Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: mannen (pagina 1 van 15)

de gewenste positie

Het onderwerp is uitgesleten zoals de handeling, glad als
een steen die te lang onder een miezerend straaltje

water heeft gelegen, met eenzelfde lichte glooiing waarmee
de rug overgaat in de bilpartij. Om te strelen

zo mooi en toch niet meer de begeerte opwekkend die het
vroeger deed. Ze ligt daar maar. Anderen

zien haar eerder, niet dat hij niet kijkt maar op het netvlies
staan voorgangers en niet eens keurig op een

rijtje en wat doet buurvrouw K. daartussen, zijn moeder of
het meisje in de melkwinkel van D., die nu

natuurlijk allang dood is. Alleen die beelden blijven, hij
schat zichzelf veertig of misschien twintig, kijk

hij had nog die enorme krullen en let op dat nonchalante
waarmee hij op haar ligt alsof ze er altijd zou zijn.

met tegenzin

Het weer is te slecht, zei ze, je kunt beter daar blijven terwijl
het koud noch nat was, niets dreigde, de lucht zelfs

bedrieglijk leeg en zij een zomerjurkje droeg waarin nauwelijks
nog de kreukels, ze had alleen maar

het hoofd hoeven uitsteken en door de opening om in de stof
te glijden die dansend langs haar ging. Hij

zei niets. Er zou altijd een waarschuwing volgen zoals moeders
die maken of de man op de radio die waterstanden

opdreunde, filevorming, omleidingen en hoe hoog de maan en
hij zou iedere keer rekening houden met

de temperatuursomslag in haar lijf. Zij nam een vest uit de kast
en deed alsof het herfst was, ze droeg binnenshuis

een muts, ze stapte in laarzen rond alsof de zondvloed gekomen
was terwijl hij op het droge naar de zwaluwen keek.

alleen maar jassen

Denkend dat hij goed voor me is, herhaalt hij dat ik goed
voor mezelf moet zijn, wie doet het anders,

roept hij. Ik dacht nou ja, misschien, jij. Terwijl hij adviseert,
samenvat alvorens ik uitspreek,

onderbreekt alvorens ik durf, lopen de tranen over mijn
wangen, leun ik tegen het

zachte van mijn stoel, donker al, naakt in al mijn zijn, zoveel
herfst buiten, zoveel bladeren onder mijn

slippende hak, zoveel eikels onder de fietsband, wegspringend
ploffend, takjes waar ik schrikkend overheen ga.

Ik loop naar de kapstok, trek mijn jas aan, vochtig nog en
stop bijna mijn blote voeten weer in de laarzen,

durf ik dag te zeggen en weg te gaan, zegt hij dat ik duidelijk
moet zijn in mijn afspraken, alle.

eerste woorden

In de droom zei ik dat je me toch alles kon vertellen, ik
rende naar het toilet en braakte alles uit wat me

dwarszat, ik kom met de Jaquar, zei hij en parkeerde een
roze Cadillac in een bos waaraan ik nauwelijks

ontkwam, bomen bemoeiden zich met het leven, bogen
ver over me heen, rennend verschuilde ik

me in een smal huis waar alleen maar jassen hingen, een
vreemde op een smalle bank, ik had een kind

en waar was het, er was iets vreselijk mis en hij zei me
niets. Later was de ruimte gevuld met

jongens van zijn leeftijd, allemaal naakt en dampend warm,
ik verlegen keek uit het raam of iemand me dan

nog niet ontdekt had, de bomen hadden zich versmald tot
keurig rechte lijnen in een tekening.

pijnlijk ernstige bedoelingen

De oude dichter zwaait met het mes terwijl hij uitroept
weer te zullen gaan schrijven, hij dreigt met

scherpe woorden alvorens hij zijn hand richting de taart
beweegt en mij met precieze beweging

de kleinste punt snijdt, in die paar minuten overweeg ik
hoe te vluchten, ga ik rechts of links, onder

hem door of over de tafel, neem ik de lelies mee die de
geur van dood begeleiden, het restant

misschien van dat gebak, wat een voordeel dat ik de woning
ken, vergeet ik niet mijn tas en zal ik nu echt

niet meer terugkomen en gooit hij het werktuig in de afwas,
balanceert met schoteltjes en slagroom en

termen als ‘vers’, ‘ego’ en ‘krakend helder’ waarbij we
tegelijkertijd proeven en bevestigend knikken.

monsterlijke kleinoden

Het zich aanbieden blijft: soms geheel in stijl en totaal
overtuigd, soms als achtergebleven gebaar,

een toetje dat ver na houdbaarheidsdatum achter uit de
koelkast komt. Vaak op kniehoogte, dan

weer groter dan tevoren, eerst na een grapje, later uit
pijnlijk ernstige bedoelingen, berekend

en uit angst voor bederf. Altijd is afwijzing inbegrepen,
onderdeel van het herhalen, deel van

het vrede stichten, aanslag op de lepel die als laatste in
een rommelige bestekbak opgetild met

kracht de zoete inhoud splijt, bergen waartussen een
straaltje saus zich voordoet als bron, en

voor de open mond zich omdraait en sporen trekt over
een verbaasd gezicht dat zich later likt.

een kwestie van voorbereiding

Dit keer zijn er beelden die beschadigd langs de kant
staan, sommigen onder een papieren zak,

schuifelend trekken we langszij. Gemompel van ontevreden
mensen, duwen in de rij, verdacht vaak

droom ik tegenwoordig over hem, en ja hoor, hij staat vooraan,
traag beweegt hij met de stroom mee. Om hem

te volgen moet ik op mijn tenen staan maar misschien was
dat wel niet de bedoeling. Zou je aan zo’n

zak mogen trekken? Liggen er brokstukken op de vloer?
Mag ik de stoet verlaten? Later loopt hij

langs het strand en zegt het zo prettig te vinden dat we zwijgen.
Ik krijg een hand bij het beklimmen van

de langgerekte trappen, slagroom op mijn koffie, er zijn geen
vragen over wat ik nu precies met kunst doe.

die passanten

Dit keer zaten we aan een klein tafeltje waarop de glazen
thee botsten tegen de papieren, de schermpjes,

het bakje met chocolaadjes, de meisjes die af en toe kwamen
vragen of alles naar wens was, hadden we

niet nog iets nodig, en vielen de geheimen tussen een hard
werkende nors kijkende jongen, twee Engels

sprekende stelletjes, een moeder op leeftijd die een glossy
las aan de leestafel en een broer en zus die druk

overlegden welke workshop ze op hun laatste vakantiedag
zouden doen. Het was alsof de site al in de lucht

was en iedereen mee kon kijken, misschien een vertaling
vroegen de toeristen, misschien wat meer foto’s

zei de moeder, kunnen wij dat ook leren opperde de familie
maar de jongen vertrok en liet zijn bestelling staan.

te doen wat een ander doet

Zet tien mannen in het tuintje hierachter en geef ze
een krat bier, een barbecue, open deuren,

hitsingles uit een vorige eeuw en sigaretten, of nee,
zet ze meteen in mijn huiskamer, na

een paar uurtjes brullen ze de teksten mee, steken
vuurwerk af, er zijn drie kratjes natuurlijk,

er is iemand jarig, er is altijd iemand jarig. Eentje
heeft er succes: dit huis, deze betegelde

binnenplaats, de scooter, een snoer lichtjes boven
zijn hoofd, negen vrienden. Ze sluiten

me in, scanderen leuzen, stinken vreselijk, proosten
opnieuw. Ik heb niemand uitgenodigd

maar dans een polonaise, draag een Hawaii slinger
boven mijn open hemd en boer.

ochtenddauw

We hadden bijnamen en codes, afgesproken tekens
en gesprekken zonder locatie, we knikten

instemmend terwijl we niets zagen dan elkaar, halve
gesprekken met de ander, er waren

pakketten van mijn moeder, zei ik, brieven van een
schoolvriendin, mijn parfum was

de geur van de kat, alles leek een overgebleven en
onbeperkt houdbare voorraad. Er was

een oproep in de nacht, ik wist toch dat ik terstond
moest komen, een kind met een nachtmerrie.

De ochtend was verloren, er bleek een nijpend tekort
aan alles, er werden familieleden vermist,

een brief verbrand, de kat kroop onder de vloer maar
de belofte bleef: de hitte was verzengend.

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑