Hij had zich gewoon vergist, hij trok de deur te snel achter hem
dicht, de sleutels bleven op tafel liggen, een

van de vier brillen stond in zijn krullen en iets lag nog tussen de
treden van de trap. Daar leek het op, dit vertrek

dat onvoorbereid was en eigenlijk onnodig. Nu moest hij op het
bankje wachten tot iemand hem weer binnenliet.

Dat zijn beslissingen soms. In je eigen nadeel, achteraf. Hij dacht
aan zijn moeder en haar rammelende zakken vol

kromgebogen en vergeten sleutels, ze lag jaren op de bank en stond
maar niet op, en vroeg zich opeens af waarom hij

eigenlijk vier brillen had en ook meer dan één vriendin terwijl er
niemand nu naast hem zat en erger, niemand zich

toegang kon verschaffen tot zijn paleisje, zijn paradijs, hem. Hij
deed zijn ogen erbij dicht. De buurman zwaaide.