Hij wilde alleen maar een omhelzing, zegt hij, maar nu krijgt hij
gratis concertkaartjes voor een amateurkoor,

een tijdslot in een museum, drie warme maaltijden per week hoewel
niet naar keuze, een nieuw overhemd, dertien

neefjes en nichtjes, een fietstochtje langs de molens, een opgeruimde
berging en twee lege mappen voor de fotootjes

van onderweg. Hij kijkt wat hulpeloos. Bovendien, voegt hij eraan
toe, raak ik nu helemaal alles kwijt. Mijn horloge

ligt nog daar, mijn bonuskaart ben ik verloren, het hoofdstuk lees ik
nooit meer uit en wat namen betreft raak ik

helemaal in de war. Maar hoe voelt die omhelzing, wil ik weten. Hij
haalt zijn schouders op, wel oké, zegt hij,

als ze tenminste haar mond erbij houdt en niet steeds in mijn haar zit
met die scherpe nagels van haar. Zijn bril heeft hij alvast

afgezet.