Elke activiteit draait om de ontmoeting. Het is zoiets als beweren
dat het schilderij over het leven gaat, dat kunst

en literatuur troost, dat alle mensen goed zijn, dat er een bedoeling
schuilt in de willekeur en waan van elke dag.

Het zorgt ervoor dat we uren reizen om de poëzie te horen en elkaar,
dat we ongemak voor lief nemen, dat we

delen en elkaar in de armen vallen, dat we vrienden worden en niet
vergeten. Dat we elkaar het podium op helpen en

weer er vanaf, bijna springend, met elkaar meerijden en het brood
delen, proost roepen van verre, vrede verkondigen

en met alle toeters en bellen onszelf voorstellen. Ja, dat hebben wij
ook, ja, dat zijn wij ook, zo voelen wij dat ook,

de noodzaak het nog mooier te maken, beter, duidelijker, en alles dat
op afstand ligt naar elkaar toe te halen en te koesteren.