijn huid, ik ruik hem als ik mijn hoofd
draai en het haar voor mijn neus valt, als ik

mijn shirts uittrek en het zweet afspoel, als ik over mijn lijf
strijk terwijl ik alleen achterblijf, het huis

vol van leegte, er is geen ontkomen aan. Soms is er een flard
van iets nieuws, een zoete walm van snoep in

een steegje, brandstof in een rij wachtende auto’s, een natte
hondenvacht in het voorbijgaan, soms ook

is er een maaltijd van thuis, een snufje parfum, de gladde kin
van een pas geschoren vader, de bloemen die

op uitkomen staan in een wijde vaas voor het venster. Er valt
niets weg te wassen. Niemand haalt

zijn neus op. Eerst na dagen merk ik mezelf weer op: een lichte
zweem van melkwit vel dat zich voegt in haar plooien.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑