Twee keer per jaar droomt hij hetzelfde, zegt hij. Iets van iets
willen en moeten doen maar niet kunnen.

Verbaasd luister ik. Zoiets gebeurt toch elke nacht, denk ik maar
hij is trots op zijn ritme en herinnering en dus

zeg ik niets. Hier lag het middelste en grootste kind als een baby
tussen twee bedden geplet en was ik bezig

hem te bevrijden ondertussen het telefoonnummer opzeggend van
mijn ouders die natuurlijk niet opnamen.

Zo wist ik ook het nummer van de grootste lief nog en zijn postcode
hoewel we daar nooit iets mee konden, de klantnummers

van de boeren uit de directe omgeving, de hoeveelheid koeien die
zij bezaten en kinderen maar ondertussen bleef

mijn middelste in het midden steken. Hij huilde overigens niet en
bleef tevreden kijken, dat scheelde natuurlijk.