Het is zowel ontluisterend als ontroerend de mens te zien in zijn
warmte, met te grote blote delen en een
onwennigheid die in stroompjes van zijn voorhoofd loopt, botsend
tegen de ander en luid pratend, plomp en maar
zo zelden aantrekkelijk, voorbij trekkend in stromen van ongekende
hoeveelheid terwijl we zelf met bedekt lijf aan
de zijkant zitten, bijna alsof we hen tellen, onszelf beschermend tegen
deze inmenging, die sterker is dan de stralen van
de zon en waartegen we ons nauwelijks kunnen verweren. Beschut
door parasols en de bekende attributen, de kerk voor
ons, het kind tegenover ons, de maaltijd tussen ons in, het gesprek
steeds weer opnemend, een zuchtje wind in onze
richting, een hand in haar nek, de sproeten op haar arm, de pet op
tafel, de zonnebril eronder, nooit wijzend ontgaat ons niets.
Reacties door alja
vaak ongewild
dank Frank
het verkeerde perkje
bij alles dat W. vertelt, zegt hij 'maak daar maar ...
hoe lief tegelijkertijd
dank Leonore
de 2e column voor de site van Pom Wolff
Hij is er nog, speelt piano en leest! Dank voor ...
mijn veiligheid
ik houd in alle opzichten meer van het suggestieve, x