Een storend muziekje uit de laptop tegenover me, een dansje onder
het ondoorgrondelijk gezicht met de koptelefoon,

nerveuze vingers met zwarte nagels die krassen over het oppervlak,
en niemand die vraagt of het niet zachter kan of

uit, ze zou je toch niet horen, of komt het uit de telefoon van de man
naast haar, een winterjack halfopen geritst,

handen om het apparaat en ogen dicht en daar doorheen opeens een
klassieker, you never walk alone, een

vrouw die sorry zegt tegen iedereen en in haar tas rommelt voor stilte,
het uitzicht nog altijd het mooiste of de

weerspiegeling van het kind in de ruit aan de andere kant, de mond wat
open en de benen opgetrokken, een witte

hond onder de bank daar tegenover en een meisje dat goed zo tegen hem
zegt en bij het uitstappen zijn bek vasthoudt, hij danst weg.