Op de hoek van de straat staat lang een man in regenjas, af
en toe doet hij drie stappen voor- of achteruit,

soms houdt hij een mobieltje tegen zijn oor, hij zwaait als er
een auto van het parkeerterrein vertrekt en hij

gluurt soms door het beneden raam. Het is alsof zijn vriendin
het uitgemaakt heeft of zijn moeder dood achter

haar voordeur ligt, hij zich vergist heeft in het huisnummer en
de hele afspraak. Zodra er iemand het pand verlaat,

kan hij naar binnen glippen maar dat doet hij niet, hij zou op
het gras kunnen gaan zitten en zijn jas kunnen

uitdoen maar dat doet hij niet. Na uren vertrekt hij. De klus
zit erop, misschien werd hij per dagdeel betaald,

een hond neemt zijn plek in, snuffelt wat rond, tilt zijn poot op.
Het was in ieder geval veel te warm voor een jas.