De straten glimmen en de storing is weer opgelost, zegt het apparaat
terwijl we ons van niets bewust waren. Van een

beetje kou misschien, zwarte vogels op de waslijn en een gekras uit
hun kelen en de inhoud van de boeken die we lezen,

steeds dezelfde. Steeds mijn eigen handschrift dat voor me uit loopt,
genummerd in jaren en opnieuw geordend tot

hoge wankele torens. Je ziet er niets van als je de kastdeur op slot draait.
Laatst legde ik S. (10) uit wat via Keulen naar Aken

betekende en tikte tegen de glazen voor ons om het wat aannemelijker
te maken, waarom zou je, zei ik, van A naar B

gaan zonder D, F en H aan te raken, hij haalde zijn schouders op en zei
dat Keulen met een K begon en lachte.

Zoiets is het nu ook weer. Na twee regels heb ik eigenlijk genoeg maar
iets maant me door te gaan, klimmend tegen het wit.