De brievenbussen die er nog staan zijn verkleind tot kleine zakjes die
wapperen in de wind, daar past alleen nog een vliegtuigje

in, gevouwen uit de lege enveloppe van oom P. of het spiekbriefje van
Marie, waarop de boodschappen ook stonden vermeld.

In de nacht kun je daar boos over worden, stampvoetend verontwaardigd,
misschien ook omdat je herinneringen hebt aan

de oude postbode in het dorp die het lange pad nam en de struiken onderweg
en altijd op de hoogte was van het wel en wee

achter de voordeur. Soms prikte er nog een kaartje aan die struik met rode
bessen, die alleen voor kerst gebruikt werd, en vaak ook

had je moeder dezelfde hoogrode kleur op haar wangen als ze het handschrift
ontcijferde. En het postvak nu is vaak zo gruwelijk leeg

op de stapels kranten na en die ene bundel die zo vast zit dat je uren staat
te worstelen onderin de boomhut en zou willen dat je in de tuin stond.