Het missen zit al in het moment dat hij mijn haren bij elkaar bindt
met zijn handen en opzij duwt zodat mijn hals

vrijkomt en hij zijn neus daartegen drukt en dan in slaap valt, en
in elk gebaar sinds. Bij aanvang zit het vertrek

besloten en de afstand hoewel we toen niet dichterbij konden komen,
armen om armen, lijf op lijf, en nooit

vertrouwder waren. Bij een plas zegt hij al dat ik niet zomaar weg kan
blijven, waar was ik, en toch was het

moment van vrij zijn zo heerlijk dat ik onderweg, die vier stappen,
even huppelde en dan weer onder zijn armen

glipte waar hij het dekbed optilde alsof ik onder het hek door in een
bloemenveld terecht zou komen en me herinneren

zou hoe wij wat murmelden en misschien een wijsje verzonnen en
dan pas langzaamaan gingen zwaaien.