Weet u, zegt de man op het scherm voor me op tafel, dat met u
honderdduizenden mensen hetzelfde doen elke morgen,

dit moment? En meteen blijf ik liever stijf en stram dan nog iets
te bewegen en zeker niet op hetzelfde ogenblik

en beslist niet onder aanmoediging van hem. Vooral het kinderlijk
enthousiasme stoort me, de stem die

af en toe gek doet om ons zogenaamd te plezieren, het aftellen,
de duim omhoog en het wijzen op veiligheid vooral,

zorg ervoor dat u de ruimte hebt, blijft hij zeggen terwijl een ieder
zich stoot tegen deurposten, tassen, drempels

en vast ook de boodschappen van gisteren, het speeltje van een
kind, de schoenen van een hele week en bij het

honderdste naar boven komen licht dizzy neigt tot omvallen en
vooral blijven liggen terwijl hij nogmaals die duim laat zien.