Het zijn een paar weken, afgeschermde tijd in een zee van tijd,
waarin we opnieuw kunnen nadenken over hoe

het wellicht anders moet, gisteren nog wilden we alle orde overboord
gooien en opeens verrassend worden, het ritme

verlaten zoals we terstond ons haar willen knippen en voorgoed groen
willen dragen, een zachte kleur onder ons en misschien

zingend onze verzen voordragen op het voetbalveldje hieronder, en
morgen doen we natuurlijk hetzelfde als altijd.

En terwijl iedereen ons ziet liggen in een tuinstoel of aan een ver
strand, ploegen we in hetzelfde spoor en trekken een

kar kinderen met ons mee die allemaal een ijsje willen en we beloven
veel meer, het touw snijdt in onze hand, we spugen

op de palm en zien een olifant in de wolken en wijzen en achter de
laatste boom houdt een stapel papier zich schuil.