Onze moeder was het weerbericht, haar turende blik naar de maan,
het heen en weer lopen langs de ramen, door

de tuin, de kleding die ze voor ons klaarlegde, haar fluisterstem en
haar waarschuwing, en ze had altijd

gelijk. Veel minder bedreigend dan de codes geel of oranje van nu
en de weerkaarten waarop de wolken met het uur

schuiven over dit stukje land en alle appjes of iedereen binnen is en
veilig en hoe ons hitteplan eruit ziet. Alle ouderen

met hun voeten in een badje en vooral veel bomen onderweg terwijl
op een schoolplein meestal nog geen schaduw is,

een paraplu voor alle rechte nieuwbouwwijken waar het plan groen
nog niet aanslaat en het drinken van water vooral.

Het was onze vader die al die berichten bespotte, er was nu eenmaal
niets waarop je je kon voorbereiden, dacht hij en zo was het.