Net voordat de wereld hier wit wordt, lopen we langs de rand van
de stad en drinken het ons ingeschonken glas leeg,

met zoenen en praatjes, knikjes en beste wensen, om dan dezelfde
weg terug te nemen, de knallen nog langszij, de

supermarkt nog open, de fietsen van de fietshandel nog buiten aan
de ketting, zielsgelukkig als we weer binnen zijn

en verder kunnen lezen om dan overvallen te worden door enorme
lichtflitsen en een helderheid die bij de sneeuw past,

niet bij het boek, appjes met restanten van maaltijden, L. (7) met
een grote zwarte bril op en een vriendin die het over

lef en licht heeft in combinatie met mijn bewegen zoals een dichter
eerder over zachte krachten praat en ik me alleen maar

dat truitje van mohair herinner, dat fletse blauw dat nooit bij mij
paste, en met vingers in de oren probeer ik een van de twee.