Iets over wereldvrede, bedelt zij, over Maria en haar zoon, nog liever
wat over Jung, de Heimat serie, inhoudelijk,

bedoelt ze, en dan misschien niet 7 x 2 regels maar een column van
800 woorden, iets waarmee je kan thuiskomen dus,

ze knijpt haar ogen samen boven de hete thee en verschuift wat boeken
om ruimte te maken voor een breiwerkje,

haar voeten tikken op de vloer, niet dat zij, beweert ze, daarbij in de
buurt kan komen maar juist daarom, zo leerzaam,

en ze wipt de pennen onder haar oksels. Wat wordt het, vraag ik. Ach,
zegt ze, er komt weer een kind. Gefeliciteerd,

zeg ik maar ze reageert niet. Iets over grootouderschap dan maar of het
huishouden, iets over nuttig zijn en je niet vervelen,

wat over een bloedend hart en eeuwig oppassen, wachten en uitstellen,
liefde? Ze zucht en giechelt dan. Doe maar, beslist ze.