Het is een zwartwit foto maar de kleuren van haar jurk zitten in het
geheugen, passen zowel in deze tijd als daar, haar

armen bruin van de zon uit de blote mouwen en haar blik schuin
naar mijn broertje die door het rietje zijn zomers

drankje drinkt. Het was een terras boven een stad, een helling van
11 procent die mijn vader graag nam en waarbij hij

terug de motor uitschakelde en wij onze adem inhielden, zij vooral,
en obers drentelden achter haar en schoven haar stoel

aan en hielden even de camera vast. Ze draagt een zonnebril en het
haar kort en drinkt haar koffie heel sterk, haar armen

in haar schoot, boven op het tasje, denk ik, tot ze weer een slokje neemt.
En ergens daar, aan de andere kant, draag ik het zachtblauwe

BB-ruitje, het handwerk van haar, en wil ik ook zo’n coole bril en
weer heel veel later, zo’n prachtige jurk en die bruine armen.