Was er maar een foto van dat stapeltje papier op zijn keukentafel,
bijeengehouden met een paperclip, een pen er

bovenop, bestond er maar een bewijs van mijn aanwezigheid, een
herkenbaar handschrift, een kring op de tafel

van mijn glas, een oorbel aan de lamp slechts, wiegend nog op de
cadans van zijn driftig stappen. En dat sieraad

kan wel van iedere vrouw geweest zijn zoals elke holte in een kussen
of het hartje van lippenstift op de badkamerspiegel.

En was er maar een foto, een slechts, van hemzelf, met in zijn hand
nog een sigaret, een ketting om zijn nek, een bleke

glimlach en haren langszij, zwart nog zoals zijn leren jasje of een heel
klein briefje ergens, hing hij nog maar tegen

mijn ruwe wanden en bewoog hij nog maar bij elke zucht. Was hij nog
maar in deze wereld en dichterbij, zoals toen.