Waarom moet ‘teneinde’ om worden en ‘dientengevolge’ daardoor
en waarom moeten schouders opgehaald worden

in een onverschilligheid die niet past bij dit monnikenwerk en de
beelden die het oproept, doden die nog leefden

en gras dat nog ongehinderd door alle hekken zich uitspreidde naar
de horizon, het lijf stijf en de vingers door

alle gaten in zijn zomerpak, het jasje fladderend en de hoed scheef,
het haar donker en lang, waarom moeten er

synoniemen zijn die we nog niet kennen, een ander woord voor liefde
is er toch niet, we slapen nog steeds

naast de kuil in het bed en rollen naar het midden alsof daar echt alles
gebeurt, de warmte nog voelbaar, de zomer

nog in aantocht, vogels die tuimelen aan de dakrand en iets van hooi
dat in de schuren moet voordat de buien losbarsten.