Verkreukeld opstaan, een zoemgeluidje achterna dat de hele nacht
al ergens in je oor zit, deuren wijder open, alle

beesten de vrijheid gunnen, dan jezelf. Een droom waarin letters
verkeerd om komen te staan maar wat is de

goede kant boven en de strenge leraar van toen zien die schrijven
boven het echte leven plaatste waar je niet

aan mee hoefde te doen zolang je maar geen geldzorgen had, in je
lange haar sidderaaltjes van de vlechten waarmee je

sliep, een conclusie al dromend trekken. Niets is echt gebeurd natuurlijk,
ook niet als het zwart op wit staat en de pennen

schreven toen nog in het groen en het lichte blauw dat verkleurde in
het zonlicht, er waren slotjes met sleuteltjes en kaftjes

van stof waarover je, met kippenvel, vingers trok naar de uitgang,
wakker worden met het insect geplet onder een handdoek.