Soms komt in een droom iedereen en alles voorbij. De hartstocht, de
vergissing, het heimwee, de lente en een uitbundig

publiek dat zelf met de tafels sleept en eten meeheeft voor een heel gezin.
Soms ook zit daar zomaar mijn moeder tussen of een

kind, ze zingen mee en sluiten zich aan bij de buren en ze willen altijd
meer. Ongezien kunnen we tussendoor naar het toilet,

even zoenen met een vriend, extra stoelen dragen en zes seconden buiten
frisse lucht halen waarbij we dan slalommend langs de rokers

moeten, de marktkoopmannen, losse honden en objecten die we niet tegen
willen komen, buik inhoudend. Soms gaat het gesprek

zo soepel en snel dat iedereen ons hoort, soms moeten we schreeuwen en
altijd weer is er die man die niet van rijmen houdt,

de oom wiens blik naar beneden zakt, het liefje dat maar niet wijken wil
en een verdwaalde ziel die belooft volgende keer echt te komen.