Hij bedelt om een bezoekje, hij woont hier nu al drie jaar, zegt hij,
en niemand is nog geweest en hij heeft me nodig want
hij kan opeens niet meer typen en zo komt het boek natuurlijk niet
af. Soms belt hij daartoe zestien keer op een ochtend
en als ik opneem, is hij er niet, mijn batterij is leeg, zegt hij, ja, niet
die van mezelf hoor en hij gniffelt,
eigenlijk hoef ik niets te antwoorden want hij tettert er doorheen, hij
heeft zijn been gebroken, zegt hij en
gaat achteruit in plaats van vooruit. De grapjas van vroeger is ongewild
de grapjas van nu maar niemand lacht en het
bezwaart me, de zestien piepjes, dat gebroken been, dat niet meer kunnen
werken maar om hem te zien, om dat kapotte lijf te
zien of die heel oude huid, die verdwaasde ogen, ik kan het niet. Ik zie
hem zoals hij was en nooit meer worden zal maar zeg, ik typ wel.
Reacties door alja
vaak ongewild
dank Frank
het verkeerde perkje
bij alles dat W. vertelt, zegt hij 'maak daar maar ...
hoe lief tegelijkertijd
dank Leonore
de 2e column voor de site van Pom Wolff
Hij is er nog, speelt piano en leest! Dank voor ...
mijn veiligheid
ik houd in alle opzichten meer van het suggestieve, x