Waar de een alvast een vestje draagt, geeft de ander uitzicht op
blote tenen onder een korte broek, zegt de een

uitstekend op de vraag of het goed gaat, vertelt de ander tot in
detail het ongemak, daar danst iemand de zaal in

terwijl een ander met twee stokken en nog een arm met moeite
schuifelt, maakt hij of zij kennis met zijn

buurman en houdt een ander stoïcijns de mond, iemand bijna in
tranen en iemand die lacht, na afloop allemaal

gezellig nazittend en tevreden constaterend dat ze in een andere
fase zitten, een heel andere gelukkig.

Er wordt ook gezoend, gesnoept en gedronken, afgesproken met
elkaar naar huis te gaan en morgen terug te komen,

de een doet het vestje uit en de ander gauw een lange broek aan
en sokken terwijl zij nog droomt van wiebelende tenen.