Gekaderd vinden we hem terug, in een vierkantje ergens in een
krant van twee weken geleden. Onverwachts

en met spijt, staat er, en losgelaten onder dwang. Met al zijn voornamen
en familieleden en zijn ware leeftijd. Met zijn

woonplaats, christelijke opvoeding en een pootafdruk van de hond. Dat
laatste had niet gehoeven van ons. Ook die vier

echtgenotes niet. We bladeren vooruit en dan weer terug omdat het toch
raar is hem hier te vinden maar we scheuren niets

en doen het papier gewoon in de mand in de hal en morgen in de bak
buiten. Zoals hij met ons deed. Er ligt geen snipper

meer in zijn lades. Er lag zeker niets onder het kussen, er zat niets in
de rechterzak van zijn pak, we hadden een

voorkeur voor het streepje, en zeker niets in het dashboardkastje. Of
het waren de snoepjes die ik onderweg niet op kreeg.