Herfst, dachten de jongetjes, is iets dat we zelf maken.
Met bladblazers en mannen die bladeren prikken

aan stokken en ze vervolgens in grote zakken gooien,
met chocolade in de vorm van een

eikeltje, een oma die een hoop in de lucht gooit en dan
uitglijden over één blad, met laarsjes voor

de regen de ene dag en de andere nog zonder jas in de
zonneschijn, met donkere wolken en een

regenboog. We zijn niet van het uitleggen en we vinden
hun verklaring fantastisch maar ze luisteren

graag naar het verloop van het seizoen, de opvolging door
de winter, blijven steken op de slee en gaan

en passant met de uitgestorven dinosaurussen verder. Het
is S. die samenvat dat ik een oude oma ben die gewoon

mooi
kan
voorlezen.