Ze stift haar lippen in een hartvormpje, spuit haarlak rond haar hoofd,
zet haar bril er halverwege op en snoert haar regenjas
aan, ze draagt al jaren hetzelfde uniform, zomer en winter. Ze zit keurig
recht op haar fiets en kijkt niet op of om, ze zien haar
aankomen, ze houden in, ze sparen haar. Boodschappen in het mandje
voorop, portemonnee in de jaszak. Haar naam nog
een verkleinwoordje van iets liefs, iets dat een pappa zegt alvorens hij
haar op het voorhoofd zoent, iets dat ook te schreeuwen
valt als iemand boos op haar wordt. Haar echtgenoot schreeuwt graag.
Maar altijd is daar het hartje van haar mond, feloranje
dat nauwelijks opengaat en terugroept. Vandaar dat hij soms probeert
het eruit te slaan want er moet toch iets binnenin zitten.
Toch zit ze de volgende dag weer op die fiets, keurig rechtop. Alleen bij
het opstappen verraadt haar stijfheid die grote blauwe plek vanbinnen.
Reacties door alja
vaak ongewild
dank Frank
het verkeerde perkje
bij alles dat W. vertelt, zegt hij 'maak daar maar ...
hoe lief tegelijkertijd
dank Leonore
de 2e column voor de site van Pom Wolff
Hij is er nog, speelt piano en leest! Dank voor ...
mijn veiligheid
ik houd in alle opzichten meer van het suggestieve, x