Terwijl we bovenop de kunst staan, wijzend en fluisterend, laten
we de stad in cirkels achter, alle toeristen in het

midden maar onze herinneringen in die foto’s aan de wand. Hoe
hij in de kast van onze vader stond, of

hoe zijn brutaliteit doet denken aan die andere kunstenmaker, hoe
jong we waren en nog niemand kenden toen,

de grens nog niet overschreden, en aan delen nog niet deden. Nou
ja zijn tekeningen stonden op het zeil van onze

keuken, zijn auto’s gierden om de tafelpoten, hij lag altijd aan onze
voeten en in mijn poppenhuizen kwam

menige bezoeker die afweek naar de huiskamer. Ook ik lag op mijn
buik en speelde. En onze vader las, liet zijn

bril bovenop zijn hoofd liggen en het boek open op tafel en wij
kwamen daarlangs, op zoek naar de koekjes in de open schaal.