Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: mannen (page 1 of 15)

een belofte tot beterschap

De taalvaardigheid die een recensent noemt, is niets meer dan
de poging die ik jaren geleden deed zijn beste en

enige vriend te winnen voor het leven. Eindeloos lang berichtte
ik hem vanaf mijn buik en uit mijn bed de redenen

door te rijden, hij was er bijna, het lijk van zijn vrouw leek nog
op de leren achterbank te liggen van zijn bolide,

de kinderen ontroostbaar plaatjes plakkend op de zijramen, de
tegenliggers tellend, toeterend, ontwijkend, de

bergen hoog, de dalen gevaarlijk daarnaast. Uren praatte ik in
op zijn onwilligheid, zijn hardheid, blinde vlek

en blaffende hond, daar leer je van te schrijven, niets had te maken
met de vorm waarin. Ik was bloot en lag hem te

verlangen, hij was onderweg en wilde niets. Zo ontstond het rijm,
afwezig voor de lezer, slechts een behoefte van mezelf.

een bevroren houding

Het is haar foto, ze heeft hem laten kijken naar een het vogeltje
maar dat vloog blijkbaar de verkeerde kant op, ze

weet niets van rechte horizonnen of andere juiste verhoudingen,
waarschijnlijk lacht ze zelf wat dommig of

steekt haar duim op, nagels puntig en lang en roze. Hij kijkt mij
niet aan, gelukkig ook maar. Ze heeft het

kraagje onder zijn trui omhoog getrokken en toen over de rand
gevouwen zoals ze hem uit een vreselijk verhaal

heeft gered en rechtop heeft gezet, hij was werkelijk in een zeer
slechte staat toen ze hem aantrof maar kijk nu

eens. Allemaal haar werk, ook die belabberde kleurkeuze, die
achtergrond, zelfs die vogel. Ik herinner me dat ik

bovenop hem zat en zijn pupillen donker werden terwijl de rest
vervaagde en tot honderd telde voordat hij kwam.

het snoer lichtjes

Omdat het Kerst is, gaat hij met haar mee naar het zaaltje waar
ze met haar vriendinnen vaak wegdroomt boven

de beelden uit andere verhalen, heel verstandig alleen maar
tussen half drie en vijf, en stelt zich, net zoals zij,

tien minuten voor aanvang in de rij en schuifelt dan voor de
beste plaats langzaam naar boven om ook, nog

voor de aftiteling begint, in het donker zelfs, af te dalen en de
beste plek aan de bar te bemachtigen want het drankje

na afloop is gratis. Het enige wat hij fout doet, is een kort
gesprekje aanknopen met de vrouw naast hem die

heus niet bij haar vriendinnen hoort, ze is zelfs wat ordinair
en er kruipt een tattoo onder haar hals vandaan en

hij lacht om haar, dat kost hem zijn toetje en nog wel een heel
bijzondere want het is Kerst tenslotte, slagroom!

de gewenste positie

Het onderwerp is uitgesleten zoals de handeling, glad als
een steen die te lang onder een miezerend straaltje

water heeft gelegen, met eenzelfde lichte glooiing waarmee
de rug overgaat in de bilpartij. Om te strelen

zo mooi en toch niet meer de begeerte opwekkend die het
vroeger deed. Ze ligt daar maar. Anderen

zien haar eerder, niet dat hij niet kijkt maar op het netvlies
staan voorgangers en niet eens keurig op een

rijtje en wat doet buurvrouw K. daartussen, zijn moeder of
het meisje in de melkwinkel van D., die nu

natuurlijk allang dood is. Alleen die beelden blijven, hij
schat zichzelf veertig of misschien twintig, kijk

hij had nog die enorme krullen en let op dat nonchalante
waarmee hij op haar ligt alsof ze er altijd zou zijn.

met tegenzin

Het weer is te slecht, zei ze, je kunt beter daar blijven terwijl
het koud noch nat was, niets dreigde, de lucht zelfs

bedrieglijk leeg en zij een zomerjurkje droeg waarin nauwelijks
nog de kreukels, ze had alleen maar

het hoofd hoeven uitsteken en door de opening om in de stof
te glijden die dansend langs haar ging. Hij

zei niets. Er zou altijd een waarschuwing volgen zoals moeders
die maken of de man op de radio die waterstanden

opdreunde, filevorming, omleidingen en hoe hoog de maan en
hij zou iedere keer rekening houden met

de temperatuursomslag in haar lijf. Zij nam een vest uit de kast
en deed alsof het herfst was, ze droeg binnenshuis

een muts, ze stapte in laarzen rond alsof de zondvloed gekomen
was terwijl hij op het droge naar de zwaluwen keek.

alleen maar jassen

Denkend dat hij goed voor me is, herhaalt hij dat ik goed
voor mezelf moet zijn, wie doet het anders,

roept hij. Ik dacht nou ja, misschien, jij. Terwijl hij adviseert,
samenvat alvorens ik uitspreek,

onderbreekt alvorens ik durf, lopen de tranen over mijn
wangen, leun ik tegen het

zachte van mijn stoel, donker al, naakt in al mijn zijn, zoveel
herfst buiten, zoveel bladeren onder mijn

slippende hak, zoveel eikels onder de fietsband, wegspringend
ploffend, takjes waar ik schrikkend overheen ga.

Ik loop naar de kapstok, trek mijn jas aan, vochtig nog en
stop bijna mijn blote voeten weer in de laarzen,

durf ik dag te zeggen en weg te gaan, zegt hij dat ik duidelijk
moet zijn in mijn afspraken, alle.

eerste woorden

In de droom zei ik dat je me toch alles kon vertellen, ik
rende naar het toilet en braakte alles uit wat me

dwarszat, ik kom met de Jaquar, zei hij en parkeerde een
roze Cadillac in een bos waaraan ik nauwelijks

ontkwam, bomen bemoeiden zich met het leven, bogen
ver over me heen, rennend verschuilde ik

me in een smal huis waar alleen maar jassen hingen, een
vreemde op een smalle bank, ik had een kind

en waar was het, er was iets vreselijk mis en hij zei me
niets. Later was de ruimte gevuld met

jongens van zijn leeftijd, allemaal naakt en dampend warm,
ik verlegen keek uit het raam of iemand me dan

nog niet ontdekt had, de bomen hadden zich versmald tot
keurig rechte lijnen in een tekening.

pijnlijk ernstige bedoelingen

De oude dichter zwaait met het mes terwijl hij uitroept
weer te zullen gaan schrijven, hij dreigt met

scherpe woorden alvorens hij zijn hand richting de taart
beweegt en mij met precieze beweging

de kleinste punt snijdt, in die paar minuten overweeg ik
hoe te vluchten, ga ik rechts of links, onder

hem door of over de tafel, neem ik de lelies mee die de
geur van dood begeleiden, het restant

misschien van dat gebak, wat een voordeel dat ik de woning
ken, vergeet ik niet mijn tas en zal ik nu echt

niet meer terugkomen en gooit hij het werktuig in de afwas,
balanceert met schoteltjes en slagroom en

termen als ‘vers’, ‘ego’ en ‘krakend helder’ waarbij we
tegelijkertijd proeven en bevestigend knikken.

monsterlijke kleinoden

Het zich aanbieden blijft: soms geheel in stijl en totaal
overtuigd, soms als achtergebleven gebaar,

een toetje dat ver na houdbaarheidsdatum achter uit de
koelkast komt. Vaak op kniehoogte, dan

weer groter dan tevoren, eerst na een grapje, later uit
pijnlijk ernstige bedoelingen, berekend

en uit angst voor bederf. Altijd is afwijzing inbegrepen,
onderdeel van het herhalen, deel van

het vrede stichten, aanslag op de lepel die als laatste in
een rommelige bestekbak opgetild met

kracht de zoete inhoud splijt, bergen waartussen een
straaltje saus zich voordoet als bron, en

voor de open mond zich omdraait en sporen trekt over
een verbaasd gezicht dat zich later likt.

een kwestie van voorbereiding

Dit keer zijn er beelden die beschadigd langs de kant
staan, sommigen onder een papieren zak,

schuifelend trekken we langszij. Gemompel van ontevreden
mensen, duwen in de rij, verdacht vaak

droom ik tegenwoordig over hem, en ja hoor, hij staat vooraan,
traag beweegt hij met de stroom mee. Om hem

te volgen moet ik op mijn tenen staan maar misschien was
dat wel niet de bedoeling. Zou je aan zo’n

zak mogen trekken? Liggen er brokstukken op de vloer?
Mag ik de stoet verlaten? Later loopt hij

langs het strand en zegt het zo prettig te vinden dat we zwijgen.
Ik krijg een hand bij het beklimmen van

de langgerekte trappen, slagroom op mijn koffie, er zijn geen
vragen over wat ik nu precies met kunst doe.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑