Ze telt de dagen af op haar vingers en zet elke ochtend de wekker
die met ouderwetse geklingel haar wakker moet

maken, ze legt voor elke dag haar kleren over de stoel, alvast de
schoenen eronder maar nog steeds is ze te laat voor

haar afspraken, vergeet ze een vestje, de band in haar haar en het
lijntje om haar mond en blijft ze wat afwezig en

nog niet helemaal helder, wat traag en besluiteloos. Vroeger porde
hij haar en hield hij het overzicht en stapte ze in zijn

spacewagon naar elke deal die hij gesloten had, keurig in het pak
en bij de nazit hieven ze het glas en giechelden over de

winst en hoe snel iemand te bedotten was, het voelde altijd als een
gemene streek en toch was het leuk. Ze praat nog steeds

tegen hem en net als toen zegt hij niet veel terug. De auto staat nog
op het pleintje alleen kan zij niet rijden, nooit geleerd.