Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: mannen (page 1 of 17)

symbolen uit een andere tijd

Met zijn bril op tafel huilt hij zonder geluid te maken, wrijft
in zijn ogen, laat het haar vallen, kijkt mij aan terwijl

mijn armen te kort blijven, mijn lijf keurig rechtop. Ik heb geleerd
niets te bevestigen, niet dit verdriet, niet dit zijn.

Chronologisch, zeg ik en dwing hem het verhaal af en het duurt
lang voordat hij bij haar uit bed valt, haar lijf

koud. Hij huilt niet om wat er gebeurde maar om wat hij niet deed.
Hij had nog, en dit en dat en hij heeft nooit en

niet voor haar is dit schuldgevoel maar voor zichzelf. Ik vertel hoe
ik bij mijn stervende mamma in bed kroop, een

vogeltje in een roze dekentje, dat helpt, of hoe ik nu veel vaker aan
mijn vader denk dan daarvoor. Later pas

herinner ik me welke mannen nog meer huilden en waarom en of
ik meer vormen van geruststelling kende dan dat ene.

boven de rest van de wereld

Op een dag zat hij aan tafel en wees naar de kast er tegenover,
de deur piepte en ik liet de inhoud zien. Een van

de schriftjes nam ik uit de volgorde en hij las voor, jaartal niet
noemend, wel de onrust die ik ervoer. Zijn

grote hand lag op mijn woorden zoals die op mijn arm lag of
op mijn rug, licht duwend, en zijn mond bewoog

even traag als bij het afscheid nemen. Dan bladerde hij verder
en nam nog een zin en pakte ik uit de volgende rij

een ander exemplaar. Hij at nooit aan die tafel en nam nooit
plaats tussen anderen en ook zei hij nooit

of iets goed was of af, de stem bleef van eenzelfde diepte. Het
leek alsof hij samenvatte wat een leven lang

onzegbaar bleef. Dan stond hij op en leek groter dan anders,
bewoog die hand en die mond en liet de deur open.

dat bijna te lang durend moment

Het was beslist geen zweven, toch zat er even uitstel in de
beweging alsof inderdaad nagedacht was of moest

worden, de handen geplaatst konden en het gezicht afgewend
en de ogen gesloten, dat vooral. Van te voren

leek er een lasso geworpen om de benen, de rest nog vrij maar
niet meer in staat tot, en alles kwam met een

enorme klap zo onder mijn raam terecht terwijl toch gewoon
de voordeur genomen was, keurig afgesloten.

Een man kwam aanfietsen en zei dat ze niets aan hem had, hij
bleef staan zonder af te stappen en had het over

gebrek aan diploma’s maar ze kon beter haar broek uitdoen,
dat wist hij wel. Zou u denken, zei ze nog, verlegen

met de situatie. Ze was al opgestaan, controleerde in gedachten
alle onderdelen en groette hem. Ze fladderde.

hoe ik mezelf moet terugvouwen

Dames de B. en Z. zitten in de hal al te wachten, handen in hun
schoot. Mevrouw de B. zou later zeggen dat ze geen

idee had waarop maar ‘zij daar’, wijzend op mevrouw Z., nam
haar zomaar mee en gelukkig ook maar, stralend heeft

ze het over gezelligheid en de enkele goede dag die ze heeft,
vandaag! Na een kwartier moet ze huilen, het

is allemaal niet meer zoals het was en dat gaat gepaard met lange
uithalen, open mond en wegzakken in haar stoel.

Je moet je focussen, zegt mevrouw K., op dat wat wel leuk is en
dat doet de hele groep, ogen bijna dicht of priemend

in mijn open boek en ik doe natuurlijk hetzelfde. Het zijn mijn
vrienden geworden, ze kennen mijn vader, de heer

T. weet zelfs hoe het huis eruit zag waarin ik woonde voordat
ik dat deed en mevrouw V. deelt met mij haar kind.

soms valt er iets uit een oor

Dat ‘blijf’ te horen en dat zachtjes trekken aan mijn lijf zodat
ik achterover val en terug, eerst het haar, dan

de rest, daarna het uitzicht door de open gordijnen. In het donker
oplossen, de ochtend weg, de droom opnieuw.

Er hangt een naam tegen de winkelpui, oranje papier met grote
letters achter plastic, meerdere namen met

opdrachten daaronder. Hij moet eerst zijn shirts halen, de straat
is lang, er lopen veel mensen. Ik hoef niets, er

verregent een belofte, hij verdwijnt. Zijn hand ligt later op tafel,
los zomaar, hij moet stoppen met nagelbijten, ik

leg mijn hand bovenop, er volgt geen arm, hulpstukken zijn we,
zo goed als echt nagemaakt. Opstaan was

beter geweest, weggaan ook. Niet zachtjes maar nadrukkelijk
zoals een slaande deur, de bel van de winkel rinkelt.

bij hem ook

Voor de telefoon was in zijn zwembroek nauwelijks plaats en
bovendien kon hij zo niet gaan zwemmen, er

verschenen bobbels op vreemde plekken en hij moest nu juist
niet gaan opvallen, zodoende waren er uren

verstreken alvorens hij haar kon berichten. Ze moest dat toch
begrijpen. Bij haar lag dat ding gewoon

op tafel, ze had minder verplichtingen dan hij, zo was dat nu
eenmaal. Op het toilet had hij soms een haastige

boodschap ingetoetst, zijn darmen speelden op, en ook wel na
de maaltijd als de kinderen even loom als hun

moeder in de hangmatten lagen en zachtjes wiegden, eten in de
zon maakt moe. Zij verzonnen sprookjes, hij

leefde er een, nou ja, tussen bepaalde tijden dan. Het werk ging
altijd door. Zo noemde hij de ander: werk.

met opengedraaide ramen

Als een nieuwsgierig kind komt hij heel dicht naar de lens en
kijkt, bijna scheel, mijn wereld in. Hij trekt haar

met zich mee en grijnst. Ik kan sproetjes tellen en zien hoe haar
wenkbrauwen smalle getekende streepjes zijn,

haar lippen bijgevuld zijn en getuit voor een oranje kleur die
het gezicht geel maakt. Bij hem ook. Er is iets

ondefinieerbaars veranderd en het duurt lang alvorens ik hem
terugvind, ik neig een stapje achteruit te doen,

een terras in de zon, het centrum van Z., weinig verkeer, een
blaffende hond, waarschijnlijk staat haar

gelaarsde voet op een riem van een klein opgewonden harig
accessoire, ligt er een peuter te slapen in

een hete auto op het dorpsplein, is ze vergeten de ramen open
te draaien, heeft ze hem dat allemaal niet verteld.

zestien minuten

Zomaar lag ze daar, hij wist niet meer of hij haar uitgenodigd
had en ook niet of het de bedoeling was, dat

liggen en daar en zomaar. Misschien dat als je de lakens verschikte
je haar niet meer zag, dat je zelfs even

terugdacht aan die keren dat je gespijbeld had en je kussen onder
je deken had verstopt en je jas en nog wat troep zodat

het leek alsof je nog sliep. Misschien dat bezoek zou denken dat
hij opnieuw een hond had aangeschaft die nu

op het lekkerste plaatsje lag, warm nog, misschien dat hij zelf zou
gaan denken dat het zo hoorde, uiteindelijk.

Nu ze er was, ging hij wat opruimen, een eitje koken, echte koffie
maken, ook koos hij wat muziek en af en toe

liep hij terug naar haar om te kijken of ze nog wel leefde. Aanraken
deed hij haar niet. Hij zat aan tafel en wachtte.

het feestartikel

Hij staat op de vluchtheuvel bij het kruispunt waar iedere fietser
door het rode licht rijdt en draagt een nauwsluitend

blauw pak met capuchon die half over zijn gezicht valt en roept
oi als ik voorbij kom en ik kijk om, schrik, en kijk

weer voor me en denk dat kan niet want hij is dood en ik hoor
mezelf roepen, geen oi maar iets veel harders, ik

heb mijn moeder nodig, nu! Dat hij dood is, goed, maar dat hij
daar nu staat in dat enge pak dat als plastic blikkert

en over zijn hoofd gegoten lijkt, dat oi, dat omkijken van mij!
Mijn moeder reageert evenwel niet en de nacht

is te warm om weer in slaap te vallen. Ze zou gewoon langs
kunnen komen hoewel misschien van de

andere kant en mijn vader zou hinderlijk claxonneren en zonder
meer de stoepen nemen, het blauw zou zich uitspreiden.

vertrek en vakantiebestemming

Alvorens te gaan, de ochtend vroeger dan anders, dronk hij
zijn koffie op de rand van het bed. Hij droeg alleen

zijn overhemd, blijkbaar wist hij van de files onderweg en
hoe hij mij instoppen zou, opnieuw. Dan vertrok

hij te laat, zij vloekte door de telefoon, ik mocht niet zwaaien
en bij de volgende bocht piepte het mobieltje

een spoedige terugkomst en dat ik maar moest genieten vandaag.
De herhaling was nooit een bezwaar, het

genot altijd even groot, de morgen zonnig, ik kon er een boek
over schrijven. Zoals iedereen zei hij dat hij

vereerd was, als hoofdpersoon en door die bepaalde rol, maar
lezen was lastig als het in het donker moest, het

licht van het apparaat maakte anderen wakker, bovendien kon
hij zich niet herinneren dat het zo gelopen was.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑