Slakken op het pad, druppels aan de bomen, een geur van bijna
bij een weiland zijn, een veldmuisje bij een tegel,

een wegwerker die snel zijn gulp dichtritst en uit een bosje stapt,
een spoortje rook uit een machine, een

wegafzetting, kerende auto’s, herten met een gewei tegen de stam
van bomen, een vogel die tekeergaat,

een vrouw in joggingbroek over de begraafplaats, een gesprek over
uitstel of vergeving, bloemen op een muurtje,

een leeg huis met de deur open, een sliert kinderen waarvan de derde
in een plas springt, een bestelbusje met taart

achterin, een nat bankje, twee natte bankjes, een hand van iemand,
de telefoon op stil, een bushokje vol ongeduldige

mensen, een klok in de verte, het land begrensd, iets van herfst en
zomer tegelijk en alle bloemen in mijn moeders tuin.