De vragen in de ochtend, schreef je echt een regel wit? (want dat
rijmt op kersenpit), weet je de wortel van 1? (dit

klopt gewoon niet, het rekenapparaatje in de hand), kan de auto
rijden? (nu niet, want de buurman slaapt nog, maar

die was gisteren toch al omgekomen?). L. (7) moet nog even denken
(een twee drie, ik hoor een kierewie) nadat hij gisteren

K. Schippers en drs. P. heeft voorgedragen, S. (9) maakt nog eens
duidelijk dat hij meer van de cijfers is, de stad

en de koelte van de heel vroege ochtend komt door de open deur,
kan het maar zo blijven, niet het antwoord weten

maar elke keer een vraag te stellen, nee, de volgende regel moet
heel anders oma, geen idee, zegt S. (9), geen

interesse, zeg ik, nee, waarschijnlijk wel, zegt hij. Mijn voet op
de claxon van het autootje, uitstel van het vertrek.