Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: vriendschap (pagina 1 van 5)

en toen deed ik dit

De akkers werden leeggeroofd door ijverige, voorover
bukkende kinderen die tegen een volle krat

een vuistvol kleingeld kregen waarvan de helft in de metalen
spaarpot verdween en de andere op de toonbank

van de kleine kruidenier in het dorp die toverballen, slierten
drop en kauwgum met filmsterren verleidelijk

presenteerde. Er was een jongen met de achternaam van een
bekende dichter terwijl de poëzie zoek was of

alleen een verzinsel van mij terwijl ik de horizon afliep en
zijn spierwitte haar zocht, hem riep hoeveel

ik al verzameld had en hij recht overeind ging staan en altijd
meer had en ook eerder voor die kassa stond.

Maar hij wachtte, ruilde de beroemdheden, rode wangen die
rijmden op het verlaten van het dorp, eens.

weke delen

Vandaag reizen we over de grote rivieren, morgen binnen
de vierkante meters van ons bestaan alhier, ons

leven is het noodlot, zegt hij, en soms ontsnap je eraan. Elke
dag gaan er mensen dood, de kamer

een rouwkamer, zwart mijn kleding, is er nu nooit een nuance
in die kleur, vraagt hij en niets

heeft te maken met jou. Het tempo aangepast, doe ik de attracties
aan. Er zal een traktatie volgen, hij

is vrijgevig binnen die grenzen, heimwee hoef je niet te voelen
als je maar een dagje weg bent. Het is niet dat

wat we onderweg zullen zien, het is wat hij hier aanwijst: die
deur piept, die lamp wankelt, daar komt een plank

zodat ik nog meer kan stapelen, onder hem ligt mijn lijf en
ginder zijn hoofd en het hart kan in de kast.

pijnlijk ernstige bedoelingen

De oude dichter zwaait met het mes terwijl hij uitroept
weer te zullen gaan schrijven, hij dreigt met

scherpe woorden alvorens hij zijn hand richting de taart
beweegt en mij met precieze beweging

de kleinste punt snijdt, in die paar minuten overweeg ik
hoe te vluchten, ga ik rechts of links, onder

hem door of over de tafel, neem ik de lelies mee die de
geur van dood begeleiden, het restant

misschien van dat gebak, wat een voordeel dat ik de woning
ken, vergeet ik niet mijn tas en zal ik nu echt

niet meer terugkomen en gooit hij het werktuig in de afwas,
balanceert met schoteltjes en slagroom en

termen als ‘vers’, ‘ego’ en ‘krakend helder’ waarbij we
tegelijkertijd proeven en bevestigend knikken.

een rotsachtige kustlijn

Bij zijn terugkeer een kaart met rode lijn op mijn tafel,
een hand die de verbinding trekt van daar naar

hier, een verhaal dat onderbroken door correcties (‘nee,
daar stonden we drie nachten’) en aanvullingen

(‘er zijn gewoon twee kanten die je op kan’) de kleur
heeft van de blauwe zee die, speciaal voor

mij, met schuimende koppen tot voor mijn voeten rolt.
Geuren ontbreken, er is geen dampend maal

maar een boterham uit de rugzak tussen extra schoenen,
regenkleding en zonnebrand. Ook dit is

allemaal een kwestie van voorbereiding: als eerste en als
laatste trek je die lijn; voor vertrek zou ik

een potloodstreepje nemen, wat vrolijk gekleurde spelden
zouden de attracties vormen die we niet bezochten.

die passanten

Dit keer zaten we aan een klein tafeltje waarop de glazen
thee botsten tegen de papieren, de schermpjes,

het bakje met chocolaadjes, de meisjes die af en toe kwamen
vragen of alles naar wens was, hadden we

niet nog iets nodig, en vielen de geheimen tussen een hard
werkende nors kijkende jongen, twee Engels

sprekende stelletjes, een moeder op leeftijd die een glossy
las aan de leestafel en een broer en zus die druk

overlegden welke workshop ze op hun laatste vakantiedag
zouden doen. Het was alsof de site al in de lucht

was en iedereen mee kon kijken, misschien een vertaling
vroegen de toeristen, misschien wat meer foto’s

zei de moeder, kunnen wij dat ook leren opperde de familie
maar de jongen vertrok en liet zijn bestelling staan.

drie pilaren resteerden

Ze heeft het productieproces gestopt, zegt ze bijna
plechtig, ze hoeft nu alleen nog maar

in haar hoofd het beeld op te slaan, het wordt niet
meer geprint, vermenigvuldigd of

uitgedeeld, het heeft geen map nodig of kast, geen
nummer en geen prijs. Het is een

fase, denkt ze, maar zo vergenoegd en triomfantelijk
ze erbij zit, zal het voor altijd zijn, hoe

heerlijk eens niet verstandig te zijn. Net nog rolden
de uren over tafel waarin ik mijn

ontwikkeling schets, ik probeer met mijn handen alle
hoeken van de tafel te bereiken en binnen

een bepaalde tijd. Zomaar wil ik alleen maar taartjes
eten en morsen op het bekraste blad.

dat hij verzamelde en schatten noemde

Lopend door het huis is alles opgenoemd, een inventaris
van de levende die met blikkerige stem in het

apparaat gestopt wordt, achter hem aan herhalen we de
route. Iets ruikt naar bederf, een oude zomer die

opgeruimd moet, er dansen vlekken op het tapijt. De leuning
van de trap hangt los. Zoals bij iedereen ligt

onder de nok van het dak het meest kostbare, tegen de
met paisley motief bespannen wanden staan

in rijen dik de kunstwerken, het lichtknopje bij de deur
zet hen allemaal in een eeuwige zon. Op

tafel een mapje voor iedereen, de kaart met naam maar
zonder datum steekt eruit. O mag ik een foto

waarop zijn haar nog zichtbaar, zijn wenkbrauwen nog
zwart en in boogjes opgetrokken, hij nog onder ons?

hoe laat er morgen gespeeld wordt

Hij viert het leven, vanmiddag, zegt hij, tussen vijf en
acht, en als ik ook kom hoef ik geen bevestiging

te sturen, er zijn is voldoende. Een laatste keer had hij
nog andere plannen, ik moest niet schrikken

maar omdat ik dat niet deed, ik knikte slechts, mag ik
erbij zijn. Volgens mij is er weinig verschil tussen

beide gebeurtenissen, alleen is het nu zomer en hangt
hij buiten lampions op en wiegen er zacht

reuze paraplu’s in verschillende kleuren. Hij zal zich
uit de keuken toveren en mij kleine hapjes

voeren, de wijn heeft nu ijsblokjes en insecten krioelen
uit protest aan onze voet, hij neuriet opnieuw

en ook zomaar dampen zijn ogen. Dit keer zal ik bloemen
meenemen, groot en roze en bijna open.

hoor maar hoe het niet echt klinkt

Dit keer mist hij niet het rijm in mijn verzen maar wijst
hij op het gebrek aan liefhebben, hij kan

nu eenmaal niet alles, hij is bijna aan het eind en hij moet
nog zoveel en hij heeft het nooit gekund. Dit

keer zijn er geen mankementen aan mij hoewel ik iets te
hard lach en teveel conclusies trek, geen restje

cake voor hem heb, de wijn lauw en de kurk verdwenen,
geen lichten aan doe en met deuren open hem

een akelig hoestje bezorg, deze avond is zijn leven van
liefde verstoken, zijn daar medicijnen voor?

Daarom zitten we in het donker, zeg ik, en met de lucht
van gemaaid gras door de kieren en zijn mijn

wangen warm tegen je bleek gezicht en leen ik je mijn
woorden, mijn rijmloze inhoud en mijn lach.

de kat haar staart

Er zijn geheime bestanden die geopend zich meteen weer
sluiten, het beeld op zwart, een kort plofje in

het aangesloten apparaat, een prullenbak die daadwerkelijk
haar inhoud verslindt, een bijtend monstertje dat

lachend vermaalt, er zijn onlogische combinaties van letters,
cijfers en leestekens waarachter namen schuilen

uit een verlaten wereld, herinneringen die ondeelbaar koud
voor ons staan, er zijn tijdelijke constructies,

noodoplossingen voor een dreinend kind, verzonnen mantra’s
die nooit eerder werden opgezegd, hoor maar

hoe het niet echt klinkt, en nog zijn er verrassingen die niet
werkbaar zijn, haar hoofd even op mijn schouder,

de zomer onverklaarbaar buiten, de dag opeens weer geëindigd
in zwevende handen boven een toetsenbord.

(de raadselen achter de schermen van Meander nog steeds niet
opgelost)

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑