Een kind om de hoek dat fluitend onder mijn raam staat en
een kind dat de maan fotografeert bij

terugkomst op Schiphol, het brengt mijn ritme in de war, haalt
mijn deur van het slot, doet me op andere

tijden leven, je hoeft niet meteen te reageren, zeggen zij, maar
het is alsof je een aubade krijgt onder je

balkon en moet zwaaien hoewel dat natuurlijk nooit eerder is
gebeurd. Elk piepje uit de telefoon doet me

meteen reageren, midden in een droom of niet en nog in de war
met namen en jaren en avonturen, natuurlijk

wel, zeg ik hoewel ik het eten afsla en meteen daarna weer wegval
in het duister en een boek presenteer dat een

herdruk krijgt, een zevende zelfs. Morgen, zeggen zij, komen we
terug voor de details, verderop klinkt vuurwerk.