De ogen even dicht, op de voeten van voor naar achteren leunend,
tastend naar het instrument, en dan de ogen weer

open en de woorden lezend, de armen vrij om alles te beklemtonen,
het pak strak en zwart. Ik begrijp er niets van,

zegt een toehoorder later, maar wat was het mooi. Een ander vraagt
waar hij het kan nalezen, of kunnen we het

nog een keer horen? Er zat ritme in, zegt hij, en die bovenaardse klank,
maar de vorige keer was het toegankelijker.

Even schuiven we bij elkaar en praten we over aanraakbaarheid en
wat dat nu betekent bij een goed gedicht, misschien

moeten we er niet zo hard over nadenken. Het gaat om de liefde, roept
iemand vanaf het podium, en bij de laatste man is het

muisstil onder het publiek, ook hij doet zijn ogen dicht en dan zingt
hij, teder en ijl, zwevend over onze hoofden heen.