Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: liefde (page 1 of 28)

lichtvoetig

De warmte van de zon, achter glas veelal, is slechts een afgeleide
van de warmte van zijn lijf, half ontkleed vaak en

ergens in zijn paradijs waar hij ongezien verdwaalt maar nog wel
op mijn beeld staat, net niet te lang om

het fragment door te branden maar wel zo uitnodigend dat iedere
keer het stukje film door mijn handen gaat, of hij,

binnengehaald vanuit die herinnering. Ook met ogen dicht is de
huid voelbaar, sissend op het melkwit van mijn

bestaan, schroeiend tegen mijn onderdelen die opeens overal lijken
te liggen, de geheime plek delend, schuilend later

in de vrijplaats van het verleden. Bij wolken, wind en waan is er
soms die lichtflits of heldere rand, een teken dat

hij zal verschijnen, hoog boven me zal uit torenen en grinnikend
tot herovering besluit, zijn stralen tot in mijn botten.

de vlekken oplosbaar

Niet de zee te hoeven noemen meer. Geen grapjes over gebieden
die buiten bereik liggen omdat we niet kunnen zwemmen.

Geen reisjes onder al dat water door, niet opnoemen hoe het Fries
van onze moeder eigenlijk het buitenlands is van

de taal van mijn ene kind, niet de ernst van de kleinzoon waarmee
hij vertaalt, niet wuiven naar de lucht omdat zij

daar vliegt en helemaal niet denken aan hoe zij uit beeld verdwijnt,
nooit meer de haperende telefoonlijn of het vervormen

van haar stem, alles net een seconde later dan zij het uitspreekt. Nooit
meer voorzichtig vragen of er nog meer water

bij komt, bij de wijn dan graag, of huilend van gemis uit het raampje
kijken van de overvolle slangen die vies en krijsend

uit hun holen kronkelen. Voortaan knuffels op mijn schoot en zonen
hijsen op mijn heupen zoals ik dat vroeger deed.

 

 

alsof het echt maar heel even duurt

In de herhaling zit het ongemak, het verdriet ook. Terwijl hij
net als toen hij een kind was, de zelfgemaakte pizza’s

belegt met geduld en fantasie en vooral heel veel, vormt zich
de aanklacht die dezelfde is die ik mijn vader

oplegde. Wat moet je met een vriend als je een vader nodig hebt?
Een teveel aan liefde vergroot de schade eerst, dan

beperkt zij die. Goedmoedig slaat hij op mijn schouder zoals
hij zijn eten deelt maar ik word steeds kleiner

en niet alleen door zijn torenhoge lengte die hij overigens van
dezelfde man heeft. Gelukkig erft ook

nonchalance en afwezigheid over, een verkeren in de wolken
hierboven bij voorkeur of een honger die altijd

voorlopig weer gestild wordt. Bovendien vergeet hij alles zodra
hij het gedeeld heeft, alleen ik doe dat niet.

een heel bloemenveld

Er is een brief uit de toekomst, een jaartal dat al ingehaald is en
achterwege, we zijn onszelf voorbijgelopen en niets

is gegaan zoals hij stelde. Even lijkt het alsof hij stiekem mijn
huis binnen is gegaan en die brief tussen de oudere

epistels heeft geschoven als een bewijs achteraf van goede intentie
en aanwezigheid. Ik had niets gehoord, ik

herinner me niet dat hij zachtjes deed. Er is geen laatste brief.
Van sommigen maak ik een beeld dat ik doorstuur,

een kennismaking met de achterblijvers, het handschrift in al zijn
zwierig dansen onbekend. Niemand bleef zo lang

op als ik om de berichten onder de asbak te vinden, glad te strijken,
tegen het licht te houden. Het was nacht. Bijna

is het alsof ik opnieuw tegen hem aanlig, geen gevlij maar onderdeel
van een moedwillige poging het leven te beheersen.

en dan dat van die liefde

Amsterdam ligt even in Amerika, dan roept mijn kleinzoon
giechelend vanuit zijn moeders armen nee en

Nederland, onze hoofdstad wordt de zijne en de hele avond
is er alleen dat geweldige nieuws, alle gezinsleden

bellen elkaar en buitelen over elkaar heen en verzinnen lange
tafels waaraan we eten en feesten,

kleffe logeerpartijen, eindeloze voorleesbeurten, aanraken
vooral, het ruiken en voelen van diegenen waar

we het meest van houden. Nieuws gepresenteerd door een
vrolijk kind wordt zoveel groter dan welk

bericht daarvoor. In zijn handje een favoriete auto die door
de lucht zoeft en alvast op mijn schoot belandt,

dansend de haren van zijn moeder die jaren hiervoor uit de
straat galoppeerden, haar rug draait zich eindelijk.

vier honden en hun baasjes

Om dat te doen omdat je zoveel van hem hield: altijd luisteren
naar wat hij zei, kinderen let op roepend, al die

jaren onthouden wat hij noemde zodat je nu, aan het eind van dit
lange leven, kunt vertellen wat dat was – waar

hij woonde, werkte, naar school ging, hoe hij liep van huis naar
de zaak, wat hij deed en waarom hoewel je

het nooit precies begreep, wat hij spaarde, welke merken hij
aanschafte en hoe zijn familie in elkaar zat en

misschien ook wel, maar dat wist je eigenlijk niet zeker want
waar bleek dat uit, hoeveel hij van je hield.

En dan in de groep waarin je luisterde naar een verhaal waarin
al die feiten terugkwamen je vinger op te steken of

gewoon op tafel te roffelen en te vertellen dat jij ook omdat en
dan dat van die liefde die daarvoor gezorgd had.

de terugweg

Veel gaat ook over het verleden, zegt de dichter tegenover mij,
toch? Vandaag zou ze jarig zijn, denk ik alleen maar,

zou ze met rode wangen en een volle koelkast net doen alsof
dat niet belangrijk was, geen cadeautjes willen en

teleurgesteld zijn als ze er niet waren, haar taartpunt delend en
met muizenhapjes etend. Liefde? Probeer ik nog,

dood? Hij buigt zich verder over tafel, het ene oog naar buiten,
het andere op mijn glas. Zij zou nog meer

kleuren, haar schoenen gingen eindelijk uit, het jasje misschien
dat al half open stond. Hoe kun je iemand bereiken,

vraagt de man tegenover mij, als je haar niet kenbaar maakt, als
je haar ons niet voorstelt, als je niet uitlegt dat

ze jarig zou zijn geweest of hoe ze at? Stilzwijgend schuif ik haar
mijn bordje toe en probeer haar jasje te passen.

geen ruimte om zijn werk nog te doen

Ooit waren we schrijvers. In de brievenbus lag zijn bijdrage,
de enveloppe gevouwen uit het ontwerp van die

week, vijf en zeventig cent voor een postzegel om de serieuze
poging te benadrukken, onder zijn zwierige hand

een tekening als symbool voor liefde en trouw en moed vooral.
Lang lag er een lint omheen, geknoopt met

dezelfde toewijding zoals ze later gladgestreken werden, deze
bewijzen. Hij wist niet of hij tot een boek zou komen.

Ooit waren we lezers. Onder de asbak mijn antwoord, op elke
traptree een aanwijzing, tot boven het bed toe

schetsen van een gezamenlijk leven. Misschien, zo zeiden we
tegelijkertijd, was dit werk een poging om aan

de waarheid te ontkomen, dat je eerst iets moest verzinnen,
bedoelden wij, voordat je iets zeker wist.

waar niemand meer in past

Alsof hij ieder moment thuis kan komen, zijn fiets door de steeg
in de bijkeuken plaatst, even belt als hij in de tuin staat,

zwaait door het raam heen. Alsof hij nog even een sigaret heeft
gerookt en een versje heeft geschreven, de

signatuur in een tekening vervat, en zo zijn handen gaat wassen
en dan naar boven komt, zijn lijf warmt aan het

hare. Alsof hij nooit het idee heeft gehad van plaats te veranderen,
het gevoel nog altijd hetzelfde, de ster in het Noorden.

Alsof zij geen rekening hield met de tijd en niet vanaf toen door
de voordeur kwam fietsen, veel lawaai makend en

de deur beschadigend, het verkeerde voorbeeld gevend aan de
achterblijvers, tekeningen voortaan rechtstreeks op

de muren, het lijf verkild, het zonnestelsel in de fruitschaal en zijn
rook, binnengehouden in haar mond, tot rondjes blies.

het effect

De kamer van het waterhuis is uitgetrokken tot een balzaal
die naast mijn oude zilveren bed een slaapplaats heeft voor
mijn jongste en zijn vader, een kinderbedje

waar niemand meer in past. Er volgt een verhaal in een verhaal,
een doos in een doos, een huilen in een droefenis waaraan geen
einde lijkt te komen. Terwijl ik droom loopt

iemand over mijn rug. Ik denk aan een inbreker maar weet
tegelijkertijd hoe absurd dit is, ik gil en mijn vorige man komt
kijken en haalt een konijn van mijn rug, daarna

mijn moeder die zich uitgespreid heeft neergevlijd, gaat dan
zelf daar liggen, bovenop de dekens, en drukt mij zachtjes neer.
Ik weet dat ik droom in die droom en ik hoor

mezelf snikken maar de hele nacht verloopt rustig en behalve
die figuren kom ik niemand tegen, ik slaap tot de ochtend en
weet alleen dat ik ze ontmoet heb en gevoeld.

De morgen is donker van regen en wind, de boomhut knarst,
bijna dek ik de tafel met extra bordjes. Dan vertrek ik in een
blauwe jurk en sluit de deuren zachtjes.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑