Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: vriendschap (page 1 of 6)

haar rug draait zich eindelijk

Ik dacht dat je naast me zou gaan zitten, met dat glunderend
gebaar van een opgetogen kind, me zou vragen wie dat allemaal
waren, al die mensen die zo zorgvuldig

op een rij gingen zitten, en waarom. Dat je me aan zou stoten
met een bungelende voet, ze waren veel te groot om ze rustig
te houden, zodra de muziek zou gaan spelen,

waar kwam het geluid vandaan, en je dan om zou draaien en
naar boven zou kijken waar een koor bijna van een balustrade
kieperde en probeerde gelijkstemmig te zijn,

het lukte net niet helemaal, of je zou je hand even op mijn knie
leggen, ik wiebelde misschien uit lichte ergernis. Je zou er gewoon
de hele tijd zijn, zo voelbaar aanwezig en niet,

zoals nu, tussen een erewacht naar buiten gedragen, meteen het
commentaar krijgen dat je zoveel geldingsdrang had en best wel
moeilijk was soms in de omgang, hoe lang kende ik hem?

En ik wou zeggen, lang genoeg of in ieder geval, niet zoals jullie
hem kennen, want dat is wat je denkt als iemand vertrekt die je
nooit eerder uitgezwaaid hebt, alleen binnengehaald.

vier honden en hun baasjes

Om dat te doen omdat je zoveel van hem hield: altijd luisteren
naar wat hij zei, kinderen let op roepend, al die

jaren onthouden wat hij noemde zodat je nu, aan het eind van dit
lange leven, kunt vertellen wat dat was – waar

hij woonde, werkte, naar school ging, hoe hij liep van huis naar
de zaak, wat hij deed en waarom hoewel je

het nooit precies begreep, wat hij spaarde, welke merken hij
aanschafte en hoe zijn familie in elkaar zat en

misschien ook wel, maar dat wist je eigenlijk niet zeker want
waar bleek dat uit, hoeveel hij van je hield.

En dan in de groep waarin je luisterde naar een verhaal waarin
al die feiten terugkwamen je vinger op te steken of

gewoon op tafel te roffelen en te vertellen dat jij ook omdat en
dan dat van die liefde die daarvoor gezorgd had.

er was geen sprake van enig vergrijp

Op het moment dat ik aan hem dacht, ging hij dood. Dat heb je
soms. Tussen de stormen in en de regen, dacht ik aan

fietsen en dan op de terugweg, maar ik ging nooit zonder afspraak
en ik had niet gebeld. Ik zou hem mailen, zo sprak

ik met mezelf af. Vanmiddag lagen er twee handgeschreven witte
enveloppen in de brievenbus, dat gebeurt zelden meer.

Kenden we elkaars handschrift eigenlijk? Twee brieven, de een
zei dat hij er niet meer was en of ik afscheid kwam

nemen, losse bloemen graag, de ander zei hee, ik ga er vandoor,
ik heb genoten, ik ben dankbaar, ik zie je in

gedachten, wie je was en wat je als waardevol zag, ik heb het
nagenieten en ik zal mijn tranen de vrije loop laten.

Blijf trouw aan jezelf. Goed, dacht ik eerst, en later waarom heb
ik je niet opgezocht op het moment dat ik aan je dacht.

 

(voor A.)

zijn opsomming werd steeds luider

Onderweg de velden, kale akkers nog waarover een zilveren
laagje, een waas van vroegte en regen, een molen

in de verte, de rij knotwilgen langs de sloot, automobilisten
bij het stoplicht, scholieren met jassen los die

moeiteloos inhalen, geen gesprek verliezen, zich omdraaien
naar elkaar, terwijl dat

voorovergebogen figuurtje met de ogen toegeknepen foto’s
maakt en uitgeputte bewegingen, slingerend.

Dan de eerste rotonde, de tweede, afslaan naar rechts, oversteken,
een stukje lopen, zwarte hopen daar in het land,

vogels erboven, het hek open, een zwaaiende hand, bekers met
koffie. Het nieuwe schilderij aan zijn wand een

samenvatting van alles dat ik langs de weg trof maar met licht
nu, stroperig geel en dunne schaduwlijnen.

hoe lekker warm ze daar lagen

Ze plukt het haar van mijn jasje, engelenhaar, zegt ze, omdat
het krult maar mijn stroblonde haar valt

recht naar beneden, kan ik daarom niet tegen die zachte en
dwingende aanraking van handen die

verzamelen en tegelijkertijd corrigeren alsof mijn moeder aan
de zoom van mijn kleding trekt in de hoop

dat het minder ordinair wordt, minder vol en minder zwart?
Ik wil niet voelen, zelfs al is het nauwelijks

en ik wil niet dat zij zegt dat ook zij haar verliest en naar de
grond wijst, ik wil niet delen en ik wil

het bestaan van engelen ontkrachten. Dan zegt ze nog iets over
de lengte en mijn schouders krimpen en op

straat denk ik steeds achterom te moeten kijken of zij me niet
volgt, kokette stappen die leeg en hol klinken.

tien minuten voor aanvang

Bij een van die ontmoetingen had zijn stem over de akkers
geklonken, de gronden van mijn vaders, en had hij

zijn armen uitgespreid, nog even gedacht dat hij vliegen kon.
Bij een andere probeerde hij alleen maar

rechtop te staan, dat vliegen was een grapje, maar hij lachte
niet. Ik dacht hoe ik als kind misschien maar

nee, hij was al weg, vond mijn huis jaren later, zat in de bonte
stoel en keek. Liefdevol, was een woord,

compassie uiteraard, akkers ook. Aarzeling was een handeling,
bedachtzaamheid zeker, mist over de velden

hetzelfde. Ik stelde me de beesten voor en de natte snuiten in
mijn hand en hoe hij op me wachten zou, niet

met open armen maar gewoon zoals poëzie een noodzaak was
en ochtenden als deze en ontmoetingen als toen.

 

(voor Joop Scholten, 26 februari 1942-21 december 2018)

en toen deed ik dit

De akkers werden leeggeroofd door ijverige, voorover
bukkende kinderen die tegen een volle krat

een vuistvol kleingeld kregen waarvan de helft in de metalen
spaarpot verdween en de andere op de toonbank

van de kleine kruidenier in het dorp die toverballen, slierten
drop en kauwgum met filmsterren verleidelijk

presenteerde. Er was een jongen met de achternaam van een
bekende dichter terwijl de poëzie zoek was of

alleen een verzinsel van mij terwijl ik de horizon afliep en
zijn spierwitte haar zocht, hem riep hoeveel

ik al verzameld had en hij recht overeind ging staan en altijd
meer had en ook eerder voor die kassa stond.

Maar hij wachtte, ruilde de beroemdheden, rode wangen die
rijmden op het verlaten van het dorp, eens.

weke delen

Vandaag reizen we over de grote rivieren, morgen binnen
de vierkante meters van ons bestaan alhier, ons

leven is het noodlot, zegt hij, en soms ontsnap je eraan. Elke
dag gaan er mensen dood, de kamer

een rouwkamer, zwart mijn kleding, is er nu nooit een nuance
in die kleur, vraagt hij en niets

heeft te maken met jou. Het tempo aangepast, doe ik de attracties
aan. Er zal een traktatie volgen, hij

is vrijgevig binnen die grenzen, heimwee hoef je niet te voelen
als je maar een dagje weg bent. Het is niet dat

wat we onderweg zullen zien, het is wat hij hier aanwijst: die
deur piept, die lamp wankelt, daar komt een plank

zodat ik nog meer kan stapelen, onder hem ligt mijn lijf en
ginder zijn hoofd en het hart kan in de kast.

pijnlijk ernstige bedoelingen

De oude dichter zwaait met het mes terwijl hij uitroept
weer te zullen gaan schrijven, hij dreigt met

scherpe woorden alvorens hij zijn hand richting de taart
beweegt en mij met precieze beweging

de kleinste punt snijdt, in die paar minuten overweeg ik
hoe te vluchten, ga ik rechts of links, onder

hem door of over de tafel, neem ik de lelies mee die de
geur van dood begeleiden, het restant

misschien van dat gebak, wat een voordeel dat ik de woning
ken, vergeet ik niet mijn tas en zal ik nu echt

niet meer terugkomen en gooit hij het werktuig in de afwas,
balanceert met schoteltjes en slagroom en

termen als ‘vers’, ‘ego’ en ‘krakend helder’ waarbij we
tegelijkertijd proeven en bevestigend knikken.

een rotsachtige kustlijn

Bij zijn terugkeer een kaart met rode lijn op mijn tafel,
een hand die de verbinding trekt van daar naar

hier, een verhaal dat onderbroken door correcties (‘nee,
daar stonden we drie nachten’) en aanvullingen

(‘er zijn gewoon twee kanten die je op kan’) de kleur
heeft van de blauwe zee die, speciaal voor

mij, met schuimende koppen tot voor mijn voeten rolt.
Geuren ontbreken, er is geen dampend maal

maar een boterham uit de rugzak tussen extra schoenen,
regenkleding en zonnebrand. Ook dit is

allemaal een kwestie van voorbereiding: als eerste en als
laatste trek je die lijn; voor vertrek zou ik

een potloodstreepje nemen, wat vrolijk gekleurde spelden
zouden de attracties vormen die we niet bezochten.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑